Vrouwelijke hoogleraren, september 2006.
Vrouwelijke hoogleraren, september 2006. © ANP

Glazen plafond aan de universiteit bestaat niet

Er is helemaal geen kloof tussen het aantal vrouwelijke promovendi en vrouwelijke toponderzoekers.

Minister Bussemaker maakt geld vrij voor honderd nieuwe vrouwelijke hoogleraren, want er zou een glazen plafond of een lekkende pijplijn bestaan, waardoor vrouwelijke wetenschappers worden benadeeld. Maar dit berust op een misverstand, op een verkeerde interpretatie van cijfers. Dat is niet erg als het om een discussie in de kroeg gaat, maar nu zijn deze verkeerde cijfers basis van politiek beleid.

De discussie over het aantal vrouwelijke professoren aan Nederlandse universiteiten steekt een paar keer per jaar de kop op, en altijd wordt er met cijfers geslingerd. 'Ruim 40 procent van de promovendi in Nederland is vrouw, terwijl dat bij hoogleraren slechts 17 procent is.' In december bracht het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren in zijn jaarlijkse monitor naar buiten dat er een gebrek aan doorstroom van vrouwen zou zijn. Een glazen plafond zogezegd. Afgelopen zomer schreven twee vrouwelijke wetenschappers in de Volkskrant ook over de ongunstige situatie voor vrouwen om door te stoten naar de top van de academische wereld. Hier zou er sprake zijn van een lekkende pijplijn.

Onjuist

Bestaat er een lekkende pijplijn of is dit iets uit het verleden?

Vorig jaar had ik last van lekkage in mijn woning. Ik ben geen loodgieter, maar ontdekte snel wat er mis was. Met een zaklamp en een portie gezond verstand kom je een heel eind. Hoe zit het dan met de academische wereld? Bestaat er een lekkende pijplijn of is dit iets uit het verleden?

Het is oneerlijk en vooral ook onjuist om cijfers van hetzelfde jaar direct met elkaar te vergelijken. Helaas gebeurt dat in de meeste rapporten en opiniestukken. Van de promovendi is 40 procent vrouw, maar bij hoogleraren is dat slechts 17 procent. Zou dat ook niet 40 procent moeten zijn? Misschien wel, maar dan pas over 22 jaar. Zo lang duurt het gemiddeld voordat je als beginnende promovendus bent doorgestroomd naar een hoogleraarspositie (zie rapportage Rathenau Instituut in 2013).

Lek gedicht

Ik heb er cijfers van het CBS bijgehaald. In 2011 was 35 procent van de universitair docenten (UD) vrouw. Het aantal vrouwelijke promoties lag acht jaar eerder (de gemiddelde tijd van promotie tot UD) op 36 procent. Nauwelijks verlies aan vrouwen dus! Bij universitair hoofddocenten (UDH) en hoogleraren waren de cijfers iets minder gunstig. Daar ergens zit dus het lek, concluderen sommigen.

Maar zij vergeten dat het aantal promoties per academiejaar gerapporteerd wordt, terwijl het percentage hoogleraren een gemiddelde is van het moment van aanstelling tot aan het emeritaat. Het is juister om te kijken naar het aantal excellente vrouwelijke onderzoekers op het niveau van hoofddocent of hoogleraar aan het begin van hun carrière.

Dit kan bijvoorbeeld door de cijfers van het VICI- of VIDI-programma van het NWO erop na te slaan. In 2011 was respectievelijk bijna 23 en 33 procent van deze toponderzoekers vrouw - bijna exact hetzelfde percentage als het aantal vrouwelijke promovendi in de van toepassing zijnde jaren uit het verleden (respectievelijk 24 en 30 procent; cijfers van het CBS). Het lek is dus al sinds 2011 gedicht. Ik kan mijn zaklamp opbergen.

Laten we de beste mensen aanstellen en niet overcompenseren door vrouwen hogere kansen te geven

Toch blijven de lekkende pijplijn, het glazen plafond of hoe het ook genoemd wordt, hardnekkig terugkomen in de media. Als gevolg wil de minister van Onderwijs miljoenen euro's besteden om een probleem op te lossen dat er niet is.

Laten we gewoon de beste mensen aanstellen en niet overcompenseren door vrouwen hogere kansen te geven. Want daar heeft de wetenschap niets aan. Hoe we het aantal vrouwelijke hoogleraren sneller kunnen laten stijgen? Ik pleit voor een snellere doorstroom van talenten - daar is iedereen bij gebaat.

Steven Verhelst is hoogleraar chemische biologie aan de KU Leuven.