1524146
Archieffoto © Thinkstock

Fleur Wirtz: 'De vrouw loopt vooral zichzelf in de weg'

Opinie Zolang de vrouw weet aan welke eisen ze moet voldoen, doet ze het vaak beter dan de man, schrijft Fleur Wirtz. Daarna slaat de twijfel toe.

 
Terwijl meisjes en vrouwen binnen de structuren van school en universiteit goed presteren, lijkt het velen aan zelfvertrouwen te ontbreken zodra ze het zelf moeten doen.

Onlangs (2 februari) stond in deze krant het artikel 'De Grote Vrouwelijke Revolutie', waarin een rooskleurige toekomst voor de vrouw wordt geschetst. Volgens de auteur, Rutger Bregman, doen vrouwen het goed in de statistieken en bezitten ze eigenschappen die die van mannen aanvullen en in sommige posities zelfs wenselijker zijn.

Ik kan niet anders dan blij zijn met deze visie en ik vermoed vele anderen met mij. Bregman wijst erop dat vrouwen echter nog steeds weinig doordringen in echte topfuncties, en hij wijt dit aan het old boys network.

Twijfel lijkt door Bregman te worden gepresenteerd als een sterke eigenschap en als tegenhanger van monomanie, alsof het vrouwen niet zou belemmeren om juist die topposities te bereiken. Een beetje twijfel lijkt inderdaad niet meer dan gezond, maar een teveel kan verlammend werken. Het is daarom wel degelijk belangrijk dat vrouwen meer overtuigd zijn van hun eigen kracht. Dat hoeft geen synoniem te zijn voor monomanie of enkel geloven in het eigen gelijk. Om me heen zie ik veel twijfel bij jonge vrouwen en ik kan niet ontkennen dat ik er zelf ook aan lijd. Ik zou graag wat dieper ingaan op het waarom. Daarvoor put ik vooral uit mijn eigen observaties.

Klaarstomen
Vrouwen in mijn omgeving werken, zoals ook Bregman schrijft, harder op de middelbare school en aan de universiteit en behalen vaak betere resultaten. Meisjes en jonge vrouwen lijken zichzelf op deze manier klaar te stomen voor verantwoordelijke posities en riante salarissen.

Toch zijn hoge cijfers en werklust niet de enige vereisten voor succes in de maatschappij. Het valt me op dat veel vrouwen het moeilijk krijgen zodra de bul binnen is. Hoe moeten ze het aanpakken? Wat willen ze eigenlijk? En hebben ze wel genoeg capaciteiten, hoewel ze hoge cijfers haalden? Die twijfel slaat toe als de objectieve prestatiestandaard van school en universiteit wegvalt. Nu moeten ze het op eigen houtje doen.

De mannen in mijn omgeving lijken hier minder moeite mee te hebben. Ook al waren ze het enfant terrible van de klas en konden ze zich slecht concentreren tijdens hun studie, als het papiertje eindelijk binnen is, lijken ze hun doelen helder voor ogen te hebben en kunnen ze daar zonder al te veel bedenkingen voor gaan. Het resultaat is dat ze hun doel vaak ook bereiken. Jonge mannen om me heen beginnen bedrijfjes, schrijven succesvol boeken, of kiezen voor een conventionelere loopbaan, terwijl veel vrouwen aan het begin van hun carrière blijven twijfelen over wat ze willen en de ene na de andere stage en slecht betaalde functie aan elkaar rijgen.

Terwijl meisjes en vrouwen binnen de structuren van school en universiteit goed presteren, lijkt het velen aan zelfvertrouwen te ontbreken zodra ze het zelf moeten doen. Het is alsof de passiviteit intreedt zodra er initiatief verwacht wordt. Ik denk dat een van de redenen daarvoor die twijfel is, het niet gewend zijn om naar een eigen waarheid te luisteren, althans niet voldoende, en daar vervolgens zonder schroom naar te handelen. Zolang er externe eisen worden gesteld, gedijen we, zodra die er niet meer zijn moeten we onze eigen wetgever zijn en dat is moeilijk. Al te vaak zoeken we dan een ijkpunt buiten onszelf, mogelijk een man, soms een vrouw of formele voorschriften.

Ideeën en verwachtingen
Schrijfster en psychologe Carol Gilligan beschrijft dit proces in haar boek The birth of pleasure. Ze spreek van 'dissociatie'; meisjes gaan zichzelf zien in termen van ideeën en verwachtingen in hun omgeving. Ze raken zo verwijderd van hun eigen overtuigingen en gevoelens.

Er zijn meer voorbeelden van deze gevoeligheid voor het oordeel en de afhankelijkheid van de sociale omgeving. Ik noem er twee. In het boek Vrouwenwerk beschrijft Germaine Greer hoe vrouwen met schildertalent dit in de loop van de geschiedenis bar weinig tot ontwikkeling wisten te brengen. Een belangrijke reden daarvoor was dat hun simpelweg de daarvoor benodigde faciliteiten - een opleiding, maar ook tijd - niet geboden werden.

Een misschien nog doorslaggevender factor was dat zij om deze en andere redenen niet in de waarde van hun talenten en individualiteit leerden geloven. Het was belangrijker dat ze de ontwikkeling van de talenten in hun omgeving dienden. De mate waarin dit gold, was afhankelijk van de historische periode, maar dit mechanisme is nog altijd te bespeuren. Ook op fysiek gebied identificeren veel meisjes en vrouwen zich met een voor velen onrealistische externe standaard zoals die in de modewereld en reclame voorgeschoteld wordt, iets waarover Susie Orbach in haar boek Bodies schrijft. Het mag als bekend worden verondersteld dat dit eetstoornissen en onvrede tot gevolg kan hebben. Ook hier gaan vrouwen niet uit van het zelf maar van iets daarbuiten.

Doordat vrouwen de waarheid vaak buiten zichzelf zoeken, ontstaat twijfel die hen belemmert. Ik denk dan ook dat er nog heel wat - veelal interne - obstakels te overwinnen zijn voordat het tijdperk van de vrouw aanbreekt, al zijn de formele mogelijkheden voor vrouwen vrijwel eindeloos en lijken sociale ontwikkelingen zich vanzelf voor te doen.

Ook de aanwezigheid van een old boys network doet niets af aan het feit dat niet alle belemmeringen buiten vrouwen liggen. Het zou goed zijn als ze meer vertrouwen hadden in de eigen capaciteiten en keuzes, zonder die langs de meetlat van 'mannelijk' gedrag te leggen. Zelfvertrouwen is niet hetzelfde als monomanie. Als vrouwen meer op hun innerlijke kompas durven varen, zouden topposities eerder binnen handbereik komen. Bovendien zou het meer plezier opleveren, ook niet onbelangrijk.

Fleur Wirtz is socioloog en (deeltijd-) student filosofie