Drievoudige cultuuromslag is Europa's laatste strohalm
© Getty Images

Drievoudige cultuuromslag is Europa's laatste strohalm

Essay ter gelegenheid 60 jaar Verdrag van Rome

Om relevant te blijven voor de EU-inwoners is een drievoudige cultuuromslag nodig: Europa moet beschermen, leren improviseren en oppositie toelaten.

Het was in 1957 een ideetje van de burgemeester van Rome: alle kerkklokken van de Eeuwige Stad luidden die 25ste maart ter viering van de ondertekening van het Europese verdrag. Dit feestelijke lawaai, uitdrukking van de hoop op een nieuw begin, heeft ironisch genoeg een tijdperk ingeluid waarin het Europa van de markt zijn heil is gaan zoeken in ambtelijke saaiheid; het geluidsspektakel gaf het startsignaal voor de bouw van een regelfabriek die het publiek geen stem gaf.

Niemand zal het succes betwisten van een avontuur dat alleszins heeft bijgedragen aan de welvaart en de stabiliteit van een continent dat was verwoest door twee wereldoorlogen en verscheurd door de Koude Oorlog.

Maar sinds 1989 leven we in een andere wereld. Niet reguleren, maar handelen is het parool. Een ongekende kiezersopstand stelt de Unie nu op de proef. Nigel Farage, Marine Le Pen, Geert Wilders, Frauke Petry of Matteo Salvini: allemaal mikken ze op de vernietiging van de Unie, haar markt, haar munt, haar gesloten front tegen Poetin. Weliswaar hebben de Nederlandse verkiezingen de dynamiek van 'Brexit-Trump' doorbroken met de afgetekende overwinning vorige week van centrum-rechts en pro-Europees links, maar de aankomende Franse presidentsverkiezing - het echte uur van de waarheid voor Europa - houdt de spanning erin.

Drievoudige cultuuromslag

Om een geloofwaardig antwoord te bieden op de uitgesproken en onuitgesproken verlangens en zorgen die in deze kiezersopstand tot uitdrukking komen, moeten de 27 presidenten en premiers, vandaag bijeen op een top in Rome, geen visieloze platitudes verkondigen maar een drievoudige cultuuromslag in gang zetten.

En wel deze: het nieuwe Europa moet beschermen, improviseren en oppositie toelaten. Dus precies het tegendeel van wat het oude Europa sinds decennia met zoveel talent doet: vrijheden, voorspelbaarheid en consensus produceren. Deze ommekeer is even moeilijk als noodzakelijk, maar niet onmogelijk. Europa's overleven staat op het spel.

Beschermen, allereerst. De Europese Unie is geliefd bij degenen die houden van openheid en uitwisseling, van de kansen die een grote ruimte van vrije beweging biedt: ondernemers, studenten, toeristen, jongeren, veeltalige hoogopgeleiden, welgestelden - en ook degenen die thuis weinig te verliezen hebben.

Grenzen

Aangemoedigd door dit succes heeft Brussel de minder beweeglustige burgers uit het zicht verloren, degenen die in Europa geen kans zien maar het 'paard van Troje van de globalisering', een dreiging voor hun baan, hun veiligheid, hun dagelijks bestaan. De tegenstelling is geen zaak van 'de elites' tegen 'het volk' maar legt veeleer een tweedeling bloot tussen de ene en de andere helft van het volk. Het Britse referendum eindigde in 48 procent tegen 52 procent. Om het vertrouwen van stevige meerderheden terug te winnen kan Brussel er dus niet meer mee volstaan enkel voor de opgebouwde cliëntèle te werken. De Europese Unie moet een beter evenwicht vinden tussen de vrijheden die ze schept en de bescherming die ze biedt.

