Bezoekers bekijken robots op de Global Mobile Internet Conference (GMIC) exhibition in Beijing, China eind april dit jaar
Bezoekers bekijken robots op de Global Mobile Internet Conference (GMIC) exhibition in Beijing, China eind april dit jaar © EPA

Onze techniek stelt ons in staat mens te worden

Door onze technieken kunnen we simpele taken delegeren en ons zelf verder ontwikkelen.

De technologische ontwikkelingen volgen elkaar de laatste jaren in rap tempo op. We hebben allemaal weleens het gevoel dat we het niet meer kunnen bijhouden. Of erger nog: dat we ingehaald worden door de technologie, dat we zelflerende systemen ontwikkelen die zo slim worden dat ze ons voorbijstreven. Wordt het tijd dat we de zeggenschap over onze eigen levens gaan terugeisen?

Nee, de angst voor techniek is onnodig. Het veronderstelt een grens tussen mens en technologie, tussen natuurlijk en onnatuurlijk, die er helemaal niet is. We kunnen ons niet onttrekken aan de techniek. De mens was namelijk altijd al een technisch wezen.

De chatbot neemt de simpele taken van ons over, waardoor wij extra ruimte hebben om onszelf verder te ontwikkelen

De oermens gebruikte al technieken om beter te kunnen functioneren. Op het moment dat mensen speren gingen maken, waren ze beter in staat prooien te vangen. De mens was nou eenmaal niet de snelste, maar wie niet sterk is moet slim zijn. Doordat de mens wapens is gaan maken, kon het dieren aan die veel sterker waren dan hijzelf. Vanaf het moment dat de mens landbouw ging beoefenen, kon hij op één plek blijven. Hierdoor kon hij zich met andere dingen gaan bezighouden dan puur met overleven. Doordat we technieken zijn gaan ontwikkelen en gebruiken, hebben we de richting van onze eigen evolutie beïnvloed.

Moderne technologie heeft misschien een andere gedaante dan de technieken die we gebruikten in de oertijd. De functie ervan is echter onveranderd. Neem bijvoorbeeld Siri. We moeten deze slimme chatbot van Apple niet zien als vijand. We kunnen hem daarentegen beter beschouwen als een verlengstuk van ons lichaam. Doordat we Siri informatie voor ons laten opzoeken, routes laten uitstippelen en mail laten beantwoorden, houden we zelf weer tijd over om ons met ingewikkelder taken bezig te houden. De chatbot neemt de simpele taken van ons over, waardoor wij extra ruimte hebben om onszelf verder te ontwikkelen.

In feite handelen we nooit volledig autonoom. We zijn nooit volledig autonoom geweest en zullen dit ook nooit worden. Wat we doen wordt namelijk altijd mede bepaald door externe factoren. Het overlijden van onze naasten hebben we bijvoorbeeld niet zelf in de hand, terwijl dit wel degelijk een grote invloed op onze levens heeft. Als we in de rouw zijn, hebben we waarschijnlijk niet veel zin om te gaan feesten. We zijn niet in de stemming.

Tot die externe factoren moeten we ons op een goede manier zien te verhouden. De techniek kan ons daarbij helpen. Door de ontwikkeling van de medische technologie kunnen we mensen al veel langer in leven houden en kunnen we beter voorspellen wanneer iemand komt te overlijden. Dit maakt het gemakkelijker voor de nabestaanden om zo'n ingrijpende gebeurtenis te verwerken.

Kortom, technieken vervreemden ons niet van wie we zijn. Ze stellen ons juist in staat om mens te worden

Kortom, technieken vervreemden ons niet van wie we zijn. Ze stellen ons juist in staat om mens te worden. De techniek stelt ons in staat om onmenselijke dingen te doen, maar alleen mensen kunnen onmenselijke dingen doen. Technieken helpen ons om aan te passen aan externe omstandigheden. Dat werkt evolutionair in ons voordeel. Het maakt ons namelijk flexibel. Het leidt ertoe dat we niet zomaar uitsterven bij de eerste beste grote verandering, maar dat we ons gemakkelijk kunnen aanpassen.

We moeten de techniek gaan zien als een deel van onszelf, een verlengstuk. Technologie is niet minder natuurlijk dan wij zelf zijn. De technologie maakt ons juist tot wie we zijn. In de toekomst hebben robots het dus inderdaad voor het zeggen - maar die robots zijn we zelf.

Simone Zwitserloot studeert filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.