Den Haag vertrouwt de academie niet meer
© ANP

Den Haag vertrouwt de academie niet meer

De bewegingsvrijheid van studenten, docenten en onderzoekers die nodig is voor kritische wetenschap wordt de academische gemeenschap ontzegd.

Het woord 'vertrouwensbreuk' is de afgelopen weken vaak gebruikt wanneer werd gesproken over de onrust op de Universiteit van Amsterdam. Een aantal studenten en onderzoekers van deze universiteit heeft het vertrouwen opgezegd in het college van bestuur (cvb) vanwege een gebrek aan welwillendheid om de dialoog aan te gaan over het verbeteren en democratiseren van de universiteit.

De bezetters van het Bungehuis en Maagdenhuis, verenigd onder het initiatief 'De Nieuwe Universiteit', hebben zelfs geëist dat het cvb zal aftreden. De burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, riep zowel tijdens de onderhandelingen in zijn ambtswoning als tijdens zijn bezoek aan het Maagdenhuis op tot het geven van vertrouwen aan het cvb. Hij ziet vertrouwen als een geschenk. Maar hoe zit het met het vertrouwen in studenten en, breder getrokken, de academische gemeenschap?

Wanneer we uitzoomen tot het landelijke niveau en kijken naar de situatie waarin het onderwijs en onderzoek zich op dit moment bevinden, zien we dat er inderdaad sprake is van een gebrek aan vertrouwen: 'Den Haag' heeft geen vertrouwen in de academische gemeenschap. Het principe van 'vertrouwen is goed, maar controle is beter' domineert het denken en het beleid op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en dit is overgenomen door de besturen van de universiteiten. Dit heeft de bewegingsvrijheid en autonomie van de academische gemeenschap ernstig geschaad. En dit terwijl autonomie juist zo belangrijk is voor onafhankelijke en kritische wetenschap.

Vrijblijvendheid

Het principe van 'vertrouwen is goed, maar controle is beter' domineert het denken en het beleid op het ministerie van OCW

De échte oorzaak van de vertrouwensbreuk ligt niet bij het wantrouwen van studenten in bestuurders, zoals de burgemeester stelde, maar bij het gebrek aan vertrouwen van 'Den Haag' in de studenten, docenten en onderzoekers op universiteiten. Politici in Den Haag hebben met hun beleid gericht op prestatie en efficiëntie laten zien dat ze niet langer het vertrouwen hebben in de welwillendheid van deze groepen.

Ten grondslag aan het beleid liggen de vooronderstellingen dat de vrijblijvendheid zou zegevieren, studenten lui en ongemotiveerd zouden zijn en onderzoekers niet genoeg artikelen produceren. Studenten doen te lang over hun studie, ze besteden er te weinig tijd aan, zijn alleen maar bezig met bier drinken en te druk met nevenactiviteiten.

Er wordt volledig voorbijgegaan aan de werkelijke problemen in het hoger onderwijs. Bijvoorbeeld dat door de grotere diversiteit aan opleidingen studenten het moeilijker hebben om hun weg te vinden in de academische wereld. Dat door de toename van het aantal hoger opgeleiden en de afname van het aantal banen er een noodzaak bestaat om je als student buiten je studie te profileren om jezelf te onderscheiden. Dat door de kwantificering van het onderwijs de kwaliteit in het geding is gekomen en veel studenten kiezen voor een tweede studie om voldoende uitdaging te vinden. Dit zijn stuk voor stuk verklaringen die waarschijnlijker zijn voor de langere studieduur dan de verklaringen die in Den Haag gehanteerd zijn als legitimatie voor het beleid gericht op prestatie en efficiëntie. Deze oorzaken worden niet serieus genomen.

(Flut)artikelen

Alsof docenten en onderzoekers voor deze financiële prikkels alleen maar op hun lauweren aan het rusten waren

Ook het onderzoek lijdt onder het Haagse beleid. De manier waarop het ministerie geld toebedeelt aan de universiteiten draait om kwantitatieve indicatoren. Het aantal publicaties en het aantal citaten spelen een zeer belangrijke rol. Wetenschappers gaan hierdoor eerder (flut)artikelen publiceren dan een boek en collega's spreken af elkaar te citeren. Als je de kunst beheerst korte artikelen te schrijven die zo min mogelijk moeite kosten om gepubliceerd te krijgen en je het netwerken en vrienden maken goed onder de knie hebt, kun je het ver schoppen in de academische wereld. Dit zegt echter helemaal niets over de onderzoekskwaliteiten van de wetenschapper en de kwaliteit van het onderzoek dat wordt gepubliceerd.

Een van de zeer ongewenste neveneffecten van dit beleid, dat draait om kwantitatieve prestatie-indicatoren, is dat de druk om te publiceren zo hoog is dat wetenschappers deze niet meer aankunnen. De extreme gevolgen hiervan zijn het plegen van plagiaat en het verzinnen van datasets, maar ook een toename in burn-outs is het gevolg van deze prestatiedruk.

In deze wereld is weinig ruimte voor creatieve, nieuwe ideeën die relatief veel tijd kosten om te ontwikkelen en afwijkende kritische argumentaties.

Onderzoeksgeld

NWO-onderzoeksgelden worden gegeven aan wetenschappers die met het discours meegaan en zich bevinden in een netwerk van wetenschappers die hetzelfde denken. Originaliteit en kritiek worden afgestraft, waardoor de wetenschappers die zich met echte wetenschap bezighouden, in tegenstelling tot een reproductie van het bestaande discours, verdwijnen uit de academische gemeenschap. Deze verliest op deze manier mensen die kwalitatief wél goed onderzoek doen, maar niet zo hoog scoren op het aantal publicaties en citaten.

Den Haag is duidelijk het vertrouwen verloren in de motivatie van studenten, docenten en onderzoekers intensief bezig te zijn met hun vakgebied. Als gevolg heeft het rendementsdenken zich als een olievlek verspreid over het onderwijssysteem. Dit heeft geleid tot een opstand van de academische gemeenschap, waarvan de bezettingen van Bungehuis en Maagdenhuis van de afgelopen weken nog maar het begin zijn.

Het wordt tijd dat 'Den Haag' de academische gemeenschap het vertrouwen teruggeeft. Kwantitatieve normen moeten worden vervangen door kwalitatieve, financiële prikkels en het rendementsdenken kunnen bij het vuil worden gezet en het hoger onderwijs kan weer opbloeien tot wat het zou moeten zijn: een plek waar nieuwsgierige en kritische geesten zich vrij kunnen ontplooien.