Te mooi om waar te zijn

Ombudsvrouw Annieke Kranenberg

De ombudsvrouw behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele pagina's en journalistieke aanpak. Deze week: plagiaat in de Volkskrant.

Het bedrog van de stagiair kwam voort uit 'onbegrensd fanatisme'. De redactie valt haar gebrek aan een journalistiek-ethisch kompas evengoed aan te rekenen.

Plagiaat in de Volkskrant

Afgelopen donderdag schreef hoofdredacteur Philippe Remarque na het ontdekken van het plagiaat een verklaring.

Hoe de stagiair heet, heeft u donderdag 29 oktober in het artikel van de hoofdredacteur over de plagiaatzaak kunnen lezen. In dit stuk is de noodzaak om zijn naam bekend te maken verdwenen en noem ik hem vanwege zijn jeugdige leeftijd alleen 'de stagiair'. Hij was 19 toen zijn stage op 1 juni bij de economieredactie begon en 20 toen hij die per 1 september bij de buitenlandredactie voortzette. Hij is volwassen, maar hij is ook nog maar een jongen. Een bijzonder slimme jongen, met een groot schrijftalent en een even groot gebrek aan een journalistiek-ethisch kompas. Dat laatste valt niet alleen hem aan te rekenen. Daarover later meer.

Het begin

De stagiair kan zich het moment nog goed herinneren dat de chefs uit de ochtendvergadering kwamen en hem complimenteerden met zijn interview met Drazen Erdemovic, dat op zaterdag 11 juli - twintig jaar na de val van de enclave Srebrenica - in de krant stond. Erdemovic vertelde hoe hij en zijn eenheid van het Bosnisch-Servische leger ongeveer 1.200 mannen en jongens executeerden. 'Vier uur lang schoten we aan één stuk door moslims dood', citeerde de stagiair de oud-soldaat, die hij volgens een kadertje bij het interview telefonisch had gesproken. Erdemovic is opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma, aldus hetzelfde kadertje.

Indrukwekkend, zei een van de chefs, maar hoe had hij dat interview eigenlijk voor elkaar gekregen? Net als voor publicatie hing de stagiair naar eigen zeggen 'weer een mooi verhaal' op, dat deels waar was. Als 17-jarige vwo-scholier had hij een profielwerkstuk over de genocide in Bosnië- Herzegovina geschreven, waarmee hij de KNAW-onderwijsprijs won. Hij kende de regio en had er contacten. Via een lokale journalist was hij met Erdemovic in contact gekomen, loog hij.

De stagiair was door het oog van de naald gekropen. De euforie overheerste

In werkelijkheid had hij schrijfster Slavenka Drakulic, die in haar boek They Will Never Hurt A Fly over Erdemovic schreef, per mail om hulp gevraagd. Toen zij aangaf dat ze hem niet in contact kon brengen met de beschermde getuige, staakte hij zijn poging. Intussen hield hij zijn chef dagenlang op de hoogte van zijn zogenaamde vorderingen, tot hij opgewonden kwam vertellen dat hij Erdemovic via Skype had gesproken. Het gefabuleerde interview bestond uit een collage van passages uit Drakulic' boek, aangevuld met zinnen uit het toneelstuk A Patch of Earth en uit Erdemovics verklaringen bij het tribunaal.

Natuurlijk had de student International Studies - die zelf zijn stage bij de krant had geregeld - het hele weekend in de piepzak gezeten. Zou iemand het ontdekken? Maandag werd hij gebeld door een medewerkster van het Joegoslavië-Tribunaal. Erdemovic had laten weten dat hij niet met een journalist had gesproken, maar de woordvoerster liet het verder rusten. Het was niet in het belang van de getuige hier ruchtbaarheid aan te geven. De stagiair was door het oog van de naald gekropen. De euforie overheerste.

