'Tijdens het Utrechtse Festival Oude Muziek klinken ze alle 150, verspreid over twee dagen.'
'Tijdens het Utrechtse Festival Oude Muziek klinken ze alle 150, verspreid over twee dagen.' © AFP

Nederlands Kamerkoor viert 80-jarig jubileum met 150 psalmen

Ter ere van zijn 80ste verjaardag zingt het Nederlands Kamerkoor alle 150 psalmen. Elk psalm is van een andere componist.

Het Nederlands Kamerkoor viert in september z'n 80ste verjaardag met 150 Psalms, een project rond het Bijbelboek Psalmen. Tijdens het Utrechtse Festival Oude Muziek klinken ze alle 150, verspreid over twee dagen. Daarbij wordt geput uit duizend jaar muziekhistorie; elke psalm komt uit de pen van een andere componist.

Voor a capella koormuziek in de westerse traditie vormen psalmen de belangrijkste literaire bron. De teksten stammen merendeels uit de 10de eeuw voor Christus. Volgens het Kamerkoor weerspiegelen ze 'de menselijke maat': psalmen vertellen over thema's als verlies, compassie, troost en hoop. Ze spelen niet alleen een rol in de joodse en christelijke religie, ook in de Koran wordt ernaar verwezen.

Het Kamerkoor houdt de tweedaagse marathon van twaalf concerten samen met drie professionele koren uit het buitenland: het Trinity Wall Street Choir uit New York, de Britse Tallis Scholars en het Noors Solistenkoor. De programma's zijn samengesteld door de Nederlandse musicoloog Leo Samama.

Een van de vruchtbaarste psalmcomponisten was de Nederlander Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)

Een van de vruchtbaarste psalmcomponisten was de Nederlander Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621). Tot op de dag van vandaag worden psalmen op muziek gezet, onder meer door de Schot James MacMillan. Voor 150 Psalms heeft het Kamerkoor nieuwe schrijfopdrachten uitgezet bij componisten als de Amerikaan David Lang en de Libanees Zad Moultaka.

Het Amsterdamse debatcentrum De Balie lardeert de serie met lezingen en gesprekken over de religieuze, literaire, muzikale en maatschappelijke aspecten van de psalmen. In verschillende Europese landen en de Verenigde Staten leeft belangstelling om het project na de Nederlandse première over te nemen.