Het bezette Maagdenhuis in Amsterdam.
Het bezette Maagdenhuis in Amsterdam. © ANP

Beste studenten verdwijnen in afvoerputje arbeidsmarkt universiteit

Door flexibele medewerkers, eens de beste studenten, geen enkel perspectief te bieden, vernietigt de Universiteit van Amsterdam haar kapitaal.

De UvA streeft ernaar dat het onderwijs uitgevoerd wordt door onderzoekers, maar in de praktijk wordt het gat opgevuld door niet-gepromoveerde junior-docenten.

'De UvA beschouwt haar mensen als haar werkelijke kapitaal. Maar kapitaal moet niet stilstaan', aldus het hoofd Strategie en Informatie van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dit credo vindt sterk zijn uitwerking in het bestaan van junior-docenten (judo's), een groep werknemers die ruim 35 procent van het onderwijs op zich neemt, zonder enige vorm van werkzekerheid of carrièreperspectief binnen diezelfde universiteit. De wens tot bewegelijk kapitaal slaat door in een situatie die niet alleen schadelijk is voor judo's; het is bovenal schadelijk voor de universiteit zelf, omdat zij haar eigen kapitaal vernietigt.

Ieder jaar opnieuw hebben de opleidingen van de UvA een ruim aanbod aan nieuwe werknemers om uit te kiezen: excellente afstudeerders staan vaak te popelen om binnen hun vakgebied op de universiteit aan de slag te gaan. Enkelen daarvan krijgen de kans om les te geven bij de opleiding waaraan zij recentelijk zijn afgestudeerd. Omdat de vaste staf steeds meer tijd moet steken in publicaties en het binnenbrengen van onderzoeksgeld en er sprake is van een teruglopend aantal plekken voor promovendi, ontstaat er een aanzienlijk gat bij het organiseren van onderwijs. De UvA streeft ernaar dat het onderwijs wordt uitgevoerd door onderzoekers, maar in de praktijk wordt het gat opgevuld door niet-gepromoveerde judo's. Eigenlijk zouden ze er niet moeten zijn, maar in de praktijk kan de universiteit niet zonder.

Melkkoe

Feitelijk is de UvA voor de kwaliteit van het onderwijs voor een groot deel afhankelijk van de vrijwillige extra inzet van judo's - een behoorlijk wankele basis.

Judo's zijn ambitieuze, gedreven en extreem hardwerkende werknemers. Uit een enquête die recentelijk is gehouden, blijkt dat het niet ongebruikelijk is dat ze anderhalf keer zoveel uren werken als ze betaald krijgen. Hun inzet en talent maakt judo's tot een uitzonderlijk hooggewaardeerde groep docenten, zoals blijkt uit anonieme studentenevaluaties. Belangrijker voor de UvA is echter dat de judo's goedkoop zijn en weinig rechten hebben. Judo's werken per definitie in deeltijd, zijn in verregaande mate flexibel inzetbaar en vooraf is bepaald dat er na een maximale arbeidsrelatie van drie jaar - bestaande uit verschillende tijdelijke contracten - geen nieuw dienstverband wordt aangeboden. De 'competente rebellen' zijn verworden tot melkkoe.

Stilstaand kapitaal zijn judo's dus zeker niet. Maar is dit werkelijk in het belang van de universiteit? De kortdurende arbeidsovereenkomsten leiden ertoe dat er weinig continuïteit is en dat werknemers slechts kort de tijd hebben om hun vaardigheden als docent te ontwikkelen. De toewijding van judo's om goed onderwijs te leveren leidt ertoe dat ze doorgaans veel vrije tijd in hun werk steken. Feitelijk betekent dit dat de UvA voor de kwaliteit van het onderwijs voor een groot deel afhankelijk is van de vrijwillige extra inzet van judo's - een behoorlijk wankele basis voor een instituut dat van fundamenteel belang is voor onze kenniseconomie.

Nauwelijks perspectief

Het neusje van de zalm onder de studenten eindigt in het afvoerputje van de universitaire arbeidsmarkt.

Het is interessant dat opleidingen hun voormalig beste studenten laten werken in een baan waarvan zij zelf zeggen dat het niet in het belang van de judo is om dit langer dan drie jaar te doen. Dat zegt vooral iets over de waardering van de functie (en het onderwijs). Enerzijds wordt er gehamerd op excellentie, anderzijds worden de voormalig excellente studenten structureel tegengewerkt in hun loopbaan wanneer zij een judopositie bekleden. Zo is het vrijwel onmogelijk om hierin onderwijstaken met onderzoek te combineren en biedt de functie van judo nauwelijks perspectief op een promotieplaats. Ook degenen die zich verder willen bekwamen in het geven van onderwijs, worden daarin tegengewerkt: hen wordt geen mogelijkheid geboden een onderwijskwalificatie halen. Reden: de opleidingen willen niet investeren in flexibele werknemers. Het neusje van de zalm onder de studenten eindigt in het afvoerputje van de universitaire arbeidsmarkt.

Ergens is het begrijpelijk dat de opleidingen niet willen investeren in onderwijsmedewerkers die geen onderzoek doen; de UvA profileert zich als onderzoeksuniversiteit en wil daarom graag onderzoekers voor de werkgroep. Zij zijn echter genoodzaakt andere prioriteiten te stellen. Deze kronkel in de uitvoering van het beleid wordt gecorrigeerd door steeds wisselende judo's in te zetten. Zelfs binnen het rendementsdenken, dat nu zo hevig bekritiseerd wordt in de protesten rondom het Maagdenhuis, is dit systeem irrationeel. Waardevolle kennis en vaardigheden worden verspild doordat ervaren judo's telkens worden vervangen door nieuwe. Bovendien leidt dit ertoe dat de beoogde relatie tussen onderzoek en onderwijs uitblijft. Laat de UvA nu eindelijk erkennen dat er een structureel probleem is in het onderwijsbeleid.

De Judoraad is een initiatief van junior-docenten binnen het College Sociale Wetenschappen met als doel het signaleren en aankaarten van misstanden in het onderwijsbeleid. Daarnaast biedt het een platform voor collega's om werkervaringen en werkinhoudelijke kennis met elkaar te delen.