Elma Drayer: Hallo witte mensen is te zeer product uit het giffabriekje 'identiteitspolitiek'
© de Volkskrant

Elma Drayer: Hallo witte mensen is te zeer product uit het giffabriekje 'identiteitspolitiek'

Hallo witte mens! Jij bent gewoon niet gewend dat je wordt aangesproken op je huidskleur
Sander Donkers ging er altijd gedachteloos vanuit dat hij veel gemeen heeft met actrice Anousha Nzume, die hij al kent van toen ze nog Anna heette. Niet echt, blijkt als hij haar spreekt naar aanleiding van haar boek 'Hallo witte mensen' waarin ze schrijft over wit privilege. Lees het interview hier. (+)

In haar verslaggeverscolumn vroeg Nadia Ezzeroili zich woensdag af of er, na alle media-aandacht voor het pas verschenen boek van theatermaakster Anousha Nzume, 'al witte mensen zijn die zichzelf 's ochtends niet meer in de spiegel durven aan te kijken'. Waarna ze op safari ging in een Amsterdamse 'witteyuppenenclave' - teneinde hun vooroordelen te doorgronden.

Nu treft het dat een blik in de spiegel tot mijn ochtendrituelen behoort. En echt, ik kan vele redenen opsommen waarom zulks doorgaans geen pretje is. Maar de media-aandacht voor Nzumes boek Hallo witte mensen had daar de afgelopen dagen geen invloed op. Integendeel. De interviews die ik las werkten voornamelijk op mijn lachspieren.

Zelfs nadat ik Hallo witte mensen van kaft tot kaft had gelezen, voelde ik geen aanvechting om mijn ochtendrituelen te herzien

De witte journalisten (om in jargon te blijven) bleken er alles aan te doen om bij Nzume in het gevlij te komen, de journalisten van kleur vielen bijkans in katzwijm van bewondering. Het was, al met al, van een kritiekloosheid waarvan de meeste auteurs slechts kunnen dromen.

Toch repte ik me nog diezelfde dag naar de boekhandel. Wellicht, nietwaar, zou het boek zelve wél het spectaculaire effect sorteren dat Ezzeroili opperde. Maar nee. Zelfs nadat ik Hallo witte mensen van kaft tot kaft had gelezen, voelde ik geen aanvechting om mijn ochtendrituelen te herzien. Daarvoor is het boek te zeer een product uit het giffabriekje dat identiteitspolitiek heet.

Als gehoorzaam aanhanger van dit ideeëngoed probeert ook Nzume ons wijs te maken dat etniciteit allesbepalend is voor ons aller identiteit. En net als haar geestverwanten wordt ze niet moe erop te wijzen dat witte Nederlanders (m/v) 400 jaar privileges met zich meedragen.

De werkelijke schuldige is namelijk 'een systeem dat mensen van een bepaalde etniciteit bevoordeelt'

Bij wijze van troost zegt ze er een paar keer bij dat zij dat de witte mens heus niet persoonlijk kwalijk neemt. De werkelijke schuldige is namelijk 'een systeem dat mensen van een bepaalde etniciteit bevoordeelt'.

Merkwaardig genoeg tracht ze tegelijkertijd de mythe van de zogeheten white innocence onderuit te halen: 'het diepgewortelde geloof in de onschuld van wit Nederland'. Jij witte mens, luidt haar boodschap, dient verantwoordelijkheid te nemen 'voor jouw rol in dit institutioneel racistische systeem waar jij, als wit persoon, deel van uitmaakt, onderdeel van bent, voordeel aan ondervindt, actief aan meewerkt als je er niet iets aan doet'.

Die redenering wringt, zou ik zeggen. Je bent schuldig of je bent het niet - het kan niet allebei waar zijn. Maar in Nzumes universum blijkt dat heel goed te kunnen. Aldus keert een logica terug die sinds de afschaffing van het middeleeuwse heksengericht in onbruik was geraakt: het oordeel staat van tevoren vast. Wie wit is, kan per definitie niet deugen.

Een andere consequentie van haar gedachtengoed is dat de mens van kleur in dezen geheel vanzelfsprekend recht van spreken heeft en de rest geheel vanzelfsprekend niet. Zo noemde Nzume het in dit dagblad 'problematisch' dat schrijver-journalist Robert Vuijsje een interviewserie heeft over afkomst, en 'gezien wordt als expert'. Die positie komt volgens haar collega's van kleur toe. Met andere woorden: ze beschouwt Vuijsje niet als een individu, dat al dan niet goeie interviews aflevert. Hij is in haar ogen vóór alles een witte man.

Maar ondervindt Nzume zélf de gevolgen van het essentialisme dat ze propageert, dan piept ze ineens heel anders.

Terecht vindt ze dit 'exotisme' uiterst beledigend

Halverwege Hallo witte mensen vertelt ze hoe het voelt als iemand haar bij wijze van compliment toevoegt dat-ie valt op donkere vrouwen. Terecht vindt ze dit 'exotisme' uiterst beledigend. Waarna ze klaagt: 'Ik ben kennelijk niet de moeite waard om als individu aangesproken te worden. Ik word gereduceerd tot een stereotype. Een clichébeeld. (...) Misschien val ik wel mee of blijk ik andere kanten te hebben. Maar ik word in eerste instantie niet gezien als een autonoom persoon die toevallig bruin is, maar als een bruine vrouw. De kans is groot dat alles wat ik zeg of doe met een gekleurd vergrootglas wordt bekeken, geanalyseerd en beoordeeld. Door een 'witte' blik.'

Ik heb een suggestie, beste mevrouw Nzume. Vervang in bovenstaande passage de term bruin door wit - en omgekeerd. Misschien dringt dan tot u door waarom uw goedbedoelde missie vooralsnog héél weinig kans van slagen heeft.