Thierry Baudet achter zijn zojuist afgeleverde vleugel in zijn werkkamer in het Tweede Kamergebouw, 1 juni.
Thierry Baudet achter zijn zojuist afgeleverde vleugel in zijn werkkamer in het Tweede Kamergebouw, 1 juni. © ANP

Geerten Waling: Populisme, de terugkeer van het idealisme in de politiek

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Eerder vandaag schrijver Sarah Sluimer, nu is het de beurt aan historicus Geerten Waling.

Wat maakt dat populisme toch zo gevreesd?

'Is Forum voor Democratie een extreem-rechtse partij?', opende de Volkskrant vorige week zaterdag. Diep in de krant weggestopt volgde een lang artikel waarin de vraag uit de kop vooral ontkennend werd beantwoord. De krant schoot met hagel op een mug, waarna de mug ook nog vrolijk wegvloog. Maar de boodschap was onmiskenbaar: andermaal bedreigt een populistische partij onze democratische rechtsstaat.

Wat maakt dat populisme toch zo gevreesd? Volgens politicologen zoals Jan-Werner Müller kenmerkt het populisme zich door anti-pluralistisch en anti-elitair gedachtegoed. Dat eerste moet niet worden uitgelegd als racistisch of xenofoob - de populistische voorliefde voor de Leitkultur wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd - maar als ontkenning van de diversiteit van het electoraat. Populisten zien één volk, dat één wil heeft.

Toch is ook die constatering iets te gemakkelijk. Het is maar de vraag of Donald Trump in zijn campagne zoveel vaker de woorden 'the American people' in de mond heeft genomen dan Hillary Clinton. En in Nederland hebben niet alleen Geert Wilders en Thierry Baudet, maar ook alle andere lijsttrekkers zich in de verkiezingscampagne weleens generaliserend uitgelaten over 'de burger' of 'de mensen in het land'. Zulke retoriek hoort nu eenmaal bij de ambitie om het volk te vertegenwoordigen. Zelfs opportunistische scheidslijnen in de bevolking - 'de échte Nederlander', 'de hardwerkende burger' - worden niet uitsluitend getrokken door politici die als 'populisten' te boek staan.

Anti-elitair?

Met de slogan 'de hoge heren in Den Haag leveren uitstekend werk' kom je als nieuwe partij niet bijster ver

Maar populisten zijn dan toch in ieder geval anti-elitair? Dat valt nog te bezien. Zij zijn zeker 'anti-establishment'. Maar of het nu drain the swamp van Trump is, of 'de Haagse kliek' waar Wilders zich tegen verzet - zelden wijzen zij 'elites' categorisch af. Eerder willen zij de gevestigde orde vervangen door een betere. En welke outsiderspartij wil dat nu niet? Met de verkiezingsslogan 'de hoge heren in Den Haag leveren uitstekend werk' kom je als nieuwe partij niet bijster ver.

Een sluitende definitie van populisme is onmogelijk te geven - te meer omdat de term vooral dient ter diskwalificatie van politieke tegenstanders. Toch is zij wel bruikbaar, bij gebrek aan beter, om de beweging te beschrijven die de gevestigde orde in veel democratieën zo de stuipen op het lijf jaagt.

We moeten ons niet blindstaren op de provocatieve voormannen en
-vrouwen van populistische partijen, maar kijken naar hun achterban. Naar de redenen waarom Amerikanen op Trump stemden. Of de Britten voor de Brexit. Of waarom in Frankrijk en Nederland, in weerwil van de juichende commentatoren, populistische partijen nog steeds groeien. Dan zien we een populistische voedingsbodem in de vorm van een sterk engagement onder burgers die zich niet meer herkennen in traditionele politieke partijen en structuren, maar die wel willen geloven dat hun stem ertoe doet.

Pathos en elan

De één gelooft in de Jessias, de ander in de Lavendelprofeet

Het populisme gaat allang niet meer (alleen) om de boze, witte man die de greep op de wereld verliest. De beweging is niet per definitie cynisch of destructief - zelfs als sommige leiders en ideologen dat wel zijn. Het is in feite een nieuw idealisme dat links en rechts opbloeit buiten de gevestigde partijen. Was het in 2008 nog Barack Obama die met 'hope' en 'change' grote massa's wist te inspireren, in 2016 voelden andere groepen Amerikanen zich aangetrokken tot het 'make America great again' van Donald Trump en 'a future to believe in' van Bernie Sanders.

We zagen hetzelfde in Frankrijk met Le Pen en Macron - en ook in Nederland. Hoewel ze inhoudelijk een afkeer van elkaar hebben, zijn de aanhangers van Jesse Klaver en Thierry Baudet in grote lijnen vergelijkbaar: veel jongeren met idealen, die bijval krijgen van oudere aanhangers die de hoop op verandering, die zij lang geleden hadden verloren, lijken terug te vinden.

Pathos en elan zijn nooit ver weg. De één gelooft in de Jessias, de ander in de Lavendelprofeet. Maar allen delen de overtuiging dat zij, via democratische weg, het verschil kunnen maken. Het populisme is dus niet zozeer een vijand die van buitenaf de democratie bedreigt, maar een uiting van idealisme die, hoewel niet zonder de nodige kritiek, door elke democraat kan worden gewaardeerd.

Geerten Waling is historicus, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en auteur van o.a. Zetelroof (Nijmegen: Vantilt 2017).