Zonder restrictie de nek omgedraaid

Onder het kopje 'niet uitgewerkte plannen' een rumba-opera; Rudolf Escher kwam er niet aan toe. Wat hij wel deed: bestaande composities eindeloos reviseren....

VAN RUDOLF ESCHER bestaat een tamelijk huiveringwekkende foto, waarop de componist naast een kachel zit. Anno 1955 zat iedereen in Nederland wel eens bij een kolenkachel, maar met dit beeld is iets niet pluis.

We weten dat Escher composities van zichzelf heeft vernietigd. Het wordt in concert- en plaattoelichtingen meestal tussen neus en lippen verteld, ter illustratie van Eschers spreekwoordelijke zelfkritiek. Eschers niet-vernietigde werk krijgt er vanzelf een groter belang door.

Eventuele opgeruimd-staat-netjesgevoelens maken plaats voor verbazing als je weet om welke stukken het gaat. 'Zonder restrictie teruggetrokken en verbrand' ('zie Aanhangsel F'), werd in november 1960 het fraaie Concerto voor strijkorkest, dat twaalf jaar eerder in première was gebracht door het Concertgebouworkest.

Beatrijs Escher, de weduwe van de componist, meldt het fijntjes in Rudolf Escher; Het oeuvre. Het is een werkencatalogus die ze met eindeloos geduld heeft samengesteld en becommentarieerd, bijgestaan door Eschervrienden en -kenners die zich na de dood van de componist in 1980 verenigden in een Escher Comité.

Nóg zo'n sleutelwerk dat Escher in '60 de nek omdraaide, was de driedelige Sonata per violino e pianoforte. Escher, kennelijk ten prooi gevallen aan een nieuwe, nu omgekeerde aanval van spijt en onzekerheid, vernietigde uiteindelijk alleen het eerste deel: 'De sonate werd tweedelig', vertelt Beatrijs Escher onderkoeld.

De kachel die Escher aanmaakte met zijn Concerto voor strijkorkest was overigens een keukenkachel aan de hoofdstedelijke Singel, en niet de Amsterdam-Zuidkachel van de foto. Maar het doet er niet toe. Verbazing maakt plaats voor ontzetting bij het opslaan van 'Aanhangsel F'.

Het presenteert een brief van Escher, waarin hij directeur Jurres van uitgeverij Donemus in stijve bewoordingen meedeelt de genoemde stukken, én twee andere, 'zonder enige restrictie' terug te nemen. Escher sommeert Jurres 'ál het materiaal en álle partituren volledig te vernietigen, zodat deze werken niet meer geëxploiteerd kunnen worden'. Om het nog ingewikkelder te maken, neemt Escher ook ándere stukken terug. Maar die dan 'met enige restrictie'. Ook déze werken moeten worden vernietigd. Maar Escher wil de mogelijkheid openhouden ze nog te bewerken tot 'nieuwe composities'.

Een ervan was de Symfonie nr 1, een groot bezet opus waar Escher meer dan een jaar aan had gewerkt. Het stuk was opgedragen aan huisvriendin Kiekie Droogleever Fortuyn (de dichteres Vasalis) - en was al twee keer gereviseerd, en nóg eens van suggesties voorzien. Escher aan Donemus: 'Het spijt mij dat ik dit alles niet eerder heb geweten, maar voor zo'n inzicht is tijd nodig, een soort metamorfose.'

En tot slot (merkwaardig): 'Hopend de bevestiging der crematie van u te mogen vernemen, verblijf ik ...'

Of je dat nog zelfkritiek mag noemen, of dat het de achtervolging moet heten door een boosaardige horzel: uit de nuchtere catalogus zul je het niet makkelijk opmaken. Zelfs al is het een gedetailleerde, fijn omschreven 'Catalogue raisonné', zoals de ondertitel van dit prachtig uitgegeven Escherboek luidt.

