Muziek als wapen tegen angst bij Eagles of Death Metal in Parijs
© ANP

Muziek als wapen tegen angst bij Eagles of Death Metal in Parijs

Geen toespraken, geen bloemen. Het optreden van de Amerikaanse rockband Eagles of Death Metal, maandag tegen middernacht in de Parijse concertzaal AccorHotels Arena, ontroerde juist omdat Jesse Hughes en bandgenoten niet deden aan effectbejag, niet wilden verdrinken in woorden, of baden in oeverloze ovaties.

De Eagles of Death Metal, met zanger en voorman Hughes in een smetteloos wit kostuum, speelden gewoon twee rockende liedjes. Vrolijk, en ogenschijnlijk zonder een last op de schouders. En misschien was een klein deel van die dramatische bepakking ook echt even afgeschud, bij het gastoptreden aan het slot van het tweede U2-concert in Parijs-Bercy.

Een verrassing was de opkomst van Eagles of Death Metal, als afsluitende act van de inhaaltournee van U2 te Parijs, natuurlijk niet meer. Vorige week was de geruchtenstroom al op gang  gekomen: U2 zou de door de aanslagen in Le Bataclan getroffen band op sleeptouw nemen bij de inhaalshows in Parijs, die hadden moeten plaatsvinden in hetzelfde rampweekend. Maar zondagavond, bij de eerste U2-show, kwam ineens de Amerikaanse zangeres Patti Smith het podium opgewandeld, voor een vertolking van haar strijdlied People Have the Power.

Het bleek een prelude op wat de dag erna zou volgen. Tóch de Eagles of Death Metal. Met hetzelfde nummer, dat nu nog indrukwekkender door het popstadion galmde. Voor wie er van houdt, waren de taferelen op het podium om in te lijsten en nooit meer te vergeten. Om het drumstel van Larry Mullen Jr. was een Franse driekleur gedrapeerd, net na een toesprak van U2-zanger Bono. 'Liefde gaat winnen van angst', had Bono gezegd. 'We gunnen de terroristen onze angst niet.' De vlag werd uit het publiek getrokken - het leek allemaal strak geregisseerd, maar dat was het niet.

En daar kwamen de Eagles of Death Metal het podium op, onder een uitzinnig applaus van de uitverkochte zaal, waarin heel veel frustratie verborgen leek te zitten. Samen met U2 werd de Smith-klassieker People Have the Power nog maar eens ingezet, en het nummer zal nooit zo hartstochtelijk zijn meegezongen door twintigduizend man als maandagnacht in Parijs: vuisten in de lucht. Het beladen optreden van de Eagles of Death Metal, waar de hele popwereld naar had uitgekeken, voelde gelijk helemaal goed, want eigenlijk ook heel normaal.

Statement

Het was het ultieme statement van de pop aan de misdadigers die het drie weken geleden op de muziek hadden gemunt: maak je geen illusies, de pluggen gaan nooit uit de versterkers, en we maken er eigenlijk ook maar geen woorden meer aan vuil. En toen U2 de Eagles of Death Metal alleen achterliet op het podium - 'doen jullie nog maar een liedje' - maakte Jesse Hughes dus gewoon een zingende wandeling over de catwalk door het stadion, bij het nummer I Love You All The Time - inmiddels een dikke hit.

Het was een apotheose van twee dagen stadionrock in Parijs, die gaandeweg vorm kregen als popmanifestatie tegen terreur en onverdraagzaamheid, en als muzikale overwinning van de angst. De Eagles of Death Metal, bij wiens concert drie weken geleden negentig mensen werden doodgeschoten, stonden op een podium, speelden twee liedjes, maakten lol met het publiek. En wreven de boodschap er zo met dubbele werking in.

Verder geen mededelingen? Toch wel. 'Paris, we love you so much', zei Hughes, met een laatste zwaai naar het publiek. 'And we will never give up rock-'n-roll.'