Weg met decibellen en borstklopperij: Staatskapelle Dresden gaf memorabel lesje orkestspel
© Marco Borggreve

Weg met decibellen en borstklopperij: Staatskapelle Dresden gaf memorabel lesje orkestspel

Concert (klassiek) - Mahler en Dvorák

Weg met de decibellen en borstklopperij. De Staatskapelle Dresden gaf in het Concertgebouw een memorabel lesje orkestspel. De marsorder leek te zijn: aandacht gaan we niet trekken, die gaan we zuigen.

Sächsische Staatskapelle Dresden: zo'n naam nodigt uit tot een bescheiden gaap. Bedenk bovendien dat hierachter 's werelds oudste symfonieorkest schuilgaat, met wortels tot in 1548, en fantaseer naar hartelust over verbleekte glorie en vergane chic.

Mahler en Dvorák (klassiek)

Matthias Goerne (bariton), Sächsische Staatskapelle Dresden o.l.v. Daniel Harding.

8/6, Concertgebouw, Amsterdam.

Toch verliep het allesbehalve stram, het optreden van de Dresdenaren in het Amsterdamse Concertgebouw. Sterker nog, onder gastdirigent Daniel Harding (foto), de 41-jarige Brit die op zijn eigen, onopvallende wijze al jaren meedraait in de top, gaf de Staatskapelle een heuglijk lesje orkestspel.

Weg met de decibellen en borstklopperij, daar kwam de boodschap op neer. In de Achtste symfonie van Antonín Dvorák, een populair stuk met zoemmelodieën en struikelritmes, voldeed het orkest precies aan een omschrijving van Richard Wagner. In Dresden, sprak de componist die het orkest rond 1845 zelf dirigeerde, kon je luisteren naar een 'wonderharp'.

Aandacht gaan we niet trekken, die gaan we zuigen

Voor het concert in Amsterdam leek de marsorder te zijn: aandacht gaan we niet trekken, die gaan we zuigen. De violen kregen het voor elkaar met moszachte snaren. Diep vibrerende contrabassen speelden een rol. En soms een lepe piccolo, die deed alsof het normaal was dat ijselijk hoge tonen de orkestklank volmaakt in de glans zetten.

In Dresden wordt gelukkig ook gebeest. Neem het slotdeel van Dvoráks symfonie, waar de hoorns bronstig grauwen. Ze deden het met de schwung van een dronken freule die haar rokken opgooit en haar billen toont.

Het aandeel van Matthias Goerne was helaas ongemakkelijk. De sterbariton had in Mahlers Kindertotenlieder zoveel aandacht voor het detail, dat het onbelemmerde zingen erbij inschoot.