De Turkse president Erdogan.
De Turkse president Erdogan. © AFP

Bedwing reflex om Turkse campagne te verbieden

Commentaar

Een verbod op Turkse inmenging is in strijd met vrijheid van meningsuiting en voedt Turks nationalisme.

De campagne voor uitbreiding van de presidentiële macht die Turkije in Nederland wil voeren, leidt tot veel - begrijpelijk - onbehagen. De beelden van juichende Turks-Nederlandse AKP-aanhangers met rode vlaggen op de Erasmusbrug na het neerslaan van de coup vorige zomer, staan nog vers in het geheugen. De daarna oplaaiende spanning tussen AKP- en Gülenaanhangers binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap bevestigde het vermoeden dat de Turkse politieke arm al tot ver op het Nederlandse grondgebied reikt.

Veel Turken binnen en buiten Turkije vinden zelf niet dat ze een dictatuur steunen

Het referendum van 16 april waarin Turken moeten kiezen voor of tegen de grondwetswijziging die president Erdogan meer macht geeft, zet de verhoudingen opnieuw op scherp. Hebben Turkse Nederlanders die straks ja stemmen dan geen moeite met de anti-democratische ontwikkeling van Erdogan, die bovendien in zijn autocratische ambities een islamitische staat lijkt na te streven? Wat zegt dat dan over het gedachtegoed van Turken die in Nederland wonen, zullen veel Nederlanders denken.

Het probleem is dat optreden tegen bezoekende Turkse ministers een averechts effect heeft. Veel Turken binnen en buiten Turkije vinden zelf niet dat ze een dictatuur steunen. Ze zien in Erdogan in de eerste plaats een sterke leider die het land economisch welvarend heeft gemaakt en in staat is Turkije te 'beschermen' tegen de gevaren van terreur en oorlog. Buitenlandse kritiek op die 'sterke leider' versterkt in de praktijk juist de nationalistische gevoelens.

Bij de laatste parlementsverkiezingen in 2015 ging nog niet de helft van de stemgerechtigde Turkse Nederlanders naar de stembus

Om verdere polarisatie binnen en tussen de bevolkingsgroepen in Nederland tegen te gaan moet de Turkse inmenging daarom nuchter worden bezien. Bij de laatste parlementsverkiezingen in 2015 ging nog niet de helft van de stemgerechtigde Turkse Nederlanders naar de stembus. Terwijl toen 70 procent voor de AKP stemde, is er nu veel meer twijfel over de machtsambities van Erdogan.

De reflex om de Turkse campagne te willen verbieden is begrijpelijk, maar kan beter worden bedwongen. Niet alleen omdat een verbod op Turkse inmenging in strijd is met ons eigen beginsel van vrijheid van meningsuiting, maar ook omdat daarmee het nationalisme van president Erdogan juist in de kaart wordt gespeeld.