Elma Drayer: We zouden GeenStijl bijna dankbaar moeten zijn
© de Volkskrant

Elma Drayer: We zouden GeenStijl bijna dankbaar moeten zijn

Blijmoedig negeren is sinds jaar en dag mijn columnistenmotto. Nooit begrepen waarom ik wakker zou moeten liggen van pseudonieme helden die geen andere argumenten tegen stukjes weten in te brengen dan sekse ('wijf'), haarkleur ('dom blondje'), huidskleur ('wit'), leeftijd ('droge kut'), gewichtsklasse ('magere heks') of achternaam ('draayt er weer eens omheen') - en dan vergeet ik vast nog een paar dekselse woordgrappen.

Tant pis, denk ik altijd maar. Hoort erbij in dit tijdsgewricht. En zeker is het geen reden om te vervallen in cultuurgesomber, zoals zovelen doen. Burgers zijn heus niet botter of grofgebekter dan voorheen. Maar vroeger bleven schuimbekkerijen beperkt tot de huiskamer, de stamtafel, de anonieme brief. In dit digitale tijdperk kan iedereen met een werkende wifiverbinding al wat in hem opborrelt meteen op het web kwakken. Waardoor je die ontboezemingen met een beetje pech nog ziet langskomen ook.

In hun beste jaren kregen de GeenStijl-schrijvers mij nog wel eens aan het lachen

Het is precies wat er nogal eens gebeurt op GeenStijl - van nature al geen wonder van journalistieke beschaving.

Voor de goede orde: dat is een platform als Joop.nl evenmin. Ook daar spat de vooringenomenheid vanaf. Ook deze site ziet er geen been in om politieke tegenvoeters systematisch zwart te maken. Ook daar bedrijft de redactie campagnejournalistiek van de sneuste soort.

Opvallend verschil: bij de Joop-scribenten kan er geen lachje af. Ik heb althans nimmer hoeven grinniken om hun proza (waarin het ook nog eens wemelt van de stijl- en spelfouten). Het is alweer even geleden, maar in hun beste jaren kregen de GeenStijl-schrijvers dat regelmatig wel voor elkaar.

Dat menigeen agressief seksisme minder serieus neemt dan agressief racisme is reuzespijtig

Toch zijn er grenzen aan mijn milde kijk op de digitaal actieve medemens. Welbewust ophitsen tot virtuele verkrachting, zoals GeenStijl onlangs deed, is wat mij betreft zo'n grens. Helemaal als de sitebeheerders de gruwelijke reacties gewoon laten staan.

Want ooit gold het misschien als hartstikke geinig om zulke stukjes te tikken, om je tegenstanders te vernederen op grond van genitaliën, afkomst, huidskleur, handicap. Dat is het al heel lang niet meer. Tenminste, niet in mijn hoekje van het universum.

Dat menigeen agressief seksisme nog altijd minder serieus neemt dan agressief racisme is uiteraard reuzespijtig. Maar dat lijkt me geen reden om het als een natuurverschijnsel over ons heen te laten komen.

Niet alle medeondertekenaars van de brief reken ik tot mijn ideologische boezemvriendinnen

Dus toen NRC-columniste Rosanne Hertzberger en Volkskrant-journaliste Loes Reijmer eind vorige week het initiatief namen tot een open brief aan de adverteerders van GeenStijl, schaarde ik me daar van harte achter. Ook in mijn ogen verdiende de redactie een venijnige tik op de vingers. Niet minder, maar beslist ook niet meer.

Natuurlijk, niet alle medeondertekenaars reken ik tot mijn ideologische boezemvriendinnen (en vice versa zal het niet anders zijn). Zo bleek zich een publiciste op de lijst te bevinden die nota bene zelf grossiert in ranzige ad hominems - niet dat je zegt gedroomd gezelschap.

En eerlijk is eerlijk, toen ik zondag het programma Buitenhof keek, viel ik van verbijstering bijkans van de bank. Twee mijner zusters spraken daar demissionair emancipatieminister Jet Bussemaker bestraffend toe. Hun absurde beschuldiging: het was haar niet gelukt seksueel geweld van de aardbodem te doen verdwijnen.

Gelukkig heeft elke feministe evenveel recht op een plaatsje onder de zon

Daarna beweerde een van hen met een stalen gezicht dat dit land zucht onder een 'verkrachtingscultuur'. Om niet veel later de zachtmoedige Parool-columnist Theodor Holman weg te zetten als 'vies oud mannetje' - vanwege een stukje waarin zelfs een tienjarige de zelfspot had kunnen lezen. Al met al was het debat van een potsierlijkheid die me met plaatsvervangende schaamte vervulde.

Maar ja. Gelukkig heb ik niks te vertellen in de feministische kerk. En gelukkig heeft elke feministe evenveel recht op een plaatsje onder de zon.

Ik zou zeggen: laten we na deze roerige week bovenal onze zegeningen tellen. Want dat er ineens weer zoveel publiciteit is rond het thema, dat je weer zoveel nieuw elan, zoveel strijdlust ontwaart in vrouwenland - het is ongekend. We zouden er GeenStijl bijna dankbaar voor moeten zijn.