Harriët Duurvoort: 'Alle e-nummers vertrouwen doe ik niet'
© de Volkskrant

Harriët Duurvoort: 'Alle e-nummers vertrouwen doe ik niet'

Het was eerst een opluchting om Rosanne Hertzbergers lofzang op e-nummers te lezen. Ik ben niet heel vroom als het om eten gaat. Ik geniet van mijn ochtendomeletje, ook al vinden de oogverblindend dunne barbies van het groene geluk dat kippenmenstruatie. Toch heb ik in een vlaag van gezonder willen leven ooit een bak chiazaad gekocht. Op zoek naar mijn innerlijke kanarie wellicht. Ik los smoothiedagen af met happy meals, volvette Surinaamse rijst-kerriekip en pizza. Ter compensatie - hoewel ook vol e-nummers - vitaminepillen. E-nummers eet ik dus vaak gewoon, ook al voel ik mij er schuldig en ongezond bij. Een foodie ben ik niet. Maar alle e-nummers vertrouwen doe ik ook niet.

Het fnuikende is dat sommige e-nummers best natuurlijk zijn of in elk geval klinken, terwijl we ze onbewust allemaal associëren met gif. Johannesbroodpitmeel, E410, klinkt mij toch minstens speltachtig in de oren. Het is absoluut romantisch te vermarkten. Het doet denken aan een pittoresk klooster waar monniken al sinds 1670 het verdikkingsmiddel produceren. Wellicht een optie voor andere e-nummers. Noem het mozesmeel of abrahamszaad, dat wekt alweer meer vertrouwen.

Als mijn zoontje van middelbare leeftijd is kan hij wellicht steak printen bij de Appie

Het e-nummer dat mij altijd het meest intrigeerde, omdat ik het vies vind, is de rode kleurstof E120. Karmijnzuur bood ons de roodtinten van Vermeer en nu het roze in de roze koeken of frambozenkwark (daarom gooi ik liever frambozen in naturelkwark). De Inca's ontdekten al dat een cactusschildluis een prachtig rode kleurstof voortbracht. In een kilo E120 is een plaag van maar liefst 140 duizend luizen geplet. Nu zijn insecten het voedsel van de toekomst en zie je door het pletten geen pootjes of schildjes meer op je roze koek. Maar ik eet ze niet.

Voorts ben ik als consument geheel afhankelijk van Wikipedia. Ik neem een willekeurig e-nummer, E284, boorzuur. Lekker korte naam, in tegenstelling tot 'hydroxypropylmethylcellulose' (E464). Boorzuur is een veelzijdig stofje, leer ik. Wordt toegepast voor het solderen van goud. En voor het bestrijden van houtworm, maar dat mag alleen door professionals vanwege de giftigheid. In boorzalf wordt het gebruikt tegen luieruitslag. Omdat het gif de huid intrekt en schadelijk is voor nieren en zenuwstelsel wordt dit ontraden. Maar verrassend genoeg is dit goedje wel toegestaan als conserveermiddel voor iets eetbaars. 4 gram E284 per, toe maar, kilo kaviaar. Lieve Rosanne, ben ik een erge tuthola als ik deze kaviaar laat staan?

Maar met Hertzberger heb ik hooggespannen verwachtingen van voedselinnovatie. Als mijn zoontje van middelbare leeftijd is kan hij wellicht steak printen bij de Appie. Een tijd geleden werd het eerste stuk kweekvlees gepresenteerd. Een absolute doorbraak voor een dierliefhebbende carnivoor zoals ik. Hier geen met hart en ziel gekweekt oervlees van een speltrund dat midden in zijn genotvol huppelbestaan bruut naar het slachtschavot geleid was. Nee, een opgekweekte gekloonde spier.

Europeanen hebben de neiging het premoderne verleden te romantiseren

Maar de presentatie was een flop. Mannen in witte jassen die het wondervlees in een koekenpan met margarine gooiden en zelfs zout en peper vergaten. Het leerachtige resultaat deed niemand watertanden. Had in vredesnaam Nigella Lawson ingevlogen voor dit historische stuk vlees. Die het zwoel in de camera kijkend in een droomkeuken vol rozemarijnplantjes tot een verleidelijke tamarind marinated bavette steak of iets dergelijks had omgetoverd.

Europeanen hebben de neiging het premoderne verleden te romantiseren zonder stil te staan bij het leed en de voedselschaarste waarmee karige oogsten gepaard gaan, stelt Louise Fresco. Daarom is er zoveel kritiek op voedseltechnologie.

Voor 'biologische' keuterboertjes die de zoveelste Afrikaanse droogte moeten doorstaan, is de romantiek ver te zoeken omdat van het erf niet eens de eigen kinderen gevoed kunnen worden. Dertig jaar na Live Aid storten we andermaal op giro 555 voor de zoveelste hongersnood. Inmiddels zijn er genetisch gemodificeerde gewassen (gentech), die beter bestand zijn tegen droogte. Toch is het dubbel. Ontwikkelingsorganisaties staan positief tegenover wetenschappelijke innovatie, maar waarschuwen voor de effecten van de monopoliepositie van gentech-multinationals op de wereldvoedselmarkt.

Ik neem bij de haute friture nog een hapje e-nummerloze 'oerkroket van in de Hoekse Waard geschoten ganzen', net besteld bij een enthousiaste 'jager-verzamelaar' met hipsterbaard. Voor wie niet zelf op jacht hoeft, is eten inderdaad romantiek. En e-nummers en gentech zijn niet romantisch.

Met haar ode aan de E-nummers in ons voedsel heeft Rosanne Hertzberger zich de woede van de foodies op de hals gehaald. Een clash van levensbeschouwingen. 'Neemt mevrouw zichzelf serieus?'.

Naar de biologische supermarkt om zelf thuis te koken? Da's slecht voor de portemonnee, slecht voor de planeet en zelfs slecht voor de emancipatie. Aldus NRC-columnist en microbioloog Rosanne Hertzberger in haar nieuwe boek 'Ode aan de E-nummers'.