1733176
Kinderboeken op de afdeling Jeugd van de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. © ANP

'De taak van de bibliotheek kunnen we niet aan Google en Bol.com overlaten'

Er is geen enkele reden om in dit digitale tijdsgewricht ineens te gaan twijfelen aan de maatschappelijke opdracht van de openbare bibliotheek, schrijft Paul ter Heyne. 'Ik zou een ander mens zijn geweest als bibliotheken niet hadden bestaan.'

 
Hoe kan bol.com ooit een motiverende bibliotheekmedewerker vervangen die naar het leergierige kind kijkt, het een paar vragen stelt en het vervolgens een andere, tot nog toe totaal onbekende wereld laat binnenwandelen?

Veertig jaar geleden vroeg een sympathieke bibliotheekmedewerkster mij: 'Kun je vinden wat je zoekt?' Als 10-jarige stond ik voor een muur van kinderboeken en vond inderdaad niet wat ik zocht. Hoe moest ik nu uit de ruggen afleiden wat ik graag wilde lezen, laat staan waar ik iets van kon leren? De titel en het plaatje op de omslag gaven me geen enkele garantie, zo had ik thuis tot mijn teleurstelling al meerdere malen ontdekt.

Na enkele vragen ried de vriendelijke mevrouw me een boek aan, waarvan ik de titel niet meer weet, maar waarvan ik de inhoud en de gelukzaligheid die het lezen ervan teweegbracht nooit meer zal vergeten. Het was een fictieboek over een Kaapse buffel die zich moest verdedigen tegen leeuwen die het op zijn kleintjes hadden gemunt. Samen met groepsgenoten vormde hij een kring om het kroos, een ondoordringbaar verdedigingskordon, met de horens gericht op de vijand, die zo geen zin meer had om aan te vallen. Ik kroop helemaal in de wereld van de buffelprotagonist, die soms tranen in zijn ogen had net zoals wij mensen. Ik genoot intens en was daarna niet meer uit de bibliotheek weg te slaan. Voor het eerst had ik ervaren wat een boek met mij kon doen.

Ook als student kwam ik later veel in bibliotheken, op zoek naar gekwalificeerde adviseurs, de rust en stilte die ik in mijn studentenflat uiteraard ontbeerde, en lach niet, naar tot lang studeren motiverende medestudenten en geestverwanten waarmee je in de kantine nog wat kon napraten; over boeken bijvoorbeeld.

Verlichtingsideaal
Niet alleen de boeken, de hele sfeer van het instituut heeft mij ontegenzeggelijk persoonlijk ontwikkeld. Ik zou een ander mens zijn geweest als bibliotheken niet hadden bestaan. Interessant is dat mijn zoon in dit digitale tijdperk waarschijnlijk om dezelfde redenen nog steeds gebruik maakt van openbare- en universiteitsbibliotheken, al neemt hij dan zijn boek mee in plaats van dat hij er één vandaan haalt.

Ik geloof dan ook heilig in het verlichtingsideaal zoals Immanuel Kant dat aan het eind van de 18de eeuw formuleerde: de persoonlijke ontwikkeling van het individu in epistemisch, ethisch en esthetisch opzicht. Een ontwikkeling die niet alleen het individu ten goede komt, maar de hele samenleving. Mijns inziens is er geen enkele reden om in het digitale tijdsgewricht ineens te gaan twijfelen aan dat ideaal en aan de maatschappelijke opdracht van de openbare bibliotheek.

Niettemin begrijp ik de fallacy; zoals vaker voorkomt verwart men doel en middel. Maar als het middel verandert wil dat nog niet zeggen dat het doel ouderwets is geworden en moet verdwijnen, zomin als het overbodig worden van de kurk en de voor conservatie benodigde tannine de behoefte aan een goede wijn heeft doen verdwijnen. Het is alleen de vraag hoe het doel met de nieuwe middelen bereikt kan worden.

Wat die middelen betreft moeten we reëel zijn. Niet alleen het boek, ook andere informatiedragers zullen op den duur obsoleet raken. We kunnen er gevoeglijk van uitgaan dat we over een paar decennia alleen nog maar spreken van 'streaming content' en dat het nut van informatiedragers gereduceerd zal worden tot collector's items of cultproducten. Het boek zal dus nooit geheel verdwijnen, maar wel de huidige uitleenfunctie van de bibliotheek.

