Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker tijdens de presentatie van de doorlichting van het Nederlands onderwijsstelsel door de OESO.
Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker tijdens de presentatie van de doorlichting van het Nederlands onderwijsstelsel door de OESO. © ANP

Nederlands onderwijs richt zich op gemiddelde leerling

Commentaar

De OESO stelt het wezen van het Nederlands onderwijs ter discussie: zijn gerichtheid op de gemiddelde leerling.

Een vat vol tegenstrijdigheden. Zo kan het Nederlands onderwijs worden gekenschetst. Enerzijds doen de leerlingen het goed in vergelijking met hun leeftijdsgenoten elders in Europa en worden ze op school adequaat toegerust voor de arbeidsmarkt. Anderzijds zijn die leerlingen gedesinteresseerd en ongezeglijk.

De OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking, die het Nederlands onderwijs aan een grondig kwaliteitsonderzoek heeft onderworpen, kan haar verbazing over deze ongerijmdheid niet verhullen. En ze stelt een wezenskenmerk van het Nederlands bestel ter discussie: zijn gerichtheid op de gemiddelde leerling. De bovengemiddelde leerling verpietert in diens schaduw.

Het is een paradoxale combinatie van een oud verheffingsideaal en postmoderne zelfredzaamheid: de zwakke leerling wordt bij de arm genomen opdat hij een gemiddelde leerling wordt, de goede leerling wordt geacht zijn eigen uitdagingen te creëren.

Aandacht voor de persoonlijke mogelijkheden is onbereikbaar in een publiek onderwijsbestel

De gedroomde situatie - aandacht voor de persoonlijke mogelijkheden - is onbereikbaar in een publiek onderwijsbestel. Maar de Nederlandse constellatie is hier wel erg ver van verwijderd, zoals ook minister Jet Bussemaker erkent. Hieraan is vooralsnog niet de conclusie verbonden dat ons bestel toe is aan een fundamentele revisie. Daarvoor doet Nederland het in de rankings nog te goed, en daarvoor overheerst te sterk de opvatting dat de sector - na mislukte experimenten in het verleden - rust moet worden gegund.

Een bestel dat op zo grote schaal onverschilligheid kweekt bij leerlingen - degenen om wie het allemaal te doen is - verkeert echter in crisis. Die moet worden aangepakt vóór ze zich ook manifesteert in de cijfers waarachter de voorstanders van behoud van de status quo zich nu nog verbergen.