Voorbeeld bij uitstek: de grenzen. Een gedeelde ruimte vrij van binnengrenzen kan niet bestaan zonder gedeelde verantwoordelijkheid voor de buitengrenzen. Wie dat niet erkent kan heel Schengen verliezen. Dit was de harde les van de vluchtelingencrisis van de winter van 2015-2016. Sindsdien nemen de lidstaten als het moet gezamenlijk de buitengrensbewaking ter hand - bescheiden doorbraakje.

Politieke dilemma's moeten, eenmaal blootgelegd, met open vizier tegemoet worden getreden

Soms ligt de wijsheid inzake bescherming in terughoudendheid, zoals op het vlak van de sociale zekerheid. Aangezien Brussel niet de nationale welvaartsstaten kan vervangen zonder de superstaat te worden die de volkeren verwerpen, ligt een beter evenwicht tussen vrijheid en bescherming in het dempen van de ontwrichtende effecten van het vrij verkeer op bestaande stelsels van sociale zekerheid of gezondheidszorg. Dit raakt het heikele thema van vrij personenverkeer dat de Britse kiezers tijdens het referendum zo bezighield, en niet alleen hen.

Ook in de handelspolitiek moet Europa een uitweg vinden tussen enerzijds onbekommerde vrijhandel die geen weerwoord heeft op Chinese dumping en anderzijds trumpiaans protectionisme dat welvaart en banen kost. Zulke politieke dilemma's moeten, eenmaal blootgelegd, met open vizier tegemoet worden getreden.

Improviseren, vervolgens. Wat te doen als een euroland bijna failliet gaat en je in een weekeinde met telefonades en spoedoverleg een bedrag van 500 miljard euro bij elkaar moet organiseren? Wat als in een oostelijk buurland mysterieuze groene mannetjes binnenvallen en je snel sancties tegen de agressor ten uitvoer moet leggen? Wat als tienduizenden vluchtelingen zich in oranje vestjes de Middellandse Zee op wagen en aan een mars over de Balkan beginnen, een fictie makend van de regels van Schengen en Dublin?

Drie recente situaties

In zulke situaties kristalliseren zich vormen van executieve macht uit, zelfs nieuwe instellingen

Drie recente situaties waarin Europese leiders en instellingen iets moesten doen waarop het stelsel niet is ingericht: besluiten nemen en handelen, zonder tijd voor afstemming en gladstrijken, voor het opstellen van groenboeken en witboeken. Het ging en gaat in deze crises niet om geitenkaas of graanprijzen, zoals in de gekoesterde EEG uit Rome, maar om miljarden euro's en solidariteit, om oorlog en vrede, om identiteit en soevereiniteit. En in alle gevallen was het een strijd tegen de tikkende klok.

Onder druk van zulke crises ontwikkelen zich in de Unie vormen van 'gebeurtenissenpolitiek', niet in plaats van de oude 'regelpolitiek' van de markt, maar ernaast en erbij. Het gaat om een heuse metamorfose, waarvan de portee niet te onderschatten is. Europa is slecht toegerust om het hoofd te bieden aan tegenslagen, gevaren of het onverwachte. Maar soms heb je geen keus. Want wat is erger dan handenwringend nietsdoen als de nood aan de man is?

In zulke situaties kristalliseren zich vormen van executieve macht uit, zelfs nieuwe instellingen. Het wijst op de sleutelrol van de Europese Raad: het gezelschap van nationale leiders, allen de hoogst verantwoordelijken voor de eigen publieke opinie, gaat gezamenlijk de wisselingen van het lot te lijf. Voor de eurocrisis uit 2010-2012 beschikten de Brusselse instellingen Commissie en Parlement niet over voldoende legitimiteit en financiële middelen om de storm te bedaren. Bevrijd uit het korset van het verdrag kunnen de regeringsleiders nieuw terrein ontginnen en de toekomst als Unie betreden. Het handelende Europa kan niet tegen de wil van de nationale staten in worden gebouwd, maar enkel met hen.