Aard en omvang

'Kaartenmaker van de strijd in Syrië'

Voor het artikel 'Kaartenmaker van de strijd in Syrië' (17 oktober 2015) heeft de stagiair de 19-jarige Thomas van Linge daadwerkelijk geïnterviewd. Hij heeft alleen het begin van een artikel over een vergelijkbare Britse kaartenmaker van Vice gekopieerd en daar waar nodig aangepast aan Van Linge. Dat vond hij een mooi begin. 'Voor het ongetrainde oog is de al-Qadisiyah Men's Army Facebookpagina er een van een Iraakse rebellengroep. De pagina oogt gelikt, heeft zijn eigen logo - een adelaar op een schild in de kleuren van de Iraakse vlag - en is doorspekt met beelden van uitgebrande voertuigen en kapotgeschoten lichamen. Voor Thomas van Linge is er echter duidelijk iets mis. 'De uniformen van de strijders op de foto's die ze hebben gedeeld, zijn van Islamitische Staat.'

Een oud-medewerker van de krant ontdekte de overeenkomsten en alarmeerde de redactie.

Dat was het begin. Althans het 'echte' begin volgens de stagiair, die ik afgelopen week uitgebreid heb gesproken over de aard en omvang van het plagiaat, en hoe het zover heeft kunnen komen. In de vierde week van zijn stage had hij het begin van een profiel ontleend aan een Volkskrant-artikel uit 2002 dat hij uit het archief had geplukt. En twee dagen voor het Erdemovic-verhaal had hij twee alinea's uit Het Financieele Dagblad geplagieerd. Verder zegt hij in te kunnen staan voor de verhalen die hij schreef voor de economieredactie - tót het Erdemovic-verhaal op 11 juli.

De redactie is daar niet zeker van. De stagiair heeft afgelopen week veel plagiaat toegegeven, maar niet alles is al gecheckt en nagebeld. Het valt niet uit te sluiten dat de bodem nog niet is bereikt (naar nu blijkt heeft hij ook in zijn vwo-profielwerkstuk passages overgeschreven, nota bene uit een Volkskrant-interview uit 1999). Wel lijkt het erop dat Erdemovic zijn ernstigste journalistieke vergrijp is. Hij heeft een interview verzonnen en geput uit een toneelstuk - fictie dus.

De vergelijking met Trouw-journalist Perdiep Ramesar, die naar alle waarschijnlijkheid bronnen en verhalen verzon, ligt op de loer, maar is niet terecht. De stagiair fantaseerde inhoudelijk geen verhalen en was nog geen vijf maanden voor de krant aan het werk. Ramesars bedrog kon jaren voortduren en in tegenstelling tot de stagiair hadden zijn 'onthullingen' maatschappelijke impact en beïnvloedden ze het politieke debat.

De stagiair heeft verschillende journalistieke regels overtreden (zie de kaders), maar het merendeel bestaat uit klassieke plagiaat. In naar schatting eenderde van de 75 stukken die tijdens zijn stage onder zijn naam zijn gepubliceerd, heeft hij passages uit andere media overgenomen zonder de bron te vermelden.

Daarbij zijn enkele patronen te ontwaren. Soms stal hij het begin van een ander artikel om er zijn eigen stuk mee te beginnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het interview dat hij hield met kaartenmaker Thomas van Linge (zie kader), waardoor hij tegen de lamp liep. Het interview hield hij zelf, maar het begin ontleende hij aan het interview dat Vice met een vergelijkbare Britse kaartenmaker hield. Een oud-medewerker ontdekte toevallig de overeenkomsten en trok aan de bel.

Geregeld citeerde hij mensen uit andere media zonder bronvermelding alsof hij ze zelf had gesproken. Deze 'methode' verklaart hij als volgt: hij zette een reactie 'alvast' in het stuk en probeerde die persoon vervolgens wel zelf te spreken te krijgen. Wanneer dit niet lukte, liet hij de citaten uit andere media staan. Zo werd het hoofd van Interpol in twee artikelen opgevoerd, maar heeft de stagiair hem nooit gesproken. Tegenover zijn chef deed hij voorkomen van wel.

