Sir Jeffrey Tate bij zijn aanstelling bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in 1991
Sir Jeffrey Tate bij zijn aanstelling bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in 1991 © ANP

Sir Jeffrey Tate (1943-2017): zijn orkest wilde liever een tiran dan dienstbare dirigent

Postuum: Sir Jeffrey Tate (1943-2017)

De Britse dirigent Jeffrey Tate, vrijdag op 74-jarige leeftijd overleden, zal niet de warmste herinneringen hebben overgehouden aan zijn jaren bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Zijn dienstverband in Rotterdam, zijn eerste vaste baan bij een symfonieorkest, liep tussen 1991 en 1994 uit op een mislukking.

In 1992 gaf hij een interview met Vrij Nederland waarin hij vertelde bereid te zijn voortijdig op te stappen als het niet tot een gelukkige samenwerking met het orkest zou komen. Toen vervolgens niemand hem openlijk vroeg om te blijven, maakte hij zijn vertrek bekend. In de zomer van 1993 dirigeerde hij zijn afscheidsconcert, hoewel hij officieel nog een jaar in functie bleef.

Tate, die in april nog werd geridderd voor zijn verdiensten voor de muziek, bezweek in het Italiaanse Bergamo aan een hartinfarct. Zijn dood kwam een dag na het overlijden van een andere 'Rotterdamse' dirigent, de Tsjech Jirí Belohlávek, die tot en met dit seizoen vaste gastdirigent van het RPhO was.

Kleinschaligheid koesterend

Tate werd geboren in Salisbury en leerde het vak als repetitor bij het Royal Opera House in Londen, waar hij in 1986 chef werd. De oud-medicijnenstudent maakte furore als dirigent van het English Chamber Orchestra, waarmee hij pianiste Mitsuko Uchida bijstond bij haar opnames van Mozart pianoconcerten. Van 2008 tot zijn dood was hij dirigent van de Hamburger Symphoniker.

In de documentaire Portret van een orkest (1993) zei Tate dat hij in Rotterdam te democratisch ingesteld was geweest. Een hoornist bevestigde dat: het orkest wilde liever een tiran. Tate, die werd geboren met een verkromming in zijn ruggengraat waardoor hij scheef liep, dirigeerde juist behoedzaam en dienstbaar: hij koesterde de kleinschaligheid, het grote gebaar was hem vreemd. Met de charismatische Rus Valeri Gergjev haalde het Rotterdams Philharmonisch in 1995 Tates tegenpool in huis.