FNV en CNV voeren acties uit in de distributiecentra van Jumbo.
FNV en CNV voeren acties uit in de distributiecentra van Jumbo. © ANP

Hoe de vakbond weer hip kan worden

Wil de vakbeweging op lange termijn overleven dan doet ze er goed aan het poldermodel in te ruilen voor een model waarin een vakbondslidmaatschap duidelijke voordelen heeft voor de leden, betogt gastcolumnist Raoul Leering.

Als vakbonden niet zouden bestaan, werden ze morgen opgericht

Kunt u het zich voorstellen dat het mode is om lid te zijn van de vakbond? Nee? Nou, ik wel. Akkoord, het kost een beetje verbeeldingskracht want vakbonden roepen- al dan niet terecht- vooral het beeld op van een club met een vergrijsde achterban, vergrijsde onderhandelaars die elke keer als ze in de media komen de grijs gedraaide plaat 'we pikken het niet' opzetten. Tel daarbij de malle hesjes en petjes op waarmee actievoerende vakbondsleden rondlopen en het is niet moeilijk te begrijpen dat de vakbeweging geen hippe uitstraling heeft.

Het percentage van de Nederlandse werknemers dat lid is van een vakbond daalt gestaag. Was het in 1980 nog 35%, in 2016 was dat nog maar 23%. Hebben vakbonden dan geen toekomst? Jawel hoor. Als ze niet zouden bestaan, werden ze morgen opgericht, zo is mijn rotsvaste overtuiging.

Een ANWB die je ook helpt als je geen lid bent

De meeste mensen hebben geen zin om te betalen voor iets dat ze ook gratis kunnen krijgen

Stel je eens voor dat elke werknemer zelf over al zijn arbeidsvoorwaarden (loon, werktijden, scholing, pensioen, verlof, etc.) zou moeten onderhandelen. Dat zou een mooie inefficiënte bedoeling worden. Elk bedrijf zou zijn human resources afdeling flink moeten opblazen en er zou een wirwar van individuele regelingen ontstaan.

Werkgevers zouden in zo'n situatie al snel aansturen op afspraken voor meerdere werknemers tegelijk. En werknemers zouden zich weer realiseren dat ze door de werkgever tegen elkaar uitgespeeld worden als ze hun krachten niet bundelen.

Maar als een vakbond voor iedereen zo nuttig is, waarom is het ledental sinds de eeuwwisseling dan teruggelopen van 1,9 miljoen naar 1,7 miljoen nu?

Het belangrijkste antwoord is eigenlijk heel simpel: de meeste mensen hebben geen zin om te betalen voor iets dat ze ook gratis kunnen krijgen. In Nederland is het, volgens de Wet op de cao, zo geregeld dat cao- afspraken die de vakbonden maken voor alle werknemers in het bedrijf gelden, niet alleen voor de vakbondsleden. En bij sector- cao's profiteren ook de werknemers van bedrijven die zelfs niet aangesloten zijn bij de werkgeversverenigingen die over de cao onderhandelen. Dit laatste door toedoen van de zogeheten Algemeen Verbindend Verklaring (AVV).

De vakbond is dus eigenlijk een soort ANWB die je ook helpt bij autopech als je geen lid bent. Zou u dan nog lid blijven van de ANWB?

Uitholling

Wil de vakbeweging overleven dan moet ze het poldermodel inruilen voor een ander model

Het antwoord op de sluipende uitholling van de positie van de vakbeweging is dan ook dat het lidmaatschap meer waarde moet krijgen. Vraag de minister van Sociale Zaken de Wet op de cao aan te passen en help de AVV zelf om zeep door er als vakbond niet langer om te vragen.

Op deze manier profiteren alleen vakbondsleden van zaken die hun onderhandelaars voor elkaar boksen. Zo wordt het gratis meeliften door niet- leden de pas afgesneden. Moet je eens zien hoe snel het hip wordt om lid te worden van een vakbond!

Als de oplossing zo simpel is waarom heeft de vakbeweging dan niet al lang afstand genomen van de Wet op de cao en de AVV om zeep geholpen? De reden is de overlegeconomie. De regering maakt sociaal- economisch beleid voor het gehele land en heeft er dus belang bij om afspraken maken met werkgeversorganisaties en vakbonden die over de arbeidsvoorwaarden van zo'n beetje alle Nederlandse werknemers gaan. Dat is de reden waarom de representativiteit van de vakbeweging door de politiek zelden ter discussie wordt gesteld.

Maar hoeveel levert het gepolder op voor de vakbondsleden? Te weinig vindt de stroming binnen de FNV die de oppositie tegen het vorige bestuur aanvoerde in aanloop naar de bestuursverkiezing van afgelopen donderdag. Zij staan een vakbeweging voor die strijdbaard is op de werkvloer en daarmee herkenbaarder is voor leden dan een club die vooral vergadert onder de Haagse kaasstolp. De overlegeconomie leidt hooguit tot het afzwakken van regeringsplannen gericht op verslechtering van de positie van werknemers, zo luidt hun stelling. Het wegstemmen van bestuurslid Ruud Kuin afgelopen donderdag is mede het gevolg van deze onvrede.

De poging van de vakbeweging om afgelopen weken met de werkgevers een gezamenlijk advies voor het nieuwe kabinet op te stellen zal hoogstwaarschijnlijk niet slagen. Dat laat zien dat er voor de vakbondsleden in Den Haag inderdaad niet altijd veel te halen is. Wil de vakbeweging op lange termijn overleven dan doet ze er goed aan het poldermodel in te ruilen voor een model waarin een vakbondslidmaatschap duidelijke voordelen heeft voor de leden. Ook al kan dat betekenen dat de vakbeweging dan minder vaak mag meepraten in Den Haag.

Raoul Leering is hoofd internationaal handelsonderzoek ING en deze maand gastcolumnist van de Volkskrant.