Directeur Taco Dibbits tijdens de presentatie van zijn eerste grote aankoop: Hollands meisje aan het ontbijt van Jean-Etienne Liotard.
Directeur Taco Dibbits tijdens de presentatie van zijn eerste grote aankoop: Hollands meisje aan het ontbijt van Jean-Etienne Liotard. © ANP

Slavernij als onderdeel van een collectieve geschiedenis

Slavernij moet deel uitmaken van een geschiedenis waarin alle Nederlanders zich kunnen herkennen.

Taco Dibbits, directeur van het Rijksmuseum, heeft terecht veel bijval geoogst met zijn voornemen om in 2020 een tentoonstelling te wijden aan het Nederlands slavernijverleden. Op die manier hoopt hij eraan bij te dragen dat een beladen onderdeel van de nationale geschiedenis de aandacht krijgt die het verdient maar tot voor kort niet heeft gekregen.

Het initiatief van Dibbits sluit aan bij de 'revisionistische' trend die al enige tijd zichtbaar is, getuige onder andere de recente publicaties over het Nederlands aandeel in slavenhandel en slavernij. Een tentoonstelling in 's lands meest prestigieuze museum zal de apotheose vormen van die ontwikkeling. De apotheose, niet het sluitstuk. Want het is te hopen dat het slavernijverleden in de toekomst ook een vanzelfsprekend onderdeel zal vormen van het Nederlands onderwijs.

Het is te hopen dat het slavernijverleden in de toekomst ook een vanzelfsprekend onderdeel zal vormen van het Nederlands onderwijs

Nieuwe directeur Rijksmuseum breekt met verleden en maakt tentoonstelling over slavernij

Het Rijksmuseum houdt in 2020 een tentoonstelling over het Nederlands slavernijverleden. Dat zegt directeur Taco Dibbits tegen de Volkskrant.


De vraag is hoe deze aandacht vorm moet krijgen zonder de eenzijdigheid van de oude vaderlandse geschiedenis - waarin duistere episoden werden vergoelijkt of verzwegen - te verruilen voor de andere: de reductie van het Nederlands verleden tot een lange reeks schanddaden. Dat zal niet eenvoudig zijn. Want slavernij is bij uitstek een thema dat aanleiding geeft tot controverses tussen veel 'nieuwe Nederlanders', die hun identiteit mede aan de slavernij ontlenen, en de (overwegend oudere) Nederlanders die gewend zijn aan een lankmoedige omgang met het nationaal verleden - met name de Gouden Eeuw. Een nationale consensus over slavernij is niet snel te vinden.

Juist omdat de bewoners van het huidige Nederland mentaal zo ver afstaan van de slavernij, heeft het geen zin om uitentreuren te laten zien hoe weerzinwekkend het verschijnsel was. Zinniger - en uitdagender - is het om zichtbaar te maken dat slavenhandel en slavernij ooit een normaal onderdeel waren van het economisch systeem, en dat er geletterde mensen waren die dat systeem meenden te moeten verdedigen. Teruggaan naar de tijd van toen. Met de bronnen van toen. Laten zien 'hoe het eigenlijk geweest is' - in de geest van de grote historicus Leopold von Ranke. Op die manier wordt slavernij een onderdeel van onze collectieve geschiedenis.