Greenpeace zit ernaast, gentech is juist geweldig

Wetenschapsjournalist Hidde Boersma: de wereld is juist gebaat bij 'verbeterd voedsel'

Ooit was hij Greenpeace-fan, nu ligt wetenschapsjournalist Hidde Boersma in de clinch met de milieuorganisatie, die gentechvoedsel als schadelijk ziet.

Well Fed

Regisseur Karsten de Vreugd, cameraman Philip Fountain en Hidde Boersma maakten de film Well Fed, die de invloed onderzoekt van de westerse weerstand tegen genetische modificatie op de armste boeren. Première 27 mei, 20.00 uur in De Balie in Amsterdam. Op tv: 31 mei, 22.30 uur bij BNN op NPO3.

Toen ik laatst in mijn ouderlijk huis in Friesland door wat spullen op zolder snuffelde, stuitte ik op foto's van een familievakantie in Normandië begin jaren negentig. Op de achtergrond de Mont Saint-Michel, op de voorgrond mijn zusje en ik in een afgeknipte spijkerbroek en een wit T-shirt met de tekst 'Waarom zou ik mijn kamer opruimen, als de wereld zo'n zootje is?' en daaronder het logo van Greenpeace.

Greenpeace, dat vond ik vroeger geweldig. Als ik later groot was, zou ik meevaren op de beroemde Rainbow Warrior om walvisvaarders te torpederen. Een beetje geweld was wel geoorloofd in de strijd tegen het kwaad, vond ik als kind.

De anti-armoe-aubergine

Kunnen genetisch gemodificeerde gewassen de armste boeren helpen? Bekijk hier het interactieve verhaal.

Vijfentwintig jaar later tref ik mezelf op een woensdagmiddag aan in een Radio 1-studio tegenover Herman van Bekkem, campagneleider duurzame landbouw van Greenpeace. We staan lijnrecht tegenover elkaar in een fel debat: ik, inmiddels opgegroeid tot microbioloog en wetenschapsjournalist, beschuldig Greenpeace ervan verantwoordelijk te zijn voor de dood van arme mensen, Van Bekkem werpt tegen dat ik een controversiële mening verkondig puur uit eigen gewin. Het radiodebat is maar een van de vele keren dat ik de afgelopen jaren in aanvaring ben gekomen met de milieuorganisatie. Het onderwerp waar we het telkens niet over eens kunnen worden: genetische modificatie.

Genen overzetten

Genetische modificatie of gentechnologie is de methode waarmee in een laboratorium genen worden overgezet van het ene organisme in het andere. Vooral toepassingen in de landbouw zijn controversieel. Wie googlet op 'genetisch gemodificeerd voedsel' komt al snel uit op alarmerende berichten: waarschuwingen over de meest vreselijke ziektes, van allergieën tot kanker, tot hiv. In sommige Afrikaanse landen gaat zelfs het verhaal dat kinderen homo kunnen worden van gemodificeerd voedsel. Klik op Google Images en je ziet muizen met gigantische tumoren. Ook Monsanto, een van de grootste biotechnologische zadenbedrijven ter wereld, komt veelvuldig voorbij, vaak in combinatie met gasmaskers, doodshoofden en het radioactiviteitssymbool. Dat bedrijf moet wel de duivel zijn.

Maar het gros van deze informatie klopt niet, weet ik na jarenlang onderzoek naar gentechnologie. De techniek kan zowel mensen als de planeet vooruit helpen, is mijn stellige overtuiging. En daarin sta ik niet alleen: de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Food and Agriculture Organisation (FAO) van de Verenigde Naties, de Koninklijk Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de equivalenten daarvan in Amerika, Brazilië en Frankrijk, allemaal huldigen ze het standpunt dat genetische modificatie een veilige en potente techniek is die bijdraagt aan de verduurzaming van de landbouw, en het leven van arme boeren kan verbeteren. Maar merkwaardig genoeg gaan de grote ngo's (Greenpeace, Oxfam Novib, Hivos) niet mee in de wetenschappelijke consensus. Volgens hen is gentechvoedsel schadelijk voor de gezondheid en profiteren louter grote bedrijven ervan.

