De charme van Noorderslag: 'iedereen' is er, op podium of in de zaal

Het jaarlijkse snapshot van de Nederlandse popmuziek in Groningen

Het leek wel geregisseerd, hoe de Nederlandse popscene eendrachtig voeding gaf aan de Popprijsdiscussies in de wandelgangen van de Oosterpoort. Hé kijk, daar loopt Eloi Youssef door de foyer, terwijl zijn band Kensington niet op de rol staat. Daar heb je Torre Florim van outsider De Staat, die óók niet optreedt. Zouden zíj dan misschien...?

Ziedaar de charme van Noorderslag, het jaarlijkse snapshot van de Nederlandse popmuziek in Groningen: het gevoel dat 'iedereen' er is, op de podia of in de zaal. Dat er iets van samenhang bestaat tussen al die muzikanten, hoe verschillend ook. Noorderslag als muzikaal groepsportret: nooit compleet, maar altijd representatief.

Klas van 2017

De levendigste Nederlandse popmuziek heeft onverminderd een elektronische beat als hartslag

Wat valt er te zeggen over de 'klas van 2017', behalve dan dat ze samen niet de allerspannendste editie van de laatste tijd verzorgden? Ten eerste dat de levendigste Nederlandse popmuziek onverminderd een elektronische beat als hartslag heeft. Een dancebeat, bijvoorbeeld. De Popprijstriomf van Martin Garrix onderstreepte hoe groot Nederland nog altijd is in de commerciële voorhoede; het duo Weval liet horen dat daar prachtige, gelaagde elektronische muziek van een fijnzinniger soort tegenover staat.

De hiphop dan. Het publiek in Groningen was ouder en witter dan het programma, zodat Broederliefde vol aan de bak moest om de zegetocht van 2016 te verlengen: de grote zaal was bij het begin van hun optreden matig gevuld en reageerde ook wat stuurs. Andere koek dan Lowlands, maar uiteindelijk flikten de Rotterdammers het 'm weer en sprong het publiek van links naar rechts en weer terug.

Hard, fel en goed

Wat een hiphoprijkdom in de twee grootste steden van Nederland

En wat borrelt er nog veel goeds onder de oppervlakte. Het lekkerste hiphopoptreden van de avond was misschien wel dat van SMIB uit de Bijlmer, onder het lage systeemplafond van de bovenzaal: hard, fel en goed, net als (op een heel andere manier) het zinderende Pink Oculus. Droog en doeltreffend waren de beats, met hiphop als belangrijkste maar niet enige ingrediënt. En wát een frontvrouw is Esperanza Denswil.

Dan zijn Yung Internet en het labelfeest van Rotterdam Airlines nog niet eens genoemd. Wat een hiphoprijkdom in de twee grootste steden van Nederland.

Goede gitaarbands

De gitaar domineert weliswaar niet meer, maar dood is hij niet

Tweede vaststelling: de gitaar domineert weliswaar niet meer, maar dood is hij niet. Je liep toch tegen heel wat eigenzinnige, goede gitaarbands aan, zowel oude bekenden als nieuwkomers. The Kik kennen we onderhand, maar in de grote zaal verraste de band toch. Strijkers en blazers erachter, knapzak vol nieuwe liedjes waarin de horizon wordt verbreed (barokke pop, jazz!) en kijk nou eens: als The Kik de polder-Beatles zijn, dan is het nieuwe album Stad en Land hun Revolver.

Ondertussen gebeurt er iets moois in de indiescene van Amsterdam, met dank aan twee bands die door vriendschap en liefde worden verbonden: het tomeloos energieke Canshaker Pi, geworteld in Amerikaanse nineties alternative, en de juist op Engeland geënte Pip Blom, die met toenemend zelfbewustzijn liet horen dat het mogelijk is om flegmatiek te sprankelen.

Willeke op Noorderslag

De Nederlandse popscene van nu: alles kan, alles mag, als het maar iets moois en bijzonders oplevert

Weval, Yung Internet, SMIB, Canshaker Pi, Pip Blom... Misschien was Noorderslag 2017 wel een klein beetje de editie van de Amsterdamse klap op tafel: wie zei dat '020' niet cool meer is?

Zo belanden we bij de 'Parels van de Jordaan'. Het Top Notch-label brengt klassiek Mokums volksrepertoire opnieuw uit en liet rond acht uur een warm bad vollopen voor de kleumende binnenkomers. Janne Schra en Wende Snijders verschenen ten tonele en, ja echt, ook de stralende en prachtig zingende Willeke Alberti, die Oh Johnny deed met het Zwanenkoor.

Willeke op Noorderslag. Jordanese liedjes van weleer omarmd als Hollandse fado. Het was lang ondenkbaar, maar misschien typeert het wel de Nederlandse popscene van nu: alles kan, alles mag, als het maar iets moois en bijzonders oplevert. Iemand bezwaar?