Vrijdaggebed in de Marokkaanse moskee.
Vrijdaggebed in de Marokkaanse moskee. © ANP

Tijd van vrijblijvendheid is voorbij, islamitische centra moeten informatie delen

Moskeeën en islamitische centra moeten structureel namen gaan doorgeven van ontspoorde radicalen.

De Britse premier May stelde dat haar land veel te laks was geweest in de aanpak van extremisme na de recente - tweede - aanslag in Londen. Er moesten nu meer dan ooit harde maatregelen genomen 'to stamp it out', zoals ze in onverbloemd Engels zei. In commentaren werd uiteraard gevraagd hoe dat dan gerealiseerd zou moeten worden en ook mij werd deze vraag van diverse kanten voorgelegd wat betreft de situatie in Nederland.

Wel, naast het feit dat in ons land de diverse politie- en veiligheidsdiensten hun stinkende best doen om elke vorm van radicalisering op te sporen en ook wijkcentra en maatschappelijk werk tot in de vezels van de wijken trachten door te dringen, valt het niet uit te sluiten dat ook Nederland getroffen wordt door aanslagen. In mijn beschouwing van de situatie ontbreekt er een belangrijke schakel en dat is het bestaan van een geïnstitutionaliseerd verplicht en bindend overleg tussen overheid en alle islamitische instellingen, zoals onderwijsinstituten en natuurlijk moskeeën in ons land.

De wat mij betreft essentiële aanleiding tot het opzetten van een dergelijke structuur is het gegeven dat de aanslagpleger in Manchester en in elk geval één van de aanslagplegers in Londen en eerder al de aanslagplegers in Brussel en Parijs geen onbekenden waren bij lokale moskeeën of islamitische centra. Ze bezochten deze, deden er hun gebeden, en vielen op door extreme uitspraken of hun afzetten tegen de traditionele manier waarop moskeeën gerund werden. Vaak werd ze de deur gewezen. Ze vielen in negatieve zin op en gegeven de enorme ophitsing die ook van internet uitgaat, konden en kunnen leidslieden van islamitische instellingen en moskeeën de conclusie trekken dat dit soort jongeren vatbaar zijn voor radicalisering, potentieel uitmondend in het plegen van geweld.

Moskeeën en imams verklaren desgevraagd keer op keer dat ze de rechtsstaat en democratie een warm hart toedragen, in de context van beide willen functioneren, en dat ze er alles aan willen doen om radicalisering te voorkomen.

Ook een salafistische moskee als El Fitra in Utrecht doet dat. Op haar website staat de volgende doelstelling: het 'bestrijden en voorkomen van extremisme, waardoor men radicaliseert en overgaat tot disrespect jegens andersdenkenden, en in het ergste geval tot geweld in de naam van de Islaam'. Van deze en andere stellingnames, of deze nu voor de bühne zijn of niet, kan de overheid dankbaar gebruik maken door een overlegorgaan voor islamitische instellingen in het leven te roepen waarvan het lidmaatschap verplicht is en waarin communicatiestructuren worden ontworpen om signalen van ontsporende elementen aan de autoriteiten door te geven die dan kunnen optreden. Het is hom of kuit voor islamitische centra, en in plaats van zalvende bruggen bouwende woorden dienen ze namen en rugnummers te geven.

Het is hom of kuit voor islamitische centra

In het verleden bestond er het zogenaamde Landelijk Overleg Minderheden (LOM) dat meer gericht was op algemene zaken 'de minderheden betreffende' maar dat werd in 2013 afgeschaft. In 2014 pleitten vertegenwoordigers van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), het Turkse Milli Görüs en ook het Samenwerkingsverband voor Marokkaanse Nederlanders voor regelmatig overleg met de overheid betreffende zaken als radicalisering.

Wel, de tijd van suggesties en vrijblijvendheid is voorbij. Overheid en alle geledingen van de moslimgemeenschap, inclusief salafisten, dienen niet een tandje bij te zetten maar een heel tandwiel. We moeten als samenleving het maximale doen om aanslagen te voorkomen. Hier ligt een belangrijke taak voor het nieuwe kabinet. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat dit een hamerpunt is bij de onderhandelingen: natuurlijk is iedereen voor.

Jan Jaap de Ruiter is als arabist verbonden aan de Universiteit van Tilburg.