Dat hij het wel probeerde, zou best kunnen kloppen. Uit zijn mailbox - waartoe hij toegang verleende - valt op te maken dat hij bij verscheidene verhalen ijverig contact probeerde te leggen en dat dit ook regelmatig lukte. Een telefonisch interview met een Nederlandse pelgrim in Mekka, nadat honderden er tijdens de hadj de dood vonden, blijkt na telefonische navraag eveneens in orde te zijn.

Hoe het mis kon gaan

De stagiair heeft keihard gewerkt en zijn chefs en collega's bikkelhard voorgelogen. Daar heeft hij enorme spijt van. Het bedrog komt volgens hem voort uit een combinatie van 'onbegrensd fanatisme' en zijn 'gesloten' persoonlijkheid. Hij stelde zichzelf onhaalbare doelen. Hij wilde net zo goed zijn als zijn collega's met tientallen jaren ervaring en legde zichzelf een quotum op: bij de economieredactie wilde hij vier stukken per week maken, bij de buitenlandredactie voerde hij dit op naar vijf stukken per week.

Niemand zette hem onder druk zoveel te produceren, zegt hij. Integendeel, de chefs remden hem regelmatig af. Het was zijn eigen prestatiedrang en gevoel van onaantastbaarheid - 'ik kwam ermee weg' - wat hem dreef.

Valt de redactie dan niets te verwijten? Zeker wel. Rond 11 juli had iemand moeten opmerken dat het nogal onwaarschijnlijk is dat een Nederlandse jongen van 19 een interview kan afnemen met een van de belangrijkste getuigen voor het Joegoslavië-Tribunaal, die warempel in een getuigenbeschermingsprogramma is opgenomen. Het was vakantie, veel redacteuren hadden het interview gemist, waaronder sommige tribunaalkenners. Maar logisch nadenken had tot argwaan en kritische vragen moeten leiden.

Als hij een ervaren journalist was geweest, was hij ontslagen, kreeg hij te horen

Twee weken later volgde een ander cruciaal moment. De NRC meldde zich bij de chef economie: er waren alinea's overgeschreven uit een stuk over Fokker.

Na overleg met de hoofdredacteur gaf de chef de stagiair te verstaan dat plagiaat een 'journalistieke doodzonde is'. De stagiair beloofde het nooit meer te doen. De chef geloofde hem, taxeerde het plagiaat als een beginnersfout. De stagiair had immers geen journalistieke vooropleiding gehad, was niet eerder gewaarschuwd en had het gewraakte artikel aan het einde van de dag op verzoek langer moeten maken.

Dan het perspectief van de stagiair. Hij was zeker geschrokken, vertelt hij. Als hij een ervaren journalist was geweest, was hij ontslagen, kreeg hij te horen. Maar hij betuigde spijt en mocht blijven. Sterker, hij mocht dezelfde dag alweer een stuk tikken. De volgende ochtend ontving hij weer complimenten en de dag daarop ook. Als hij naar huis was gestuurd - al was het maar kortstondig - was de berisping beter bezonken, denkt hij.

Hij had wel iets opgestoken: voortaan zou hij alleen nog maar buitenlandse media plagiëren, dat viel minder op.

Daarna werd een wezenlijke fout in de begeleiding gemaakt. De chef buitenland - die hem kort daarna onder zijn hoede kreeg - werd door de hoofdredactie niet over de plagiaatkwestie ingelicht. Niemand hield op dat front speciaal een oogje in het zeil.

Intussen groeide zijn sterrenstatus op de redactie. Hij kreeg te horen dat hij een van de beste stagiairs was die de krant ooit had gehad. Ook andere chefs wisten hem te vinden voor 'leuke kadertjes', die de stagiair enkele uren later wist aan te leveren met sprankelende quotes. Serieuze onderwerpen - vluchtelingen, IS - werden hem evengoed toevertrouwd. Hij werd weliswaar niet onder druk gezet te presteren, maar deze dynamiek droeg wel bij aan zijn scoringsdrift.

