Het Eden Project in Cornwall dat met EU-geld is opgezet en wacht op nog meer EU-geld.
Het Eden Project in Cornwall dat met EU-geld is opgezet en wacht op nog meer EU-geld. © AFP

EU moet financieel onafhankelijk zijn van haar lidstaten

In 2013 had de EU een enorm begrotingstekort. Oorzaak is de gebrekkige financiering van de EU.

Discussie over EU-geld vormt een vast nummer in het Brusselse politieke circus. Zoals we ook deze dagen kunnen zien komt Brussel ieder jaar geld tekort en de betalingsverplichtingen hopen zich op zonder dat hier geld tegenover staat.

Hoe ernstig dit is, blijkt uit het laatste jaarverslag dat de Europese Rekenkamer eerder deze maand publiceer-de. De EU heeft de facto een begrotingstekort dat onder de naam Reste à Liquider schuilgaat, terwijl de EU formeel geen financieringstekort mag hebben in haar jaarlijkse budget, oftewel niet meer geld mag uitgeven dan er binnenkomt. En lenen op de kapitaalmarkt ten behoeve van haar eigen begroting mag de EU niet.

Toch worden verplichtingen voor de toekomst aangegaan waarvoor niet voldoende geld beschikbaar gemaakt wordt.

Op de langere termijn heeft dit geleid tot het doorschuiven van huidige betalingsverplichtingen naar de toekomst, waardoor het gat tussen verplichtingen en geld alleen maar groter is geworden. Eind 2013 is deze Reste à Liquider opgelopen tot in totaal 322 miljard euro, meer dan twee keer het bedrag van de jaarlijkse EU-begroting (ter vergelijking: de Nederlandse staatsschuld bedroeg in 2013 441 miljard euro).

Gevolg is ook dat de aanvang van de nieuwe meerjarenperiode, als het om betalingen voor nieuwe projecten gaat, ook steeds later begint omdat verplichtingen van de oude periode eerst nog moeten worden betaald. Daar komt nog bij dat die EU-begroting ook dient als garantie voor enke-le EU-leningsprogramma's, gecreëerd ter bestrijding van de crisis (samen goed voor bijna 60 miljard euro). Een andere mogelijke wissel op de toekomst.

Waarom maakt de Europese Rekenkamer zich hier zo druk over? Allereerst vanwege de toenemende risico's dat de Europese Unie in de toekomst niet aan haar verplichtingen zal kunnen voldoen. Daarnaast heeft uitstel van betalingsverplichtingen, naast reputatieschade voor de EU bij degenen die hier direct last van hebben, mogelijk ook gevolgen voor de effectiviteit van door de EU gefinancierde projecten.

Geld zoekt projecten in plaats van projecten zoeken geld

Waarom is er dit groeiend Reste à Liquider-probleem en hoe is het op te lossen? Aan de vooravond van elk meerjarenprogramma leveren de lidstaten een enorme strijd om via de nationale enveloppen (hierin wordt bepaald hoeveel EU-geld een lidstaat maximaal voor bepaalde beleidsterreinen mag krijgen) zo veel mogelijk geld voor hun lidstaat binnen te slepen. Vervolgens, als er jaarlijks boter bij de vis moet als de betalingsplafonds en daarmee de jaarlijkse EU-begroting moeten worden vastgesteld, willen veel lidstaten deze zo laag mogelijk houden om de nationale afdrachten aan de EU te drukken. Met als resultaat: groeiende verplichtingen voor de toekomst maar ook wantrouwen en teleurstelling bij EU-burgers over dit moeizame besluitvormingsproces, waarbij discussies over netto-ontvangst of betalersposities de boventoon voeren.

Meerjarige naheffingen door de Commissie, op basis van door de lidstaten overeengekomen afspraken, gooien in deze discussie nog eens olie op het vuur. Deze matige kwaliteit van budgettaire besluitvorming over enveloppen en wie ze moet financieren levert bovendien verkeerde prikkels op: geld zoekt projecten in plaats van projecten zoeken geld.

Hierdoor ontvangen ook EU-projecten geld waarbij kan worden getwijfeld aan het nut van deze projecten, zoals de bekende geluidsschermen in Polen of opgelapte havenfaciliteiten in Italië die niet worden gebruikt. EU-financiering van dergelijke projecten ondermijnt het draagvlak voor de EU onder de Europese burgers en daarmee ook de bereidheid van lidstaten om hun jaarlijkse contributie aan de EU-begroting te leveren. Hoe deze cirkel te doorbreken?

Kernprobleem hier is de financiering van de EU. Zolang lidstaten het overgrote deel van het EU-geld uit hun eigen begroting moeten ophoesten zal dit jaarlijkse gekrakeel over wie wat moet bijdragen aan de EU-begroting grosso modo niet veranderen. En zelfs verergeren in tijden van economische crisis.

De financiering van de Europese Unie zal daarom voortaan uit bronnen moeten komen die onafhankelijk zijn van de begrotingen van haar 28 lidstaten. Dit was ook het oogmerk toen de EEG in de jaren zeventig als eigen inkomstenbron douaneafdrachten toegewezen kreeg. Maar die inkomstenbron is door diverse onderhandelingsronden van de World Trade Organisation grotendeels opgedroogd.

Deze zogenoemde 'traditionele eigen middelen' bedragen nog maar 14,5 miljard euro, oftewel nauwelijks 10 procent van de EU-begroting. Belangrijkste inkomstenbron is tegenwoordig de bnp-afdracht (BNI), die rechtstreeks uit de nationale begrotingen komt.

Voor invoering van een Europese belasting is de tijdgeest in de Europese hoofdsteden blijkbaar nog niet rijp

Hoe eerder de EU weer eigen inkomstenbronnen krijgt, des te groter de kans dat de discussies weer over de toegevoegde waarde van de EU gaan in plaats van hoeveel een land uit de EU-ruif binnenhaalt. Dit natuurlijk bij gelijktijdige verlaging van de nationale afdrachten aan de EU.

Nieuwe eigen inkomstenbronnen zouden kunnen zijn: belasting op financiële transacties in de EU, belasting op energieconsumptie of EU-belasting op vliegtickets.

De Commissie heeft in 2011 nieuwe voorstellen op dit gebied gepresenteerd voor de periode 2014-2020, maar deze zijn alle gestrand bij... de Raad, oftewel de lidstaten. Want voor invoering van een Europese belasting is de tijdgeest in de Europese hoofdsteden blijkbaar nog niet rijp. Dus van het jaarlijkse gesteggel over de EU-begroting zijn we voorlopig nog niet af!

Volg en lees meer over:

Reacties (0)

U hebt javascript nodig om een reactie achter te laten.
Plaats een reactie Nog 600 tekens