1529071
Europese regeringsleiders en beleidsmakers in Brussel, begin deze maand. © AP

Robert Kaplan: 'Beleidsmakers moeten voor een deel fatalistisch zijn'

Opinie Gezonde geopolitiek aanvaardt de morele worsteling en het handelen van politici om de situatie van hun eigen mensen en die van mensen elders op de wereld te verbeteren, schrijft journalist Robert Kaplan.

In 1755 legde een aardbeving Lissabon in puin, waarbij tienduizenden mensen omkwamen. De toen 60-jarige Voltaire 'protesteerde uit naam van de rede en het intellect' tegen deze 'schandelijke onverschilligheid van de natuur' waardoor driekwart van de Portugese hoofdstad met de grond gelijk was gemaakt. Je zou het absurd van Voltaire kunnen vinden dat hij zich uitsprak tegen een aardbeving. Maar, zoals een personage in De Toverberg (1924) van Thomas Mann uitlegt, diende Voltaires veroordeling van deze natuurlijke gebeurtenis een serieus moreel doel: Voltaire kon niet accepteren dat de mensheid zich moest schikken in het lot. 'De natuur is geweld; en het is slaafs om geweld te ondergaan en ervoor te buigen.' Het aanvaarden van enige vorm van geweld die de ontwikkeling van de samenleving bepaalt, of die nu natuurlijk, geografisch, cultureel of economisch is, is een belediging van de 'menselijke waardigheid'.

Voltaire is niet de enige die zich hiertegen heeft verzet. In een lezing uit 1954 met de titel 'Historische onvermijdelijkheid', drukt Oxford-geleerde Isaiah Berlin het stempel immoreel en lafhartig op de overtuiging dat grote onpersoonlijke krachten - wederom geografie, natuurkrachten, etnische kenmerken en dergelijke - ons leven bepalen. Berlin doelde op het fascisme en het communisme omdat die erop uit waren om mensen 'hun recht op morele soevereiniteit' te ontnemen.

Wat de frontale aanval van Voltaire en Berlin op het fatalisme tegenwoordig nog schrijnender maakt, is het harde gegeven dat de door de nazi's gepleegde Holocaust nog geen mensenleven achter ons ligt. Daarom hebben beleidsmakers, in de woorden van hedendaagse humanistische intellectuelen, een verantwoordelijkheid tegenover de geschiedenis: een verantwoordelijkheid om niet te bezwijken voor fatalistische, in geografie en etnische kenmerken gewortelde argumenten die hen ervan zouden kunnen weerhouden om actie te ondernemen ten behoeve van bevolkingen die door oorlog en genocide worden bedreigd.

Drijvende kracht
Deze gevoeligheid is in feite de drijvende kracht achter alle literatuurtijdschriften en opiniepagina's van zowel politiek links als rechts. Onze opinieleiders beweren namelijk altijd dat we iets moeten doen: de Bosnische Moslims en Kosovaarse Albanezen redden van de Serviërs van Slobodan Milosevic, de Iraakse sjiieten behoeden voor de terreur van Saddam Hoessein, de inwoners van Benghazi beschermen tegen de oprukkende, op wraak beluste troepen van Moammar Kadhafi, het Syrische volk vrijwaren van de wreedheid van Bashar al-Assad, enzovoort. En we moeten iets doen omdat we iets kunnen doen: we kunnen en zullen zegevieren over het lot. Voltaire had gelijk. Hij beweerde dus eigenlijk niets absurds.

Nu moeten we vooral niet vergeten dat Voltaire en Berlin filosofen waren en zich dus konden uitleven in morele abstracties en absoluutheden. Zij konden het hebben over de verantwoordelijkheid van de mens ten opzichte van de geschiedenis zonder zich druk te hoeven maken om hun kiezers. Kiezers kun je immers definiëren als burgers binnen een specifieke geografische ruimte, die zich daardoor meer zorgen maken over het welzijn van die ruimte dan over mensen die zich in een andere geografische ruimte bevinden.

Wanneer je dus militair ingrijpt om mensen aan de andere kant van de wereld te redden, kun je dat maar beter doen zonder je eigen land op onaanvaardbaar hoge kosten te jagen. En dat betekent weer dat je rekening moet houden met geografische en historische patronen die op zijn minst deels onontkoombaar zijn.

De aardbeving in Lissabon mag dan moreel gezien een gruwel zijn geweest, maar zij gebeurde toch, en niets had haar kunnen voorkomen. Om het meer op onze situatie te betrekken: de VS zijn wat ze zijn omdat ze aan twee oceanen grenzen en in het gematigde klimaat van Noord-Amerika liggen. Daar doe je nu eenmaal niets aan en daarom zijn dat de factoren die in wezen Amerika als natie bepalen. Het Syrische bewind kan wel verschrikkelijk zijn, maar er bestaat geen samenhangende of verenigde kracht om het compleet te ontmantelen - en ook daar doe je weinig aan. Het lot is dus niet iets wat we altijd kunnen overwinnen, ook al gelooft onze opinieleidende elite nog zo graag dat dat wél kan.

