Jacques Tichelaar.
Jacques Tichelaar. © ANP

Liegen is geen deel van een bestuurderscultuur, maar van de menselijke natuur

Telkens als een bestuurder wordt ontmaskerd als fraudeur, probeert men de situatie te duiden. Waarom doet zo'n man of vrouw dat nou? Hij of zij had toch al een heel goed salaris? Het geval 'Jacques Tichelaar' doet zeker de wenkbrauwen fronsen omdat het ook nog eens om een onnozel bedrag gaat. Juist dat onbegrijpelijke lokt de drang tot verklaren uit.

De pogingen tot duiding zijn vaak weinig verheffend en schieten overduidelijk tekort, zeker wanneer ze gericht zijn op de vraag: hoe voorkomen we dat een volgende bestuurder weer in de fout schiet. Neem de verklaring van Peter Middendorp (Vonk, 4 maart). Die komt hierop neer: 'Tichelaar maakt deel uit van een (bestuurs)cultuur. Binnen die cultuur is liegen gewoon. Daarom doet men het de hele tijd, ook al gaat het om kleine dingen.' Deze verklaring is buitengewoon unfair. Om het geval-Tichelaar te verklaren worden alle bestuurders in de hoek gezet. Het zijn allemaal leugenaars. Wat geeft Middendorp het recht dat te beweren? In elk geval niet de feiten, want zo hoog staat Nederland niet op corruptie-indexen. En zeker niet de meerderheid van de Nederlandse politici, die meer dan hun werk doen, hoewel het bon ton is ze naar believen af te zeiken.

Ten tweede impliceert de verklaring dat 'wij', de rest van Nederland zeg maar, allemaal lieve, aardige en eerlijke mensen zijn, die nooit liegen en die zeker 'het liegen niet gewend zijn'. Anders kan niet worden verklaard waarom nu juist 'alle bestuurders' frauderen en 'wij' dat niet doen. Als iedereen liegt maar alleen bestuurders frauderen, dan kan liegen niet als verklaring gelden.

Iedereen liegt

Hoe kan het dat sommige bestuurders denken dat ze kunnen wegkomen met liegen, terwijl 'wij', gewone leugenaars, voorzichtiger zijn en alleen al daarom minder liegen

Helaas weten we maar al te goed dat liegen geen deel is van een bestuurderscultuur maar van de menselijke natuur. Iedereen liegt. Daarmee zeg ik niet dat liegen akkoord is. Ik zeg alleen: 'liegen' verklaart niks als iedereen liegt en slechts sommigen frauderen. Zo'n verklaring helpt ons geen steek verder als we willen voorkomen dat zoiets nog eens gebeurt.

De interessante vraag is: hoe kan het dat sommige bestuurders denken dat ze kunnen wegkomen met liegen, terwijl 'wij', gewone leugenaars, voorzichtiger zijn en alleen al daarom minder liegen. Die vraag brengt ons bij institututies en hun disciplinerende karakter. Bijna 100 jaar geleden plaatste Max Weber het probleem van de frauduleuze bestuurder hoog op de agenda. Zijn antwoord hierop was bureaucratie: politici hebben een tegenmacht nodig en de bureaucratie kan die vormen, mits deze bestaat uit zelfstandig en langzaam werkende, eigenwijze experts die gehoorzamen; maar binnen grenzen. Uiteindelijk dienen de bureacratische experts de publieke zaak en niet de politici.

Om de ambtelijke experts te beschermen, zou het moeilijk moeten zijn hen te ontslaan. Anders zouden ze hun onafhankelijkheid verliezen. Webers bureaucratiemodel wordt steeds meer verlaten. Ambtenaren hebben geen status aparte meer. Het zijn steeds meer roulerende non-experts, die louter en alleen in dienst staan van de politiek. In die situatie is het wachten op de volgende Tichelaar.

Wim Dubbink is hoogleraar Ethiek van Bedrijf en Organisatie in Tilburg.