Hoe kon het gebeuren dat ik, met mijn Greenpeace-T-shirt, nu diametraal tegenover de ngo's ben komen te staan? Ik kom uit een links en groen gezin. Mijn vader was natuurbeschermer bij Staatsbosbeheer. In de weekenden nam hij me mee vogels kijken. De statige roerdomp in het riet bij 't Swin in Harich in Zuidwest-Friesland heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Milieuorganisaties dienden bij ons thuis als moreel kompas. Toen ik in 1998 besloot biologie te gaan studeren in Groningen, dacht iedereen: die gaat zijn vader achterna.

Profs leerden me over plantenveredelingmethoden en toonden aan dat niets wat wij eten nog het predicaat 'natuurlijk' verdient

Mijn interesse ging echter niet uit naar de ecologie, maar naar de moleculaire biologie. Hoogleraren vertelden me tijdens colleges over mijn dna, dat eigenlijk maar een samengeraapt zootje bleek, vol met restanten van niet meer gebruikte genen en overblijfselen van virussen. Andere profs leerden me over plantenveredelingmethoden en toonden aan dat niets wat wij eten nog het predicaat 'natuurlijk' verdient. Zo leerde ik dat de vitamine- en mineraalrijke grapefruits in onze supermarkt het resultaat zijn van radioactieve bestraling op stekjes. Docenten vertelden me over genetische modificatie, toen nog relatief nieuw, dat veel preciezer en sneller te werk ging dan andere veredelingsmethodes. In het lab mocht ik zelf met dna aan de slag: ik knipte, verwijderde, verplaatste, en dat bleek allemaal te kunnen zonder dat er rare dingen gebeurden.

Vervuild debat

Toen ik na mijn promotie verhuisde naar Amsterdam om aan het werk te gaan als wetenschapsjournalist, werd genetische modificatie een van mijn belangrijkste onderwerpen. Allereerst uit een verlangen naar wetenschappelijke zuiverheid: hoe kon het toch dat milieuorganisaties zo makkelijk de wetenschappelijke consensus naast zich konden neerleggen, zonder dat mensen zich daar over opwonden? In discussies met vrienden, die zich het beste laten omschrijven als hoogopgeleid, links en begaan met het milieu, werd me langzaam duidelijk dat dit onder andere komt doordat het debat vervuild is met een hoop onzin.

De term fake news mag dan pas het afgelopen jaar echt doorgebroken zijn, wetenschappers worstelen er al minstens een decennium mee. Gentechgewassen verantwoordelijk voor zelfmoorden in India? Zika veroorzaakt door gentechmuggen? Monsanto voor het mensenrechtentribunaal in Den Haag? Gentech stiekem een populatiecontrolemiddel gefinancierd door Bill Gates? Allemaal aantoonbaar onjuist. Maar ik heb de berichten één voor één langs zien komen op mijn Facebooktimeline, gedeeld door mensen die ik hoog heb zitten.

De informatie komt van sites als het populaire NaturalNews.com, dat bol staat van de samenzweringstheorieën, of van Vani Hari, beter bekend als The Food Babe, die een kruistocht voert tegen alles wat met moderne landbouw en voedselproductie te maken heeft. Als voorstander van gentech is het lastig discussiëren: op feestjes word ik constant in de verdediging gedrukt met dit soort verhalen. Tegen de tijd dat ik die verhalen een voor een heb ontkracht, is het feest alweer afgelopen.

Het onderliggende gedeelde sentiment van de critici, en dat geldt ook voor mijn vrienden, is een groot ongemak met de moderne maatschappij, die te ondoorzichtig en onpersoonlijk is geworden. Leven in de 21ste eeuw vergt een groot vertrouwen in instituties. Voordat voedsel op je bord ligt, heeft het een keten doorlopen die zo lang is en zo vol zit met grote bedrijven en verre overheidsinstanties, dat het voor de gemiddelde burger niet of nauwelijks is te overzien, laat staan te controleren. Als tegenreactie kiezen mensen voor natuurlijk, biologisch en rechtstreeks bij de boer. Dat geeft een zweem van vertrouwen en controle. Hoogtechnologische genetische modificatie past daar niet bij.