Voltaire en Berlin konden onontkoombare belemmeringen negeren omdat ze zich alleen maar hoefden te verantwoorden tegenover andere intellectuelen. Leiders van grote landen hebben een dergelijke luxe niet. Het is immers de democratie zelf, met al haar controlemechanismen en tegengestelde argumenten - waaronder die van een diepe scepsis tegenover idealistische bevlogenheid - die de strengste beperkingen oplegt aan het menselijk handelen.

Ernstig streven
Het probleem met Voltaire en Berlin is niet dat ze absurde uitspraken doen of niet ernstig zijn in hun streven - een ernstiger streven dan hun afwijzen van fatalisme valt nauwelijks te bedenken - maar dat ze geen rekening houden met de beperkingen waarmee gekozen ambtsdragers te maken hebben. Beperkingen zijn per definitie fatalistisch omdat ze teruggaan op materiële feiten of op een lange ervaringsgeschiedenis waarin relatief vaste patronen opvallen die zich domweg niet laten negeren. Het is gemakkelijk om te zeggen: laten we ingrijpen en hier een humanistische democratie vestigen. Als je dat echter doet in weerwil van geografische en politieke beperkingen en in weerwil van allerlei tegengestelde adviezen, dan is dat grote dwaasheid, zelfs als je je tegen het lot wilt verzetten.

Het niet willen aanvaarden van begrenzingen is eerlijk gezegd onlogisch. Dat voelden Voltaire en Berlin ook wel aan. Hun verwijt was gericht tegen een tendens om te fatalistisch te zijn: zij spraken zich uit voor de morele verantwoordelijkheid om te strijden voor een betere wereld. Ze hadden het dus niet over absoluutheden.

Geopolitiek
Daarmee zijn we bij de geopolitiek. Gezonde geopolitiek aanvaardt de morele worsteling en het handelen van politici om de situatie van hun eigen mensen en die van mensen elders op de wereld te verbeteren. Gezonde geopolitiek begrijpt dat leiders van naties zich af en toe idealistisch gedragen, omdat zonder idealisme een natie als de Verenigde Staten - die niet alleen op belangen maar ook op principes is gegrondvest - anders het gevaar loop haar identiteit kwijt te raken. Geopolitiek erkent dan ook dat de oproep in redactionele commentaren tot menselijk ingrijpen van enige waarde is. Geopolitiek sluit menselijk ingrijpen niet uit, maar zegt wel dat er nog een andere kant aan het verhaal zit, de kant die gaat over beperkingen, die min of meer onontkoombaar van aard zijn.

Natuurlijk zullen humanisten zeggen dat het volk van Taiwan feitelijk onafhankelijk is van het vasteland van China vanwege de eeuwenoude historische strijd voor vrijheid en menselijke waardigheid. Geopolitici zullen dit beamen, maar er ook op wijzen dat de Taiwanezen in de eerste plaats onafhankelijk zijn omdat hun eiland zo'n 160 kilometer van het Chinese vasteland verwijderd ligt. Als dat 30 kilometer was geweest - de breedte van het Kanaal - dan had het leger van Mao Zedong het waarschijnlijk ruim zestig jaar geleden al ingenomen. Humanisten zullen zeggen dat de Verenigde Staten tegen het fascistische Japan en nazistische Duitsland hebben gevochten omwille van de vrijheid van de mens. Geopolitici zullen zeggen dat de Tweede Wereldoorlog ging om het bewaren van het machtsevenwicht op het oostelijk halfrond, dat door Japan en Duitsland verstoord dreigde te raken.

De humanistische interpretatie van de geschiedenis is esthetischer, en daarmee aantrekkelijker. De geopolitieke interpretatie is mechanischer, praktischer en minder aantrekkelijk. Dat maakt die interpretatie niet minder accuraat of van minder belang voor de gedachtebepaling van beleidsmakers. Politici zullen het in het openbaar altijd hebben over de gevoelens van Voltaire en Berlin, terwijl ze achter de schermen luisteren naar de raadgevingen van geopolitici als Henry Kissinger.

Beleidsmakers moeten voor een deel wel fatalistisch zijn. Ze beseffen dat je soms strijd moet leveren tegen beter weten in en tegen de krachten van het determinisme in. Ze weten echter ook dat ze zich bij veel moeten neerleggen omdat ze er domweg niet tegenop kunnen. Anders zou een buitenlandbeleid niet vol te houden zijn, vanwege alle humanitaire doelen en interventiescenario's die zich dan ongetwijfeld zouden aandienen.

© Vertaling: Leo Reijnen

Robert Kaplan is journalist. Onlangs verscheen 'De wraak van de geologie'.