Dieper wantrouwen

Zo zien we hoe een nieuw Europa gestalte krijgt. Beschermen: daarvan erkent men inmiddels de noodzaak, ook binnen de Commissie van Juncker en Timmermans. Improviseren: de leiders tonen er onder druk van de gebeurtenissen staaltjes van. Maar oppositie waarderen en toelaten daarentegen, het derde aspect van de metamorfose, dat ligt moeilijker.

Toch is deze omslag even vitaal als beide andere. Zolang zich geen legitieme politieke oppositie binnen de Unie kan organiseren, zal alle oppositie zich tegen de Unie richten. Dit is precies wat we vandaag meemaken, en waar we nolens volens misschien wel aan meedoen.

Terwijl het in Rome gestichte Europa van de markt hoogstens te kampen had met makkelijk te negeren onverschilligheid, met milde spot over de kromming van komkommers, wekt het nieuwe Europa van munt, grens en macht grotere krachten en tegenkrachten op, hogere verwachtingen en dieper wantrouwen.

De Brusselse consensus, ooit nuttig voor het bouwen aan een markt, verstikt vandaag het Europese politieke leven

In de gebeurtenissenpolitiek vloeien beslissingen niet als vanzelf voort uit verdrag of expertise, maar zijn ze een politiek antwoord op de nood van het moment, geboren uit een botsing van belangen en waarden. Juist daarom vragen ze de instemming van de mensen.

Vandaar dat het publiek, met pleindemonstraties, nationale verkiezingen of door referenda, zich meer en meer laat horen. Gelijk heeft het: waar de vanzelfsprekendheid van expertise verdwijnt, doet de tegenspraak zijn intrede; waar executieve regeermacht aantreedt, is steun van de kiezers onontbeerlijk.

Met de gekende manieren om een dynamiek van regering en oppositie in de Unie tot stand te brengen heeft men al geëxperimenteerd, bijvoorbeeld via het Parlement in Straatsburg. Maar de federalistische doordrijvers versterken alleen maar het anti-Europese nationaal-populisme dat ze zeggen te willen bestrijden; tegelijk misverstaan ze de uitdagingen van het moment, die om handelingsvermogen vragen. Niet alle kritiek op Brussel mag tot 'anti-Europeanisme' worden bestempeld, de tijd van het dreigen met de banvloek is voorbij. De Brusselse consensus, ooit nuttig voor het bouwen aan een markt, verstikt vandaag het Europese politieke leven.

Tegendraadse stemmen

De tegendraadse stemmen, de grote monden van het moment - Tsipras en Varoufakis in de eurocrisis en Viktor Orbán in de vluchtelingencrisis - spelen een belangrijke rol.

Ze maken de harde politieke keuzen en dilemma's zichtbaar voor de ogen van het massaal toegestroomde Europees publiek, van al die mensen die zich tot hun eigen verbazing ineens op de tribunes van het politieke theater terugvinden; ze doorbreken zo de moedeloos makende logica van de depolitisering.

Zoals het Verdrag van Rome in zijn technocratische pacificatiedrang de aankondiger was van het 'Einde van de Geschiedenis', zo draagt de hedendaagse terugkeer van diezelfde Geschiedenis een wedergeboorte van de politiek in zich. De democratie is niet enkel een besluitvormingsmechanisme, maar zeker ook een manier om sociale en politieke conflicten in scène te zetten, in goede banen te leiden, ja zelfs tot bron van vrijheid te maken. Juist het toelaten van oppositie, van tegenspraak en dissensus kan Europa de dynamiek geven waar gebeurtenissenpolitiek om vraagt.

Dat is wat we vandaag moeten bedenken: net als beide andere veronderstelt ook deze ommekeer wel continuïteit met wat de stichters in Rome zonder aarzelen bijeenbracht: de overtuiging dat wat ons als Europeanen verenigt, sterker is dan wat ons scheidt.

Ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van het Verdrag van Rome verschijnt dit essay tevens bij Le Monde, The Guardian, Süddeutsche Zeitung, La Vanguardia, La Stampa, Gazeta Wyborcza en De Tijd.