GroenLinks-leider Jesse Klaver tijdens het Kamerdebat over de voortgang van de kabinetsformatie, 13 juni.
GroenLinks-leider Jesse Klaver tijdens het Kamerdebat over de voortgang van de kabinetsformatie, 13 juni. © ANP

Opinie op Zondag - Voor de oppositie kiezen is volstrekt legitiem

Prikkelende opinie op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Later vandaag filosoof Sebastien Valkenberg, nu cultuurhistoricus Thomas von der Dunk.

Is het eigenlijk wel zo erg: een tijdje een demissionair kabinet, dat de zittende bewindslieden tot passiviteit dwingt?

De verkiezingen liggen nu al weer drie maanden achter ons en de formatie is nog geen steek opgeschoten. Dat begint langzaamaan in Den Haag en op Haagse krantenredacties tot wrevel te leiden. Daarbuiten, zo is mijn indruk, toch een stuk minder. Is het eigenlijk wel zo erg: een tijdje een demissionair kabinet, dat de zittende bewindslieden tot passiviteit dwingt? De lopende zaken worden toch wel afgehandeld, en op buitenlandse crises - en daarvan zijn er dankzij Trump en Theresa May vele - kan het nog wel afdoende reageren.

Waar Den Haag voorlopig niet aan toe komt, is eigen nieuw beleid. En die beleidsstilte zal veel burgers juist een zucht van verlichting doen slaken. Zij worden van actieve bewindslieden juist vaak horendol. Want een missionair kabinet - alsof dat zo fijn is! Als Den Haag namelijk ergens aan lijdt, is het aan beleidsdrift: alles moet voortdurend helemaal op de schop, omdat men van reorganisaties alle heil - lees: bezuinigingen - verwacht. Die zijn een doel op zich geworden.

Geen magischer woord dan het woord 'vernieuwing', waarmee elke criticus door managers en politici als een geborneerde conservatief kan worden weggezet - René Cuperus heeft in dat opzicht terecht ooit eens van 'veranderingsporno' gesproken.

Newspeak-doeleinden

De argumenten voor centralisatie zouden even valide zijn voor beleidsterreinen waar men juist tot decentralisatie heeft besloten, en omgekeerd

En dus moet na een luttel aantal jaren weer worden gecentraliseerd, wat men even eerder had gedecentraliseerd (de politie), en juist gedecentraliseerd wat eerder was gecentraliseerd (de zorg). Blijken daarmee dan toch niet dankzij 'efficiencykortingen' en soortgelijke newspeak-doeleinden de overheidsuitgaven tot (nagenoeg) nul te kunnen worden gereduceerd, dan zet de volgende minister de boel weer opnieuw op zijn kop.

Wat daarbij opvalt, is dat de gehanteerde schaal-argumenten die in het ene geval voor centralisatie werden aangevoerd even valide zouden zijn voor beleidsterreinen waar men juist, nadat de centralisatie is mislukt, tot decentralisatie heeft besloten, en omgekeerd.

Een evaluatie van het succes en de uitvoerbaarheid van zulke operaties - zoals van vrijwel elk nieuw beleid - blijft in Den Haag meestal achterwege, tot na een aantal jaren een parlementaire enquêtecommissie de brokken mag opruimen en op het terrein van (on)haalbaarheid van beleidsvoornemens meestal moet constateren wat nuchterder geesten al langer hadden voorzien. Voor ambitieuze politici, die voor hun eigen overleven voortdurend in de media moeten scoren, is het verzinnen van volgend nieuw beleid veel uitdagender dan eerst nagaan of het nieuwe beleid van gisteren wel werkt.

Kregelig

De belofte aan de kiezer is ondergeschikt aan de noodzaak vaart te maken, we moeten voort!

Dan de formatie zelf. Langzaamaan schijnt er kregeligheid te ontstaan over het feit dat de partijen maar niet 'over hun schaduw heen willen springen' - lees: maar niet hun verkiezingsbeloftes willen breken. Dat staat natuurlijk niet los van de vorige formatie, toen dat wel in ijltempo is gebeurd. Dat is met name de PvdA slecht bekomen, om het voorzichtig te zeggen. Niet onlogisch dat zij nu zegt: het land redden door als partij zelfmoord te plegen, dat hebben we al een keertje gedaan - nu mogen de anderen dat eens proberen.

Het punt is dat hier twee visies met elkaar botsen: een politieke en een bestuurlijke. De bestuurlijke, ook binnen de pers sterk dominant, luidt: er moet per se een stabiel meerderheidskabinet komen, en daarvoor moeten de partijen al hun mooie programma's maar vergeten. De belofte aan de kiezer is ondergeschikt aan de noodzaak vaart te maken, we moeten voort! Regeren wordt zo vooral als zaak van technocratisch management gezien, de route ligt vast. Kiezen voor oppositie wordt dan een vorm van obstructie.

Daarmee wordt het politieke karakter van veel vraagstukken in feite ontkend. De politieke visie houdt dan ook in, dat regeren meer is dan management, omdat het om het maken van essentiële keuzes over de inrichting van de samenleving draait, waaraan een - voor politieke discussie vatbaar - bepaald mens- en wereldbeeld ten grondslag ligt. Dat is de kern van het democratisch debat, want zonder zulke keuzes verliezen verkiezingen hun zin. Die verschillen kunnen zo wezenlijk zijn, dat zij niet omwille van de bestuurlijke beleidsvoortgang zomaar onder tafel geschoffeld mogen worden. Dat maakt het voor een partij volstrekt legitiem om voor oppositie kiezen, als de compromissen waaraan zij zich omwille van een coalitie verbinden moet, haaks staan op haar eigen uitgangspunten.

Kleurloos

Zou men dat bij deze formatie, net als in 2012, opnieuw negeren, dan levert dat bij de volgende verkiezingen nog meer versplintering op, omdat - bij het soort kleurloze links-rechts-kabinet van VVD tot GL dat Pechtold voor de geest staat - nog minder kiezers zich daarin zullen herkennen. Kortom: men dient nu omwille van de democratische duidelijkheid voor een ofwel rechts, ofwel links minderheidskabinet te kiezen.

Een van de recent gehoorde bezwaren daartegen luidt: maar dan zijn ministers hun leven niet meer zeker. Nu, dat lijkt mij juist een zegen. Dat had ons het eindeloze gepruts van Opstelten, Teeven en Van der Steur bespaard, omdat die dan al veel eerder waren weggestuurd, en nu dankzij een coalitiemeerderheid aan hun zetel konden blijven plakken.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.