Een brij van gesamplede orgels

Orgelsafari *..

amsterdams Orgelsafari, dat klinkt spannend – naar olifanten, giraffen en watervallen in het oerwoud. Vast een mooie afsluiter. Zo moet men gedacht hebben bij het Holland Festival, dat voor de laatste avond van het evenement de Litouwse multimedialist Arturas Bumsteinas in de arm heeft genomen. Het resultaat is illustratief voor de problemen die het festival heeft met het traceren van toekomstig talent en nieuwe ontwikkelingen op muziekgebied.

Als het om de oude garde gaat weet het festival wat het moet kiezen, maar de voorstelling Stories from the Organ Safari, die de 28-jarige Bumsteinas woensdag met drie medespelers in het Orgelpark presenteerde, bleek een muzikale amoebe met een lengte van tegen de twee uur.

Bumsteinas heeft volgens de festivalgids heel Europa afgereisd en onderweg de geluiden van allerlei orgels verzameld. Deze samples vormen samen met live gespeelde klanken de basis voor zijn performance, opgeluisterd met videoschermen en enkele kunstvoorwerpen. De artiest zelf zit op de vloer vlijtig te peuteren en te schuiven aan een flinke batterij elektronica. Een collega doet hetzelfde met een laptop. Er is een cellist die halverwege een aardig solootje heeft en verder eveneens onduidelijke pluk- en strijkacties uitvoert met een kastje snaren.

De orgels van het Orgelpark komen om de beurt aan bod, maar dat doet er erg weinig toe, omdat het er in Bumsteinas’ onvoldragen muzikantendom kennelijk om draait al het geluidsmateriaal samen te ballen tot een brij. Het enige positieve is dat er niet te veel tegelijk gebeurt. Maar het gaat in een slakkentempo.

Het treurigste is dat het al vaak is gedaan. Het verschijnsel ‘klanksoep’ moet blijkbaar door elke generatie opnieuw worden uitgevonden. Natuurlijk moet er ook ruimte zijn voor dergelijke experimenten – maar niet bij een festival dat een internationale reputatie hoog te houden heeft.