Een rechtgeaarde, stadse progressief hoort tegen de techniek te zijn, ongeacht wat de wetenschap zegt

Die hang naar controle laat zich ook elders zien. Bijvoorbeeld bij vaccinatie: in het bekroonde boek On Immunity ontdekt de Amerikaanse schrijver Eula Biss dat veel haar vriendinnen uit de upper class van Chicago hun baby's niet laten vaccineren, puur als antikapitalistisch statement. Zo nemen ze het heft weer in handen, vinden ze zelf. Ook de stijgende populariteit van homeopathie onder hoogopgeleiden in Nederland laat zich hierdoor verklaren: geen onpersoonlijke, ondoorzichtige big pharma, maar een vriendelijk individu dat écht de tijd voor je neemt.

Cultuuroorlog

De weerstand tegen gentech is onderdeel geworden van de culture wars, een tweekampenstrijd tussen links en rechts die niet over feiten gaat maar over waarden. De term komt uit de Verenigde Staten en beschrijft de tendens dat bij veel onderwerpen de standpunten langs politieke lijnen zijn gaan lopen. Dat geldt voor klimaatverandering, wapenbezit en abortus. En dus ook voor gentech: een rechtgeaarde, stadse progressief hoort tegen de techniek te zijn, ongeacht wat de wetenschap zegt. Met behulp van een confirmation bias voedt NaturalNews mijn vrienden met misinformatie die precies binnen hun wereldbeeld past en die ze dus gretig omarmen.

In zijn boek The War on Science laat wetenschapsjournalist Shawn Otto zien dat ook de wetenschap door die cultuuroorlog is gespleten. Aan de ene kant zijn er de onderzoekers die werken aan technologische vooruitgang, aan de andere kant staan zij die de negatieve invloed van de mens op de planeet onderzoeken. De ingenieurs versus de milieuecologen. Dat is waarom Greenpeace wegkomt met de ogenschijnlijke discrepantie tussen haar klimaatstandpunt, waar ze de wetenschap wel volgt, en hun gentechstandpunt, waar dat niet gebeurt. Gentech zit in het verkeerde kamp, en is daarmee verdacht.

Gentechaubergines

Willen we echt stappen maken in klimaatbescherming en armoedebestrijding dan moeten we die 'culture wars' opzij zetten

Lang dacht ik dat die cultuuroorlog een vrij onschuldig, westers fenomeen was. Maar vorig jaar bracht ik voor een documentaire een bezoek aan het platteland van Bangladesh. Boeren werken daar sinds kort met genetisch gemodificeerde aubergines, die door hun nieuwe opmaak insecten afweren. Gentech zorgt op dit deel van de aarde voor een drastische vermindering van pesticidengebruik. Dat is niet alleen goed voor de gezondheid van de boeren, maar ook voor hun inkomsten, want pesticiden zijn duur. De gentechaubergine was oorspronkelijk bedoeld voor de Indiase markt, maar is daar verboden onder invloed van westerse ngo's en milieuorganisaties.

Miljoenen boeren, ook in andere ontwikkelingslanden, wordt zo een techniek onthouden vanwege westerse preoccupaties over 'natuurlijk', terwijl gentechnologie daar het verschil kan maken tussen leven en dood. Door mijn reis naar Bangladesh ben ik gaan inzien hoe het afwijzen van gentechnologie een luxe is die alleen de rijken der aarde zich kunnen permitteren. Wij westerlingen kunnen afwachten, want ons bord is elke dag gevuld. Maar niks doen in ontwikkelingslanden kost levens: het betekent meer gif, meer armoede en meer honger.

Willen we echt stappen maken in klimaatbescherming en armoedebestrijding dan moeten we die 'culture wars' opzij zetten. Dan moeten we zowel de ingenieurs als de milieuecologen omarmen. Het is een standpunt dat ik deel met Patrick Moore en Stephen Tindale, respectievelijk mede-oprichter en voormalig directeur van Greenpeace. Beide mannen hebben de beweging de rug toegekeerd, omdat ze tot het inzicht kwamen dat de milieuorganisatie op veel vlakken meer kwaad dan goed deed. Beiden zijn nu pleitbezorgers van gentech. Totdat Greenpeace begrijpt dat deze wereld is gebaat bij technologische innovatie, zullen de milieuorganisatie en ik tegenover elkaar staan. Maar als ze genetische modificatie wel accepteren, trek ik met trots mijn veel te kleine shirt weer aan.