Bibliotheek van de toekomst
Er zal een centrale bibliotheek komen met een gigantische server, waarop de informatie wordt aangekocht, geordend en toegankelijk wordt gemaakt voor de afzonderlijke bibliotheken in het land. Op hun beurt zullen de leden vanuit hun huis inloggen op de plaatselijke bibliotheek, het aanbod bekijken en eventueel streamloaden. Desgewenst zal men kunnen 'chatten' met medewerkers of advies vragen via een contactboard, maar daarnaast zullen er ook genoeg leden zijn die, om redenen hiervoor geschetst, de behoefte voelen de bibliotheek persoonlijk te bezoeken, want sommigen zijn niet alleen op zoek naar stilte en rust, maar ook naar sociaal contact, onder meer bestaande uit deskundige begeleiding, lotgenoten die hem motiveren en geestverwanten die hem op ideeën brengen.

De vrije markt zal nooit optimaal in deze behoefte kunnen voorzien, omdat de levering van deze diensten veel kosten met zich meebrengt waarvan het rendement niet direct zichtbaar is. De positieve maatschappelijke externe bijkomstige effecten op de lange termijn, zoals het vergroten van de welbespraaktheid, de mondigheid, het politieke bewustzijn, de capaciteit tot 'goed/juist' handelen op basis van voorbeelden uit literatuur, het verbreden en verdiepen van de literaire smaak en de esthetische beleving, enzovoort, brengen zonder enige twijfel een betere samenleving voort, maar dat zal de leverancier die op dit moment zijn boterham wil verdienen worst zijn.

Ook marktpartijen als bijvoorbeeld Google en bol.com, die werken met digitale adviezen als 'mensen die dit en dat boek hebben gekocht, lezen ook...', zijn ongeschikt om de maatschappelijke opdracht te vervullen. Dat digitale koppelen is een fantastische vondst, maar hoe zou dit ooit een motiverende bibliotheekmedewerker kunnen vervangen die naar het leergierige kind kijkt, het een paar vragen stelt en het vervolgens een andere, tot nog toe totaal onbekende wereld laat binnenwandelen? Totaal belangeloos, of misschien toch met één belang (ja laten we dat oubollig aandoende woord maar weer eens van stal halen, want het dekt precies de lading): volksverheffing.

Politieke kwestie
In een interview met Bibliotheekblad vindt Daved Lankes, Harvard-hoogleraar New Librarianship, dat de bibliotheek zijn rol in het deficitmodel (de samenleving vertoont mankementen en de bibliotheken zijn er om die te verhelpen) niet meer kan waarmaken. 'Zeker in deze tijd van een explosief gegroeid media-aanbod, zul je niet alles op voorraad kunnen hebben. (...) Je zult steeds meer moeten kopen om de gaten te vullen. Totdat je een kritisch punt bereikt, bijvoorbeeld de hoogte van het belastinggeld (...)'

Dat laatste lijkt me puur een politieke kwestie. Met het argument van het brengen van democratie en ontwikkeling van de plaatselijke bevolking begon de VS oorlogen in Afghanistan, Pakistan en Irak, die de Amerikaanse belastingbetaler 2600 miljard dollar heeft gekost. Dat die oorlogen onverhoopt nauwelijks hebben bijgedragen tot democratisering of de ontwikkeling van de plaatselijke bevolking is genoegzaam bekend. De peanuts die de belastingbetaler uitgeeft aan het bibliotheekwezen is in bovengenoemde context navrant te noemen. Ik weet zeker dat Lankes en de overgrote meerderheid van zijn landgenoten dit duizelingwekkende bedrag achteraf liever aan de opbouw van een wereldwijd bibliotheekfonds had besteed. Op den duur kunnen we dan gewoon afwachten, net zoals de Kaapse buffels dat doen. Maar dan zonder tranen in onze ogen, op een vijand die ons niet meer wil aanvallen. Dat zou pas een intelligent verdedigingskordon zijn!

Paul ter Heyne studeerde filosofie en economie. Sinds 2007 woont en werkt hij in Spanje.