Kolencentrale aan de Hemweg in Amsterdam.
Kolencentrale aan de Hemweg in Amsterdam. © ANP

Er moet een nieuw energie-akkoord komen dat geldt tot 2030

De energietransitie moet een zaak blijven van alle betrokken maatschappelijke organisaties.

Energie en klimaat waren nauwelijks een thema in de afgelopen verkiezingen en dat was misschien maar goed ook. De nieuwe regeringscoalitie kan in 2018, in samenwerking met dezelfde partijen als bij het eerste akkoord, een nieuw energieakkoord afspreken dat tot 2030 geldt.

Gestuwd door onze persoonlijke interesse en betrokkenheid bij het eerste akkoord, geven we enkele suggesties voor een energie- en klimaatbeleid waar de Nederlandse samenleving nog vele jaren op voort zou kunnen bouwen.

Gedragsverandering kan, zeker in Nederland, het best worden bereikt via de portemonnee. Prikkels om de uitstoot van emissies te reduceren, moet soms op Europees niveau gebeuren (CO2, hierover straks meer), maar soms ook op lokaal niveau (NOx, fijnstof). De markt is een uitstekend vehikel om kosteneffectief energie te leveren, maar is minder goed geëquipeerd om mensen minder te laten consumeren. Efficiëntie moet dan ook fiscaal worden beloond, en overdadige consumptie extra belast.

Als inwoners van de Verenigde Staten aanschouwen we met eigen ogen de ontmanteling van de erfenis van president Obama. In hoeverre energie- en klimaatbeleid feitelijk worden aangetast zal de tijd leren, maar een substantiële verlaging van het ambitieniveau is zeker.

Een van de kinderen van de rekening zou heel goed de innovatieagenda van de vorige president kunnen zijn, bijvoorbeeld op het gebied van energie-efficiëntie, elektriciteitsopslag, geavanceerde nucleaire technologie, volgende generaties wind- en zonne-energie, CO2-afvang en -opslag.

Dit is slecht nieuws, maar biedt natuurlijk ook kansen. Nederland heeft een stevige kennisinfrastructuur, vele goede (technische) universiteiten en een innovatief bedrijfsleven. Per omgaande zouden alle toekomstige aardgasbaten in een innovatiefonds moeten vloeien, zodat Nederland en Nederlandse bedrijven zich kunnen toeleggen op de energie- en klimaattechnologieën van morgen. Het net opgerichte investeringsvehikel Invest NL kan meteen vol aan de slag.

Een Europese aanpak van dit soort grensoverschrijdende problemen is de enige weg voorwaarts

Te vaak in de afgelopen jaren zijn onze politieke leiders te schuw geweest in het verdedigen van de voordelen van ons EU lidmaatschap. De Europese Commissie in de rol als bliksemafleider of zondebok is soms aantrekkelijk op de korte termijn, maar geen accurate reflectie van de waarde van het instituut EU.

Hoe gecompliceerd emissiereductie binnen de Europese context ook is, zeker met de toetreding van enkele Centraal- en Oost-Europese lidstaten in 2004, een Europese aanpak van dit soort grensoverschrijdende problemen is de enige weg voorwaarts. De integratie van de Europese energiemarkt heeft netto meer opgeleverd dan gekost voor alle lidstaten.

Emissiereductie moet door middel van een hervormd en aangescherpt emissiehandelssysteem, of een alternatieve methode (CO2-belasting), worden behaald, niet door nationale maatregelen. Op zijn minst moet op regionaal niveau overeenstemming worden bereikt over het sluiten van de meest vervuilende elektriciteitscentrales en het gezamenlijk realiseren van zo veel mogelijk waarde uit het beschikbare publieke en private kapitaal.

De politieke discussie in Nederland is de afgelopen jaren te veel gedomineerd door hypes

De politieke discussie in Nederland is de afgelopen jaren te veel gedomineerd door hypes. We hebben oneindig veel manuren besteed aan de vraag hoe het nu verder moet met Gronings aardgas en wanneer de kolencentrales sluiten. In Groningen lijkt verantwoorde extractie van aardgas, in combinatie met ruimhartige compensatie inclusief toekomstperspectief van de lokale bevolking, de enige logische weg voorwaarts.

De te vormen coalitie zou een overeenkomst moeten sluiten om de twee oudste nog opererende kolencentrales te sluiten, uiterlijk in 2019. Met het oog op het Nederlandse investeringsklimaat is het sluiten van de drie centrales die in 2014 hun deuren openden in alle eerlijkheid waanzin.

Meer aandacht voor innovatie, de vergroening van de Nederlandse economie in brede zin en het substantieel reduceren van de energievraag, zouden de speerpunten van het Nederlandse energie- en klimaatbeleid moeten zijn. De politiek zet het raamwerk neer en het maatschappelijk middenveld kan aan de slag om het energieakkoord 2 in te vullen.

Tim Boersma is onderzoeker aan Columbia University in New York.
Frank van Oordt is een energieconsultant bij de Wereldbank in Washington.