Dirigent Gustavo Gimeno.
Dirigent Gustavo Gimeno. © Marco Borggreve

Wereldpremière voor nieuwe compositie van Rijnvos

Koninklijk Concertgebouworkest speelt Bernstein en Rijnvos

Het Koninklijk Concertgebouw bracht donderdagavond zowel Bernstein als een nieuwe Rijnvos.

Zodra de orkestmusici met hun vingers beginnen te knippen zie je het weer voor je, dat openingsbeeld uit West Side Story, waarin de Jets het aan de stok krijgen met de Sharks. Met stampende ritmes, hier en daar afgewisseld door momenten van serene rust, geven het Koninklijk Concertgebouworkest en dirigent Gustavo Gimeno de grotestadsmuziek van Leonard Bernstein het volle pond.

De roemruchte dirigent en componist zou dit jaar 99 zijn geworden, maar het lijkt erop of het eeuwfeest al is begonnen. In Amsterdam bracht ook het Radio Filharmonisch Orkest dit weekeind een hommage aan Bernstein, de orkesten van Rotterdam, Den Haag en Gelderland nemen dit seizoen eveneens voorschotjes op het jubileum, en bij het Concertgebouworkest (KCO) staan er tot 12 februari Bernsteinconcerten op de agenda.

Koninklijk Concertgebouworkest geeft de grotestadsmuziek van Bernstein het volle pond

Ook de Eerste Symfonie Jeremiah verraadt al duidelijk de signatuur van de toen nog maar 24-jarige Bernstein. Robuust koper, zinderende strijkers en verspringende ritmes bepalen de toon, maar vooral in het slotdeel, met een buitengewoon krachtig, maar niet onsubtiel aandeel van sopraan Sasha Cooke, duiken mahlereske accenten op.

Als ouverture fungeert een nieuw werk van Richard Rijnvos, Amérique du Nord, een deel van de cyclus over alle werelddelen waar de 52-jarige componist aan werkt.

Rijnvos en Bernstein

Door het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
2/2, Concertgebouw, Amsterdam

Rijnvos' muziek heeft vele gezichten. Anders dan de hermetische, abstracte verklanking van de Zuidpool die het KCO in 2012 uitvoerde, is dit nieuwe, subliem georkestreerde werk bijna verhalend: een soort Alpensymfonie, maar dan op zijn Amerikaans. Waar Strauss koebellen liet horen imiteert Rijnvos toeterende auto's.

Dat neemt niet weg dat hij in een kwartier tijd kans ziet om de wortel te trekken uit alles wat Amerikaans is: fanfares, variété- en tekenfilmmuziek, jazz à la Gershwin, door elkaar spelende orkesten in de trant van Ives, en, als markering, hoog optorenende, schurende klankstapelingen zoals Varèse ze graag hanteerde. Als coda doet alleskunner Rijnvos er nog een slaapliedje en een koekoek bij.