Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker.
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker. © EPA

Achterstelling is reden tekort aan vrouwelijke hoogleraren

Vrouwen in de wetenschap

Vrouwen moeten opereren in een academische context die hen nog altijd minder gunstig gezind is.

In een interview in Opinie & Debat (12 januari) wordt Sebastien Valkenberg gevraagd een filosofisch licht te werpen op het nieuws dat minister Bussemaker honderd extra vrouwelijke hoogleraren wil aanstellen. Om te voorkomen dat lezers denken dat Valkenberg de consensus binnen de wijsbegeerte vertegenwoordigt, wil ik een ander filosofisch geluid laten horen. Geen van de argumenten die Valkenberg aandraagt tegen Bussemakers plan, houdt namelijk stand.

Zo is het, om te beginnen met de claim in het intro, gewoonweg niet waar dat een dergelijke correctie van het aandeel vrouwelijke wetenschappers ongrondwettelijk is. De Algemene wet gelijke behandeling maakt expliciet een uitzondering voor dergelijk voorkeursbeleid.

Geen van de argumenten die Valkenberg aandraagt houdt stand

Dan komen we bij een praktisch argument van Valkenberg: de universiteit kan geen afspiegeling van de samenleving zijn, omdat een stad als Amsterdam 188 nationaliteiten kent; het is ondoenlijk een dergelijke spreiding in aanstellingen te laten terugkomen. Maar als mensen het hebben over een afspiegeling van de samenleving, dan bedoelen ze dat niet zo letterlijk. En als het gaat om het aandeel vrouwen in de wetenschap, dan betreft het toch de helft van de bevolking; met zulke percentages verdwijnt Valkenbergs praktische bezwaar als sneeuw voor de zon.

Daarnaast biedt hij een meer cultuur-georiënteerd tegenargument, want hoewel Valkenberg het niet heeft over aspecten van de academische cultuur die vrouwen benadelen, wijst hij wel op de algemenere Nederlandse cultuur van vrouwen in deeltijdwerk. Nu weet ik niet of vrouwelijke academici ook voornamelijk in deeltijd werken, maar zelfs als dat zo zou zijn, dan is het wellicht alleen een verdere indicatie van hun achterstelling. Misschien willen zij namelijk wel voltijd werken, maar krijgen ze daartoe niet de kans.

Vrouw of niet, je wordt geen hoogleraar als je daartoe niet geschikt bent

Dan wat Valkenberg zelf als zijn belangrijkste bezwaar aanmerkt: mensen moeten niet bevorderd worden op basis van hun geslacht, maar op basis van hun kwaliteiten. Alleen de besten mogen hoogleraar zijn. De toekomstige Bussemaker-professoren zullen echter niet alleen op basis van hun vrouw-zijn bevorderd worden, maar net zo goed (en eigenlijk vooral) op grond van hun prestaties. Vrouw of niet, je wordt geen hoogleraar als je daartoe niet geschikt bent.

Bovendien zijn de meritocratische mechanismen waarin Valkenberg zo'n vertrouwen heeft, helemaal niet zo meritocratisch. Uiteraard willen we een uitstekende kandidaat aanstellen op een hoogleraarspost, maar wanneer blijkt dat vrouwen systematisch minder vaak geciteerd worden, vergeten worden wanneer er sprekers voor congressen en schrijvers van artikelen moeten worden uitgenodigd, en veel vooroordelen van studenten moeten overwinnen bij onderwijsevaluaties - om ander onderzoek aan te halen waaruit de achterstelling van vrouwen wel degelijk blijkt - dan worden zij vanzelf tot 'mindere' kandidaten gemaakt.

Vrouwen bereiken minder vaak de top van de academische ladder

Nu zouden we voor zaken als een lagere citatie-index nog een andere uitleg dan onbewuste discriminatie kunnen bieden, gegeven dat Valkenberg daar zo beducht voor is. Wellicht zijn vrouwen namelijk inherent slechter in wetenschap. Dat lijkt mij echter geen verdedigbare verklaring, en ook Valkenberg waagt zich er niet aan. Blijft over dat vrouwen kennelijk, bewust of onbewust, benadeeld worden op hun weg naar het hoogleraarschap, of althans niet de steun krijgen die mannen wel ten deel valt.

Zo houdt de ondervertegenwoordiging van vrouwen - of wellicht spreken we beter van de oververtegenwoordiging van mannen - zichzelf in stand. Vrouwen bereiken minder vaak de top van de academische ladder, niet omdat zij minder geschikt zijn voor de wetenschap, maar omdat zij in een context moeten opereren die hun nog altijd minder gunstig gezind is.

Zolang aanstellingscommissies (en mensen als Valkenberg) kunnen suggereren dat hun voorkeur voor de 'beste' kandidaat nobeler is dan een streven naar een meer inclusieve universiteit, zal het lang duren voor het percentage vrouwelijke hoogleraren stijgt en zijn ingrepen als die van Bussemaker noodzakelijk. Zo meent althans deze filosoof.

Chantal Bax is als filosoof verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.