1524827
De Amerikaanse minister van Defensie Gates bij een drone in Kandahar in Afghanistan in 2008. © AP

'Als je de lijken hebt gezien, is een drone besturen geen PlayStation meer'

Opinie De geschiedenis van oorlogvoeren is een geschiedenis van afstand nemen, schrijft filosoof Mark Coekelbergh. Daarom zijn drones zo'n aantrekkelijk wapen; doden kost minder moeite omdat het op grote afstand gebeurt. Maar hij ziet een kentering.

Het gebruik van drones is erg omstreden. Voorstanders beweren dat de eigen militairen minder gevaar lopen, dat ze effectiever en goedkoper zijn dan bemande vliegtuigen, en dat ze goed zijn in het uitschakelen van terroristen. Tegenstanders wijzen erop dat drones veel burgers doden en dat ze meer terroristen maken dan dat ze er doden. Het ook makkelijker om een oorlog te beginnen. Als het al oorlogsvoering is, en niet een soort van moord. Het is ook een geheime manier van oorlogsvoeren, iets wat recent nog Amerikaanse senatoren zorgen baarde. Sommigen zeggen ook dat het een laffe manier van oorlogsvoeren is, omdat wie de drones bestuurt vaak duizenden kilometers verwijderd is van het slagveld en dus geen enkel risico loopt - een zwaar verwijt, aangezien moed traditioneel een belangrijke militaire deugd is.

Het tegenargument dat ik hier wil bespreken heeft ook te maken met de afstand: drones zouden het doden makkelijker maken. Het besturen van een drone wordt wel eens vergeleken met een computerspelletje: je drukt op de knop en je ziet wel iets gebeuren, maar het is allemaal te volgen op een scherm. Je bent er niet echt bij. Het gebeurt ver weg, het is iets waar je je makkelijk van kunt distantiëren. Je voelt je nauwelijks verantwoordelijk voor je daad. Ook voor het publiek is de 'oorlog' met drones ver weg. Als er maar geen eigen militairen gedood worden, als 'wij' maar veilig zijn

Intuïtief argument
Het argument dat er een verband is tussen enerzijds afstand en anderzijds de mate waarin doden makkelijk is en verantwoordelijkheid vermindert, is erg intuïtief. Denk maar aan de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. Toen op 6 augustus 1945 om 08.15 uur de bommenwerper 'Enola Gay' een atoombom liet vallen op Hiroshima, was er heel wat te zien voor de crew. Men zag een verblindend licht en een wolk in de vorm van een paddenstoel. Ze voelden zelfs de schokgolf. Maar wat ze niet zagen, is hoe de  ongeveer 70.000 mensen beneden hen precies omkwamen. Ze zagen niet de mensen die eruit zagen als 'wandelende spoken', zoals een overlevende ze beschreef. Ze zagen niet het lijden van de mannen, vrouwen, en kinderen. Doden is dan makkelijk.

Vietnam, daarentegen, was anders. Daar vlogen ook bommenwerpers, maar er waren ook veel soldaten op het terrein. Zij moesten huizen binnengaan en mensen op korte afstand doden. Dat is veel moeilijker: het vereist het uitschakelen van ons natuurlijke gevoel voor de medemens. Het vereist blind zijn voor het gezicht van de ander, om een uitdrukking van de filosoof Emmanuel Levinas te gebruiken. Normaal kan dit enkel als je het gezicht van die ander letterlijk en figuurlijk niet ziet, doordat er een grote afstand is tussen jou en diegene die lijdt en gedood wordt.

In de militaire psychologie wordt dit ook erkend. In zijn klassieker On Killing beschrijft Luitenant Kolonel Grossman dat er een directe relatie is tussen empathie en de fysieke nabijheid van het slachtoffer. Iemand van dichtbij doden is psychologisch bijzonder moeilijk: een mes, bajonet, of zelf de blote handen gebruiken is iets heel anders dan op een knop drukken in een cockpit hoog in de lucht. Doden op korte afstand creëert normaal een trauma. Je kijkt de ander in de ogen, je ziet dat de ander helemaal niet zo erg verschilt van jezelf. Het wordt moeilijk, schrijft Grossman, 'om de menselijkheid van de tegenstander te ontkennen' als je iemand in de ogen kijkt en de angst ziet. Dan is er weerstand. Je wil niet doden. Bovendien is het ook erg duidelijk wie verantwoordelijk is, er is een bijzonder grote zekerheid.

Afstand nemen
Het is dan ook niet verbazend dat de geschiedenis van wapens en krijgskunde zich laat opschrijven als een geschiedenis van afstand nemen. Om het doden mogelijk te maken, worden niet alleen allerlei trainingen ontwikkeld die de empathische vermogens van de strijder moeten afzwakken, er worden ook steeds weer nieuwe wapens ontwikkeld die de afstand tussen doder en slachtoffer vergroten. Bommen en rakketten bijvoorbeeld, die de vijand (wat dat is hij intussen geworden - er is geen persoon meer te zien) op steeds grotere afstand kunnen raken. Drones (en wellicht ruimtewapens) zijn het trieste hoogtepunt in deze wedstrijd om te grootste afstand te realiseren.

Toch is er enige hoop voor wie rekent op de kracht van de empathie. Wat zelden vermeld wordt is namelijk dat drones ook steeds betere camera's hebben waardoor niet alleen de privacy van burgers in gevaar komt (want dat is wél dicht bij ons bed, zeker in de grote steden), maar waardoor het plots ook mogelijk wordt dat leden van de drone crew met hun neus op de feiten gedrukt worden. Vandaag is het mogelijk om vanuit de lucht nummerplaten en personen te zien. Er is geen 'stad' meer en geen 'rook', er zijn concrete mensen. Er zijn vaders, moeders, en kinderen. Er zijn levens te zien. Er zijn mensen zoals 'wij'. Dan wordt het plots weer een stuk moeilijker om de knop in te drukken, zeker omdat gewoonlijk mensen voor een langere tijd geobserveerd worden. Dan maak je verhalen. Dan zijn er mensen. Dan is het moeilijk om van een concrete mens, een vader bijvoorbeeld, een 'target' te maken. Dan is het moeilijk voor een dronebestuurder om 's avonds naar huis te gaan, naar zijn familie, naar zijn kinderen. Als je de lijken hebt gezien en de vrouwen hebt zien huilen, dan is het 'geen PlayStation' meer, geen videospelletje, maar dan is het 'echt', zoals een drone bestuurder ooit zei. Dan gaan mensen nadenken. Voorlopig echter vooral achteraf.

Mark Coeckelbergh is filosoof verbonden aan de universiteit Twente en managing director van het 3TU. Centre for Ethics and Technology. Hij is gespecialiseerd in vragen rond ethiek van robotica en informatietechnologie en doet onder meer onderzoek naar ethische aspecten van het gebruik van drones.