1626023
Abdelkader Benali © ANP

Abdelkader Benali: 'Wij groeiden op, mijn oom bleef illegaal'

Opinie Vandaag houdt de Partij van de Arbeid congres in Leeuwarden, waar het strafbaar stellen van illegaliteit een belangrijk en verdeeldheid zaaiend onderwerp is. Lange tijd wist schrijver Abdelkader Benali niet beter of elk Marokkaans gezin had wel een 'illi' thuis op de bank. 'Op school vertelde ik niet dat ik 's ochtends met hem had zitten praten over voetbal. Mijn oom bestond niet.'

 
Mijn oom had na een paar weken tomaten plukken rouwranden zo dik als dubbeltjes en zo zwart als Napolitaanse koffie. ‘Dit gaat er nooit meer vanaf.’ Dit was het brandmerk van de illegaal

Mijn klasgenootjes hadden de VPRO-gids op de bank, bij ons thuis zat onze illegale oom op de bank. Khalid was zijn naam. Knappe man. Lang. Tanig gezicht. Veel meegemaakt. Eind jaren tachtig kwam hij naar Nederland.  Platzak. In Marokko was hij als visser aan de slag gegaan, voor de Europese markten viste hij op de woelige baren sardines. Hij had kameraden van boord zien slaan bij storm. Toen grote Europese bedrijven licenties kregen van de Marokkaanse overheid om de Atlantische Oceaan leeg te vissen, werd zijn baantje overbodig. Hij wilde  weg uit het grimmige, grauwe Marokko waar hij als onopgeleide, arme boerenzoon nooit meer aan de bak zou komen.

In de vakanties vertelde hij mij rauwe verhalen over het zware vissersleven en hij vroeg naar Nederland. Hoe het eruit zag en of er werk was. 'Natuurlijk is er werk,' zei ik, 'In Nederland werkt iedereen zich suf.' Zijn ogen begonnen te glimmen. Hij zou naar Nederland komen. We namen afscheid van elkaar en ik zei niet 'tot volgend jaar,' maar: 'Tot in Nederland.'

Ineens was hij er. Hij zat op de bank. Verlegen. Leren jackje. Sigaret. Illegaal. Niet de man die ik uit Marokko kende. Hier zat een schuchter dier. Hij was koud nog geen dag in Nederland. We gingen de straat op. Hij moest tenslotte Nederland zien, het land waar hij van had gedroomd. Zoals hij Marokko met mij had gedeeld, wilde ik met hem Nederland delen. Het weer was alleen wat minder. Op straat keek hij stuurs voor zich uit. 'Ontspan, man!' riep ik hem toe. Ik kon niet weten dat hij reden had om bang te zijn, eenmaal aangehouden door de politie zou hij meteen gedeporteerd worden.

In een schuurtje of op zolder
Lange tijd wist ik niet beter of elk Marokkaans gezin had wel een 'illi,' zoals ze werden genoemd, in huis. Het kon een neef of een oom zijn. Of een broer. Of een ver familielid of een totale onbekende. Ze sliepen in de kamer van de oudste zoon of in een schuurtje of op zolder. Altijd in de buurt van een kast waar ze zich in konden verstoppen in geval van politie. Wij woonden op de begane grond wat betekende dat mijn oom snel via de tuindeur kon verdwijnen.

We mochten aan niemand vertellen dat we een illi in ons huis hadden. Niet op school, niet tegen vrienden. Aan niemand. Mijn oom bestond niet. Op school vertelde ik niet dat ik 's ochtends met hem had zitten praten over voetbal. Iedereen was bang voor verklikkers. Soms verdween mijn oom een paar dagen. Niemand wist precies waar hij dan verbleef en dat was precies de bedoeling zodat de politie je er nooit op kon aanspreken.

Mijn oom burgerde sneller in dan ik dacht. Hij liep door alle rode stoplichten wat ik niet handig vond want ook voor die simpele overtreding kon je aangehouden worden. Mijn oom wist niet beter of iedereen liep door rood licht. Toen ik hem voor het rode stoplicht aan de mouw trok, trok hij zich van me los. 'Als ik blijf staan, valt het iedereen op dat ik anders ben dan anderen. Dan weten ze zeker dat ik een illegaal ben.' Hij had gelijk, door door rood licht te lopen, ging hij op in de massa.

De enige manier om zijn illegale status op te heffen, was door een geschikte bruidskandidaat voor hem te vinden. Eentje met de Nederlandse nationaliteit. Die kon ervoor zorgen dat hij gelegaliseerd werd. Het vinden van een bruidskandidaat viel nog niet mee. Wie wilde er nou met een illi trouwen? Er moesten heel wat kopjes koffie gedronken worden voordat het meisje van de aangezochte familie haar hand gaf. De aanwezigheid van illegalen zorgde ervoor dat heel wat meisjes een ongelukkig huwelijk aangingen.

Spanning in huis
Werk vinden was voor mijn oom niet moeilijk. Illegalen waren gewild. Ze stelden geen vragen, werkten op de meest onmogelijke uren en werkten hard. In de kassen van het Westland bestaan net als in Afghanistan geen mensenrechten. Mijn oom had na een paar weken tomaten plukken rouwranden zo dik als dubbeltjes en zo zwart als Napolitaanse koffie. 'Dit gaat er nooit meer vanaf.' Dit was het brandmerk van de illegaal. Wat het moeilijk maakte om de situatie van mijn oom te begrijpen was dat hij nooit klaagde. Hij voelde dat zijn aanwezigheid in ons huis ongewenst was. Mijn vader toonde uit broederlijke liefde zijn gastvrijheid, mijn moeder was minder gecharmeerd van die liefde. Het zorgde ook voor spanning in het huis. Toch accepteerden we zijn aanwezigheid. Dat je een offer bracht om een oom te helpen was vanzelfsprekend.
    
Wij groeiden op, hij bleef illegaal. Wat ik nooit zal vergeten is zijn blik naar ons toe. Een dromerige, wazige blik alsof hij door een matglas naar ons keek, wij die hoewel we dezelfde ruimte met elkaar deelden, toch in een heel andere wereld leefden. Daar waar het veilig was en je naar bed kon gaan om zonder zorgen weer op te staan. Een luxe die hij niet had. En als ik met mijn ogen knipperde dan was hij verdwenen. Opgegaan in een wereld waarin hij zijn plaats niet zeker was.

Abdelkader Benali is schrijver.

Rectificatie:
De herinnering is een mijnenveld. Bij het ophalen van herinneringen aan het verblijf van mijn oom in Rotterdam eind jaren tachtig, stelde ik me voor dat hij illegaal was. Het kortstondige verblijf bij ons, de onzekerheid over zijn status en moeizame weg in de Nederlandse samenleving - dit was het betekende om illegaal te zijn. Inmiddels is mij duidelijk gebleken dat hij nooit illegaal in Nederland heeft verbleven. Hij kwam op een visum. Kern van het verhaal blijft voor mij overeind staan: de onzekere status van nieuwkomers in Nederland. Een situatie die tot op de dag voortduurt.
Abdelkader Benali 3-5-2013