Maar onthoud de datum van Eschers brandbrief aan Jurres (21 november 1960), blader 245 pagina's terug, en leg bij het paragraafje 'Biografische kroniek, 1960' zelf maar een verband. '3 tot 7 november, bezoek aan Pierre Boulez te Baden-Baden. Zestien uren wordt gewerkt aan de analyse van diens Improvisations sur Mallarmé I & II.'

Escher, wiens oeuvre door de Duitse Luftwaffe al eens was 'gereviseerd' (hij verloor, 28 jaar oud, zijn woonstee en al zijn bezittingen bij het bombardement op Rotterdam), was een fijnbesnaarde Willem Pijper-leerling. Hij was ook een gretige denker over muziek, die gebiologeerd raakte door de avant-garde, zonder de muzikale consequenties van technieken als het serialisme te accepteren.

Grote porties van zijn creatieve energie zijn verloren gegaan aan uitzichtloze positiebepalingen. Aan hoorfysiologische ontzenuwingen van moderne 'krachtpatserij', tegenover pogingen tot afrekening met de 'voze aesthetiek van Benjamin Britten'. Aan het omarmen van de Debussy-analyticus Boulez; aan het bekritiseren van de serialist Boulez.

Eschers notities leidden soms tot een publicatie of een (dikwijls te reviseren) collegetekst. Soms tot niets.

'In de toekomst wordt mijn muziek heel anders.' Eschers Summer rites at noon (voor twee orkesten: 'De nieuwe jongens zullen er niets van begrijpen'), bleef onvoltooid. Een 'nieuwe jongen' (Jan van Vlijmen) maakte het postuum af, in Van Vlijmen-coloriet.

Pianoconcerten, een hoboconcert, een fluitconcert en een saxofoonconcert: zie de tragische afdeling 'Niet-uitgewerkte plannen'. In dezelfde afdeling, helaas, een tabaksopera, 'spelend op een eiland met palmen en met een imposante dame, liggend op het strand (zoals op sigarenkistjes voorkomt), vol met tango's en rumba's'.

Beatrijs Escher (84) is een voorbeeldige weduwe. Bijgestaan door het Escher Comité (Willem Boogman, Elmer Schönberger, Dirk Jacob Hamoen en anderen) betrekt ze overplakstroken, inktkleuren, schema's, mappen en ringbandcahiers in haar minutieuze beschrijving. Interpreteren laat ze aan anderen over.

Teleurstellend (?): de graveur die Eschers oorlogsmeesterwerk Musique pour l'esprit en deuil (viermaal gereviseerd en voor reproductiecamera's onleesbaar geworden) op kosten van Escher drukrijp zou maken, bleek na twee jaar wachten met de noorderzon vertrokken. Zijn enige daad was het opmaken van de geldinvestering.

Wilde paniek (?): Escher ontdekte dat zijn metronoom te snel liep. Alle tussen 1940 en 1953 ontstane werken hadden een ongeldig tempo. De meeste waarschijnlijk nog steeds. Tegen de regisseur Erik Vos, die Eschers toneelmuziek bij De Perzen inkortte, begon Escher in '63 een proces.

Bemoedigend (?): Van de 'zonder restrictie' afgevoerde Sonata bleek Reinbert de Leeuw nog een volledige partituur te hebben. Ze werd in '80 aan de ernstig zieke Escher voorgespeeld. De componist besloot het verstoten eerste deel weer in genade aan te nemen.

Geruststellend (ontgoochelend?): Donemus, na de oorlog opgericht om het verloren gaan van muziek door oorlogsgeweld voor eens en voor altijd te bestrijden, bleek in haar bunkerarchief nog een microfilm te hebben van het verstookte Concerto voor strijkorkest. Op aandringen van Otto Ketting is het stuk na Eschers dood weer vrijgegeven voor uitvoering. Chailly en het Concertgebouworkest zetten het in '94 op een cd, samen met Musique pour l'esprit en deuil en Summer rites at noon.

Geen commentaar (goed nieuws, slecht?): Summer rites is na een twist tussen Van Vlijmen en Chailly van de cd afgehaald. Bezitters van oorspronkelijke exemplaren hebben een collector's item.