1813708
Bob Dylan op 27 augustus 1969, tijdens een persconferentie tijdens het Isle of Wight-festival. © GETTY

Recensie 'nieuwe' Bob Dylan: 'Je valt van de ene verbazing in de andere'

REVIEW Wat een dieptepunt in zijn carrière leek, blijkt nu een goudmijn. 35 liedjes van Bob Dylan uit de periode 1969-1971 zijn opnieuw uitgebracht op The Bootleg Series Volume 10.

Bob Dylan - The Bootleg Series Volume 10 - Another Self Portrait

  • Oordeel van onze recensent

'What is this shit?' Het is misschien wel de beroemdste openingsregel van een albumrecensie uit de popgeschiedenis. Greil Marcus begon er in juli 1970 zijn recensie mee van de dubbel-lp Self Portrait van Bob Dylan. Hij vatte met die woorden aardig de reacties samen van de Dylanfans die de plaat, een maand voordat de recensie verscheen, blind hadden gekocht. De muziek op Self Portrait was een allegaartje aan oude folkliedjes, liveopnamen van Isle of Wight uit 1969 en covers van pophits als The Boxer (Simon And Garfunkel) en Let It Be Me (Everly Brothers).

De tegencultuur mocht dan volop in beweging zijn (Vietnam, rassenstrijd, studentenopstand), Bob Dylan, voor velen de personificatie van muzikaal protest, zong oude liedjes waar niemand oren naar had en deed dat ook nog eens in mierzoete, volle arrangementen.

En Dylanfans hadden het al zo zwaar. Na zijn nog altijd in nevelen gehuld motorongeluk in 1966 had hij nauwelijks opgetreden. In 1967 verscheen een nieuw album (John Wesley Harding) vol met sober gearrangeerde cryptische liedjes. En de plaat die een jaar later volgde, Nashville Skyline, bevatte countrysongs met een zoetgevooisde Dylan die velen deed terugverlangen naar de harde rock 'n' roll met visionaire teksten van platen als Highway 61 Revisited (1965) en Blonde On Blonde (1966).

 De albumcover van Self Portrait (1970)
De albumcover van Self Portrait (1970) © Columbia Records/Sony Music Entertainment

15 van de nummers op Another Self Portrait waren deze week al op Volkskrant.nl te beluisteren. Redacteur Just Fontein schreef er een uitgebreid verhaal bij over de ontstaansgeschiedenis van Self Portrait. Dat verhaal is hier te lezen.

Dylan peinsde er niet over aan die verwachtingen tegemoet te komen. Hij wilde resoluut af van zijn nooit zelfgezochte rol als 'leider van de protestgeneratie'. Hij koesterde een weerzin tegen zijn status als beroemdheid, want in weerwil van de matige kritieken gingen zijn platen wel steeds beter verkopen. Hij werd gek van de mensen die hem kwamen bezoeken. Hij had zijn huis in Woodstock juist gekozen om er in afzondering te kunnen leven. Hij vertikte het op Woodstock op te treden, al was het maar omdat die locatie volgens hem in zijn 'achtertuin' was uitgekozen om hem over te halen eindelijk weer eens een groot concert te geven. Twee dagen voordat Woodstock begon, boekte hij een boottocht naar Engeland om daar twee weken later op Isle of Wight op te treden.

In zijn memoires Chronicles Volume One staat hij uitgebreid stil bij deze periode, waarin hij een dubbelalbum uitbracht 'waarop alles stond wat ik kon bedenken aan liedjes die waren blijven plakken nadat ik ze tegen de muur had gekwakt'. Om eraan toe te voegen dat hij de liedjes die niet waren blijven plakken ook uitbracht.

Geen plaat met grote gedachten en ambities zou je zeggen. De algemene opvatting in de Dylangeschiedenis is nog altijd dat Dylan de weg een beetje kwijt was, geen nieuw repertoire wist te componeren en zelfs de lol in het muziekmaken leek te verliezen, dankzij te opdringerige fans.

Die geschiedenis verdient nu toch enige aanpassingen, te oordelen naar het materiaal waarop medewerkers van Sony stuitten toen ze zochten naar de originele banden van het album, dat ze geremasterd wilden uitbrengen.

