Het Nederlands Kamerkoor, samen met harpist Remy van Kesteren (l).
Het Nederlands Kamerkoor, samen met harpist Remy van Kesteren (l). © Ronald Knapp / de Volkskrant

Nederlands Kamerkoor voert bewerking Brahms meesterlijk uit

Concert (klassiek) - Brahms' Requiem Reinvented

Yannis Kyriakides' bewerking van Brahms' Ein deutsches Requiem is gedurfd en levert een eigen schoonheid op. Daarnaast klinken de fel getokkelde harmonieën van harpist Van Kesteren geweldig.

Brahms' Requiem Reinvented

Klassiek
Nederlands Kamerkoor o.l.v. Peter Dijkstra
12/5, Muziekgebouw, Eindhoven
Herh.: Arnhem (18), Leeuwarden (19), Enschede (20) en Utrecht (21/5)

Duisternis heerst in de zaal terwijl de koorzangers zich aan weerszijden van het publiek opstellen. In het opgloeiende licht, midden op het podium, staat dirigent Peter Dijkstra, frontaal tegenover het publiek. Links van hem, op een verhoging, zit harpist Remy van Kesteren. Van beide kanten stijgt gezoem op, dat zich vermengt met snarenspel en eindeloze elektronische mengklanken, tussen toon en akkoord in. Telkens als een zanger invalt, knipt hij of zij een leeslichtje aan. De aanvankelijk gestaag evoluerende ambientklanken worden woeliger, de harptonen spatten alle kanten uit. De vraag rijst wat dit met Brahms te maken heeft. Maar dat wordt op den duur toch duidelijk.

Gedurfd avantgardistisch

Dat het Nederlands Kamerkoor de Cypriotisch-Nederlandse componist Yannis Kyriakides opdracht heeft gegeven Brahms' geliefde Ein deutsches Requiem aan een bewerking te onderwerpen getuigt van durf.

Hoewel zijn muziek in het algemeen welluidend is en de verdiensten van de gewone toonladder niet miskent, kan Kyriakides (47) gezien worden als een avantgardecomponist die bij voorkeur onverkend gebied opzoekt. Hij diept een muzikaal gegeven ver uit, wat leidt tot muziek die door haar lang gelijkblijvende oppervlakte minimalistisch kan aandoen, maar nauwelijks letterlijke herhalingen bevat. En dan maakt hij ook nog vaak gebruik van elektronica.

Uit elkaar getrokken flarden

Ein Schemen (A recomposition of Ein deutsches Requiem), zoals de volledige titel van het verkyriakidiseerde requiem luidt, duurt bijna vijf kwartier, even lang als het model, en volgt ook de zevendelige indeling op de voet. In elk deel is het koor anders opgesteld en duiken telkens houvastbiedende flarden Brahms op, waaronder de oorklevende melodieën op Denn alles Fleisch, es ist wie Gras en Tod, wo ist dein Stachel?.

Die melodieën zijn menigmaal uitgekleed, tot op het eenstemmige toe, en Kyriakides onderwerpt ze aan een deconstructie: aan de hand van uit elkaar getrokken flarden, die opnieuw over elkaar worden gelegd en voorzien van elektronische schaduwen, creëert hij een absorberende procesmuziek. De verkleurende lichtbalken van Floriaan Ganzevoort ademen eenzelfde intrigerende soberheid.

Van Brahms' oorspronkelijke orkestbegeleiding is nog minder te herkennen en ook van pogingen de harp lieflijk te laten klinken is geen sprake - wat niet wegneemt dat Van Kesterens fel getokkelde, schijnbaar uit elkaar gevallen harmonieën en zelfs het schurende, raspende geraas dat in het zesde deel opdoemt, geweldig klinken.

Kyriakides' visie op Brahms heeft zoals veel van zijn muziek iets monomaans, maar in de beperking toont zich de meester. Met zijn vrijwel geheel losgezongen ontleningen aan Brahms heeft Ein Schemen een eigen schoonheid en een dramatiek, waarover het Nederlands Kamerkoor een stralende vocale glans werpt.