Mensen in de rij bij bakker Voskamp in Spijkenisse, 31 december 2015.
Mensen in de rij bij bakker Voskamp in Spijkenisse, 31 december 2015. © ANP

Gastcolumn Keyvan Shahbazi: wie in Nederland van het gemiddelde afwijkt, is dikwijls verdacht

In Nederland heeft iedereen recht op een eigen mening, maar wie van de gezelligheid van het gemiddelde afwijkt, is dikwijls verdacht, schrijft Keyvan Shahbazi.

Het 'egalitarisme' is een centrale waarde in de Nederlandse cultuur

Stelt u zich voor: u staat in de rij bij de bakker, iemand passeert de rij, loopt naar de bakker toe en bestelt brood. Dat kan natuurlijk niet. Althans niet in Nederland. Voor de kassa hebben we het hier vaak over wie aan de beurt is en wie nog niet. Wij zijn allemaal gelijk en niemand hoort zich verheven te voelen boven anderen. Het 'egalitarisme' is een centrale waarde in de Nederlandse cultuur. Getuige daarvan is de continue zorg om de perceptie van gelijkheid te bewaken. Wanneer iemand in een rij voordringt, interpreteren we het als onrecht of een verstoring van het evenwicht. Met als gevolg dat ons adrenalinepeil omhoog schiet en we, in ieder geval verbaal, in actie komen.

Een paar kilometer over de grens, is het vanzelfsprekend dat de familie en vrienden van de bakker niet in de rij hoeven te staan. Het zou anders een enorme afgang zijn voor de man. Dat geldt ook voor ouderen of voor iemand die thuis een zieke verzorgt. Wie eerder of later wordt geholpen, is niet zo'n principekwestie. Dan maar een halve minuut later.

Het bestrijden van maatschappelijke ongelijkheid heeft de Nederlandse samenleving veel goeds gebracht. Maar het gelijkheidsideaal heeft ook geleid tot perfide dogma's. Zo lieten we tot voor kort de selectie voor de studies met numerus fixus, zoals geneeskunde, deels aan toeval over. Niet de beste, ijverigste en slimste studenten werden toegelaten, maar de laffe oplossing was om deels de loting te laten bepalen wie een plaats kreeg. Hoeveel briljante artsen hebben we in die jaren niet ingeruild voor middelmatige? Het ging hier niet om een nobel streven als gelijkwaardige toegang tot maatschappelijke participatie. Nee, hier werden intelligentie, doorzettingsvermogen en talent simpelweg genegeerd.

Nederlandse studenten hebben de gewoonte om in de collegezaal al een eigen mening te uiten over de leerstof

Gelukkig lijkt het erop dat we dit soort gelijkheidsdogma's langzaam achter ons laten. De gelovigen raad ik altijd aan om zich de volgende situatie voor te stellen. Uw kind moet worden geopereerd en u mag kiezen uit twee chirurgen. Kiest u degene die met een 6 is afgestudeerd of degene die met een 9 is afgestudeerd? In mijn eigen studententijd was het absoluut not done om aan de grote klok te hangen dat je een 9 of een 10 had. De ongeschreven regel was je te schuilen in de gezelligheid van het gemiddelde. Anders was je een streber en viel je buiten de groep. En als iemand een 4 of 5 had, lag het niet aan hemzelf, maar was hem een groot onrecht aangedaan.

Laatst kwam mijn zoon thuis met een 8 voor zijn rekentoets. Hoe het de rest in de klas was vergaan, wist hij niet. Van de juf mochten ze elkaars cijfers niet weten. Volgens haar was het niet belangrijk welk cijfer je had. 'Natuurlijk is het belangrijk', riep ik uit frustratie, 'hoe hoger je cijfer is, hoe meer je weet.'

Nederlandse studenten hebben de gewoonte om in de collegezaal al een eigen mening te uiten over de leerstof. En vervolgens tot grote ergernis van buitenlandse hoogleraren met hen in discussie te gaan. Ooit vroeg een Britse hoogleraar of ik wist waarom Nederlandse studenten zo vaak hun zinnen beginnen met 'Ik vind ...'. 'Als ze het al zo goed weten, waarom komen ze dan naar mijn colleges?', vroeg hij zich af.

Een ruwe verkondiging van de eigen mening is in Nederland een teken van eerlijkheid

Nog een centrale waarde in de Nederlandse cultuur is 'het belang van de autonomie van het individu'. Wij zijn zelfstandige autonome individuen met recht op het hebben en ongehinderd uiten van een eigen mening. In veel andere culturen is het streven naar verbondenheid en harmonie veel belangrijker dan het uiten van de eigen mening. Het is een uiting van respect voor je gesprekspartner, om je eigen mening niet ruw en direct tegenover die van hem te zetten.

Een ruwe verkondiging van de eigen mening is in Nederland daarentegen een teken van eerlijkheid, maar bijvoorbeeld in België ziet men het als lomp en onbeschoft. En andersom is het in België een beleefdheidsvorm om niet direct een tegengestelde mening te verkondigen, maar in Nederland komt ditzelfde over als onbetrouwbaar, geniepig en vals. De uitdrukking 'Oost Indisch doof zijn' illustreert al onze perceptie van mensen die uit respect hun eigen mening inslikken, maar vervolgens vastlopen in confrontatie met onze directheid.

Culturele kenmerken zeggen weinig over individuen. Maar als we ervan uitgaan dat deze kenmerken onze zorgen en prioriteiten beïnvloeden, dan beïnvloeden ze ook onze motivaties, emoties en gedrag. Dit geldt ook zeker voor de eerder genoemde Nederlandse waarden 'gelijkheid' en 'recht op een individuele mening'. Het komt er dan op neer, dat we in Nederland autonome individuen zijn met recht op het hebben en onomwonden uiten van een eigen mening. Waarbij onvoorwaardelijke verbondenheid, harmonie en hoffelijkheid geen leidende principes zijn, maar slechts hindernissen voor 'eerlijkheid'. Maar tegelijk is doorgaans iedere perceptie van ongelijkheid ongewenst. En wie van de gezelligheid van het gemiddelde afwijkt, is dikwijls verdacht. Hoe paradoxaal wil je het nog hebben?  

Keyvan Shahbazi is cultureel psycholoog en deze maand gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.