De ontmaskering

'Miss Irak is nog niet veilig in Bagdad'

De eerste alinea van het stuk 'Miss Irak is nog niet veilig in Bagdad' (20 oktober 2015) is geplagieerd van Reuters. De geplande miss-Irak-verkiezing in Bagdad zou 'een vrolijke kant laten zien van het door geweld verscheurde land. Maar radicale geestelijken keerden zich fel tegen het evenement'. Er is één cruciaal verschil tussen het origineel en de overschrijving: Reuters rept over de 'eerste internationaal erkende miss-Irak- verkiezing in ruim veertig jaar', de stagiaire van de eerste in 'tien jaar'.

De redactie ontving een klacht van de 'officiële Miss Irak Organisatie', die door Reuters wordt genoemd. De krant zou een neporganisatie hebben opgevoerd: Talat Models. Mogelijk heeft dit bureau ook miss-wedstrijden gehouden, maar de aanleiding voor het verhaal in de Volkskrant is aan de verkeerde organisatie gekoppeld. De foto hiernaast komt van Talat Models. Mogelijk betreft het geen 'officiële' miss.

Begin oktober raakte een ervaren buitenlandredacteur wantrouwig toen de stagiair geenszins onder de indruk leek te zijn van het feit dat hij werd bekritiseerd in deze rubriek (Wat betekent dat, 'niet bereikbaar'?), omdat hij beschuldigingen had geuit zonder wederhoor toe te passen (ik vond zijn nonchalante reactie eveneens merkwaardig, maar dacht dat hij daarmee zijn schaamte maskeerde). De redacteur deelde zijn argwaan met een collega: 'Dit is te mooi om waar te zijn.'

Vorige week viel deze buitenlandredacteur in als chef en kreeg in die hoedanigheid te horen dat de stagiair het begin van het interview met de kaartenmaker had overgeschreven. Meteen controleerde hij nog een paar artikelen van de stagiair en voilà. Tot ontsteltenis van de buitenlandredacteur - en later ook van de chef - bleek hij bij de economieredactie ook al te hebben geplagieerd, zonder dat zij daarvan op de hoogte waren.

Akelige vermoedens rezen. Was het niet vreemd dat de stagiair vrijwel nooit aan zijn bureau in het bijzijn van de chef telefoneerde, maar in een afgesloten werkcel?

Tegelijkertijd kwam een klacht binnen over zijn artikel over de Miss Irak-verkiezing (zie kader), dat dinsdag 20 oktober verscheen. Daarin had hij ook al geplagieerd. Het was zijn laatste verhaal. Die donderdag moest de stagiair vertrekken. Al snel besloot de hoofdredactie naar buiten te treden, de lezer was voorgelogen en misleid.

De naam

De hoofdredacteur en andere redactieleden hebben vrijwel dagelijks contact met de stagiair

Alom klonk er donderdag lof voor de transparantie en spijtbetuiging van de hoofdredacteur in het artikel Plagiaat in de Volkskrant op pagina 2. Een behoorlijk aantal lezers vond het noemen van de 'opvallende naam' van de stagiair daarentegen minder chic. 'Dit artikel blijft tot in de eeuwigheid terug te vinden op internet', mailde een lezer. 'Dat vind ik een ongepaste straf voor een nog jonge stagiair.' Anderen merkten op dat de krant voorzichtiger omspringt met 'moordenaars', die vanwege de privacybescherming een initiaal krijgen, dan met haar eigen mensen.

