1554753
© ANP

'Volkssoevereiniteit noopt tot referendum'

Opinie De 40.000 handtekeningen voor het Burgerforum EU zijn binnen. Een referendum zal zand strooien in de raderen van het Europese integratieproces, schrijven Geerten Waling en Coos Huijsen. Maar: 'Elke politicus die soevereiniteit wil overdragen van de natie naar een nieuwe macht, is het aan de democratische traditie verplicht stil te staan bij het oordeel van de bevolking.'

 
Zo’n saamhorigheidsgevoel is op Europese schaal nog ver te zoeken, en wordt alleen maar onwaarschijnlijker naarmate de crisisconjunctuur de verschillende economieën verder uit elkaar speelt

De 40.000 handtekeningen voor het Burgerforum EU waren in enkele weken tijd geregeld. Niet zo vreemd: 64 procent van de Nederlanders wil een referendum over de Europese integratie, peilde Maurice de Hond.

Nu het burger­initiatief een feit is, is de Tweede Kamer wettelijk verplicht het EU-referendum op de agenda zetten. Maar dat betekent nog niet dat het er ook komt. Het parlement is schuchter, de Democraten uit '66 voorop.

Ongemakken
Een referendum zal, wat ook de vraag precies wordt, zand strooien in de raderen van het Europese integratieproces. Met alle economische en politieke ongemakken van dien. Dat maakt de soevereiniteit van de nationale bevolking tot een ongemakkelijk politiek onderwerp. Maar laat die soevereiniteit zich ongestraft ontkennen?

Het belangrijkste politieke niveau is nog altijd dat van de natiestaat. Zoals Mark Rutte, de belangrijkste functionaris van die natiestaat, recent nog bevestigde bij Pauw&Witteman: 'Wij zijn soeverein en autonoom.' Toch wordt, onder druk van ingrijpende crisismaatregelen, soevereiniteit overgeheveld van het nationale niveau naar een supranationale constellatie in Brussel.

In roerige tijden voldoet het niet om bij het uitstippelen van politiek beleid te kijken naar het roerige heden of de onzekere toekomst. We zouden meer beroep moeten doen op de lange geschiedenis van economisch en sociaal succes, en ons afvragen welke tradities en instituties nog een actuele waarde bezitten, of sterker nog: een verplichting in zich meedragen. Dat is het geval bij de natie.

Saamhorigheidsgevoel
Want een natie, zo stelde de Franse historicus Ernest Renan in zijn beroemde lezing Wat is een natie? (1882), bestaat alleen bij gratie van de vrije wil van haar bevolking. Die mensen moeten bij elkaar willen horen. 'Een natie is een ziel, een geestelijk beginsel. Twee dingen vormen deze ziel, dit geestelijke beginsel. Het ene is het gemeenschappelijk bezit van een rijke erfenis aan herinneringen; het andere is het tegenwoordige saamhorigheidsgevoel, de wens om samen te leven, om opnieuw waarde te geven aan de erfenis die men samen ontvangen heeft.'

Zo'n saamhorigheidsgevoel is op Europese schaal nog ver te zoeken, en wordt alleen maar onwaarschijnlijker naarmate de crisisconjunctuur de verschillende economieën verder uit  elkaar speelt. Op nationale schaal is zo'n gevoel sterker aanwezig en vormt het een prominent onderdeel van het diverse palet aan identiteiten waarover wij kunnen beschikken.

Nu is een natie beslist niet heilig of eeuwig. Grensoverschrijdende problemen als milieu, bankentoezicht en migratie kunnen alleen door een sterk bondgenootschap worden aangepakt. Al die kleine en middelgrote Europese landen kunnen niet zonder elkaar, op een wereldtoneel dat steeds diffuser wordt. En ze hoeven ook niet zonder elkaar: al een halve eeuw lang is bewezen dat er voor intensieve samenwerking op het continent genoeg solidariteit bestaat.

Soevereiniteitsoverdracht
Maar dit neemt niet weg dat de vorm waarin de democratische rechtstaat zich sinds 1848 het best handhaaft nog altijd de natie is. Daarom moet bij verregaande soevereiniteitsoverdracht met twee factoren rekening worden gehouden: met de tastbare politieke kwestie van democratische legitimiteit; en met het emotionele aspect dat kleeft aan een natie. In Renans woorden: 'Aan nationaliteit zit een gevoelskant; zij is tegelijk ziel en lichaam; een Zollverein is geen vaderland.'

Elke politicus die soevereiniteit wil overdragen van de natie naar een nieuwe macht, is het aan de democratische traditie verplicht stil te staan bij het oordeel van de bevolking aan wie de soevereiniteit wordt onttrokken. Daarom zou het, juist in de geest van Renan, wijs zijn een referendum te houden over de gevolgen van Europese integratie voor de natie: 'Als er twijfels opdoemen over haar grenzen, raadpleeg dan de bevolkingen in kwestie. Zij hebben als geen ander het recht daarover een mening te hebben.'

Coos Huijsen en Geerten Waling zijn historici. Van de auteurs verschijnt deze week een moderne vertaling van, en een inleiding en duiding bij de lezing Wat is een natie? van Ernest Renan (uitgeverij Elsevier). Naar aanleiding hiervan gaan Martin Bosma, René Cuperus en Yoeri Albrecht op dinsdag 12 maart (20.00 uur) met elkaar in debat in De Balie in Amsterdam.