Er werden tapes gevonden die sobere, uitgeklede versies bevatten van nummers op Self Portrait. Ze lieten een Dylan horen die samen met gitarist David Bromberg en (soms) toetsenist Al Kooper liedjes als Days Of '49 en Little Sadie met een veel grotere intensiteit bracht dan op Self Portrait.

 Albumcover van Another Self Portrait.
Albumcover van Another Self Portrait. © Sony Music
Slechte eindredacteur

De nieuwe versies van Dylans songs op Self Portrait maken deel uit van de lange reeks Bootleg Series die in de loop der jaren zijn verschenen. Wat die serie aantoont, is dat Bob Dylan een erg slecht eindredacteur was van zijn eigen werk. Van Self Portrait was in 1970 al een veel beter, coherenter album te maken, bewijzen de archiefvondsten. Eigenlijk heeft Bob Dylan altijd verkeerde keuzes gemaakt. Hij weerde liedjes ten onrechte van albums ten faveure van veel mindere liedjes, of hij stond toe dat producers na de opnamen de boel verpestten. Beroemdste misser is het in 1983 niet op het album Infidels laten verschijnen van het nummer Blind Willie McTell.

Wat bleek: Dylan had in kleine bezetting in New York zijn plaat opgenomen en vervolgens was producer Bob Johnston er in Nashville mee aan de haal gegaan. Hij voegde er bas, drums en in veel gevallen nog veel meer instrumenten en koortjes aan toe. Waarom al die jassen over de mooie lichamen moesten worden getrokken, is nooit helemaal duidelijk geworden, ook niet nu de veel fraaiere oerversies verzameld zijn en als Another Self Portrait het tiende deel van de inmiddels befaamde Bootleg Series vullen.

Je valt van de ene verbazing in de andere als je de 35 nooit eerder uitgebrachte liedjes beluistert. De samenstellers hebben niet alleen het Self Portrait-materiaal uit 1970 geselecteerd, maar een iets ruimer tijdvak genomen (1969-1971), zodat ook de albums Nashville Skyline (1969) en New Morning (1971) meegenomen zijn.

Goed idee, want liedjes als I Threw It All Away en If Not For You klinken hier, eveneens zonder jasje, nog mooier dan in de versies die de plaat haalden.

Hoe mooi ze ook zijn, die bekende liedjes in steevast betere versies, de grootste verrassing vormen toch de liedjes die altijd op de plank zijn blijven liggen. Hoe kon Dylan zijn versie van Eric Andersens Thirsty Boots of Eddie Noacks Dirty Boots laten liggen en wel het zeer zwakke The Boxer en even overbodige Blue Moon op de plaat zetten?

En waarom van het concert op Isle of Wight wel de zwakke versie van Like a Rolling Stone en niet het veel beter uitgevoerde Highway 61 Revisited op de plaat gezet? Het lijkt er echt op dat Dylan met Self Portrait bewust een zeer zwakke weergave van zijn kunnen op dat moment heeft willen presenteren.

Vreemd, want het spelplezier en de intensiteit stralen af van een liedje als Copper Kettle, dat in de beruchte Greil Marcus recensie ook al als hoogtepunt genoemd werd, maar in 'nieuwe' versie pas echt verbijstert.

Marcus, die tekent voor de liner notes bij Another Self Portrait, was destijds overigens minder negatief in zijn forse recensie, waarvan vooral die eerste regel is bijgebleven. Nu is hij vooral enthousiast en met reden. Goed, Wigwam zonder overdubs klinkt net zo onbenullig als de versie mét, en Country Pie blijft een minder Dylanliedje, maar Pretty Saro en de demo van When I Paint My Masterpiece zijn fraaie aanwinsten in de Dylancollectie.

The Bootleg Series Volume 10 is in diverse formats verkrijgbaar. Op vinyl, als dubbel-cd en gelimiteerd als luxe box met vier cd's met naast de twee 'gewone' cd's ook een cd met het complete Isle of Wight-concert (interessant, niet groots) en de geremasterde Self Portrait-cd, alsmede een fraai fotoboek.

Aardig, maar het gaat echt om de 35 nieuw gevonden en verzamelde liedjes. Greil Marcus zou daarvan ongetwijfeld zijn recensie openen met de zin: 'Wat is dit goed.'