Er is lang gediscussieerd over de vraag of zijn naam vermeld moest worden, zoals de hoofdredacteur aangaf in zijn stuk. Ik sta achter de keuze dat wel te doen. De redactie wil een jongeman die onder haar verantwoordelijkheid fouten maakte niet voor het leven tekenen, dat mag helder zijn. De geloofwaardigheid van de krant weegt echter zwaarder. De redactie mag fouten niet verdoezelen, ze moet de lezer laten weten dat er een verzonnen interview met Erdemovic in de krant heeft gestaan en dat er in verschillende artikelen is geplagieerd. Boven die stukken prijkt de naam van de stagiair - die zou hoe dan ook binnen mum van tijd op straat hebben gelegen. Zijn naam niet noemen zou ongetwijfeld tot digitaal hoongelach en het veelvuldig verspreiden van zijn naam hebben geleid. Het effect daarvan was voor de stagiair wellicht nog schadelijker geweest (los van het feit dat de jacht dan ook was geopend op alle andere stagiairs van de Volkskrant).

Voorwaarde was natuurlijk wel dat de stagiair en zijn ouders van alle stappen op de hoogte werden gebracht. Die nazorg is er. De hoofdredacteur en andere redactieleden hebben vrijwel dagelijks contact met de stagiair, die het noemen van zijn naam zelf onvermijdelijk achtte.

Lessen voor de toekomst

'De beroemde pianist in de puinhopen is ook gevlucht'

In het artikel 'De beroemde pianist in de puinhopen is ook gevlucht' (22 september 2015) over Aeham Ahmad (27), symbool van Palestijnse onverzettelijkheid, wordt verschillende malen Abo Gabi opgevoerd. In het artikel wekt de stagiair de indruk dat hij hem telefonisch heeft gesproken: 'IS beroofde hem van het enige dat hij nog had: zijn muziek', zegt Abo Gabi, die per telefoon de beslissing van zijn vriend toelicht.

In werkelijkheid zijn de passages overgeschreven uit The Sydney Morning Herald, zo heeft de stagiair opgebiecht. Alleen verwijst deze krant bij het citaat van Abo Gabi netjes naar een ander medium, Fairfax Media. Feitelijk is hier sprake van dubbel bronverzuim.

Journalistiek is op alle niveaus gebaseerd op vertrouwen: bronnen moeten op journalisten aankunnen, chefs moeten verslaggevers op hun woord kunnen geloven en de lezer moet er van uit kunnen gaan dat wat in de krant staat betrouwbaar is. Tijd en geld om alles wat in de krant komt te verifiëren, is er bij een dagblad gewoonweg niet. Dat zal de krant altijd kwetsbaar maken voor bedrog.

Wel zijn er een aantal concrete maatregelen te nemen om het risico op onethisch gedrag van stagiairs en andere redacteuren te verkleinen. De belangrijkste is mijns inziens een cursus journalistieke ethiek voor stagiairs. De plagiërende stagiair had geen journalistieke opleiding genoten, voor hem was zo'n cursus bittere noodzaak. Maar ook voor stagiairs van journalistieke opleidingen, die wel lessen in ethiek hebben gehad, is het leren van de specifieke regels van de Volkskrant ten aanzien van bronvermelding en hoor en wederhoor een vereiste. Bij een vorige stage waren de mores wellicht heel anders.

Vooraf mag een duidelijke waarschuwing klinken: wie zich bezondigt aan plagiaat, vliegt er meteen uit. Daarbij kan een technisch hulpmiddel uitkomst bieden. De stagiair merkte het afgelopen week zelf een paar keer op. De universiteit werkt met een plagiaatscanner, de redactie niet. Het werd hem met andere woorden erg makkelijk gemaakt. Alleen al vanwege de preventieve werking mag dat ergens boven aan het verlanglijstje van de redactie staan.

De opmerking van de hoofdredacteur dat stagiairs 'wellicht te snel' in het diepe worden gegooid, vindt breed weerklank op de redactie. Het is verstandig ze rustiger te laten opstarten en niet elk stukje onder naam te laten publiceren, om te voorkomen dat scoren een doel op zich wordt. Uitbundig complimenten uitdelen kan bij fanatieke stagiairs ernstige bijwerkingen geven.