De zappende zoon – hij sprint van Twitter naar Hyves, hij raadpleegt zijn elektronische programmagids om zijn favoriete programma op te nemen op zijn harddisk recorder, onderwijl msn’end met zijn schoolvriendjes. En passant downloadt hij het nieuwe album van zijn favoriete groep. En o ja, in de tussentijd herschikt hij de playlist op zijn iPhone, en remixt een paar oude disconummers tot een lekkere housebeat.
Vader wordt er horendol van. Die maakt zich zorgen, vooral als hij merkt dat de attentiespanne van zijn zoon de vijf minuten nauwelijks overstijgt. Wat moet er van dat kind terechtkomen, denkt hij. De krant lezen, het journaal kijken – dat is er allemaal niet meer bij, laat staan dat de zoon ooit een boek in handen krijgt.
Klagen over de jeugd is van alle tijden – de oude Grieken deden het al. En toch zijn we nu, als mensheid, niet slechter af dan tweeduizend jaar geleden. Er is geen enkele reden om ons nu wél zorgen te maken, zegt Wim Veen. Hij is hoogleraar Educatie en Technologie aan de TU in Delft, en heeft net een nieuw boekje uitgebracht: Homo Zappiens. Bestudeer het gedrag van je kinderen, en je weet precies hoe de toekomst eruitziet.
OK, we hoeven ons misschien geen zorgen te maken, maar dat neemt niet weg dat de cultuurkloof behoorlijk in de weg kan zitten. De wereld van Second Life en YouTube is voor de meeste jongeren vanzelfsprekend, zij vinden er spelenderwijs hun weg in, betoogt Veen. Maar ouderen lopen er verdwaasd rond en vragen zich af hoe ze die veelheid aan knopjes ooit moeten leren bedienen. Jongeren maken zich daar niet druk over. Die beginnen gewoon, en weten na vijf minuten of de applicatie deugt of niet. Dus terwijl vader zich nog buigt over pagina drie van de handleiding, post zoon de foto’s die hij met de in zijn nieuwe mobiel ingebouwde camera heeft gemaakt al op zijn weblog.
Volgens Veen onderscheidt de Homo Zappiens zich op een paar opvallende manieren van de generaties voor hem: hij is niet bang voor nieuwe technologie, maar beschouwt deze als een ‘tweede huid’. Hij wil de regie in handen houden over alle communicatie: in plaats van passief informatie te consumeren wil hij terugpraten. Hij denkt in beelden, al dan niet bewegend, in plaats van in tekst. Hij switcht net zo gemakkelijk van identiteit als zijn vader van sokken; er is altijd een netwerk om hem heen, dat ook altijd beschikbaar is. Dat netwerk leert hem delen en samenwerken. Hij kan heel gemakkelijk switchen tussen informatiekanalen en er meerdere tegelijk bedienen. De zappende zoon speelt onder het leren, en leert onder het spelen.
Al deze kenmerken leiden ook tot nieuwe competenties; en het zijn precies deze competenties, betoogt Veen, die een revolutie inleiden in de manier waarop we in de komende eeuw onze overheid, bedrijfsleven en onderwijs inrichten.
De overheid maakt de stap van ‘e-Government’ (voor zover het web wordt gebruikt, is dat om langs elektronische weg diensten te leveren aan zijn burgers) naar ‘e-Governance’: zij werkt samen met burgers om tot nieuwe diensten te komen. Het web wordt gebruikt, denkt Veen, om tot een grotere mate van participatie te komen. Dat is niet direct politieke participatie zoals we die nu kennen, langs de weg van politieke partijen; het is een vorm van samenwerking om maatschappelijke problemen gemakkelijker te kunnen aanpakken.
Iets soortgelijks geldt voor het bedrijfsleven. Het kapitalisme zoals we dat nu kennen is ten dode opgeschreven, meent Veen. Dat ligt aan de opkomst van de Homo Zappiens: die weet dat je met samenwerken meer bereikt dan wanneer je de klus alleen opknapt. Die vindt dat binnen de organisatie iedereen gelijk is en van elkaar kan leren. Die wil geen voorgekauwde teksten, laat staan vaste procedures en regels, maar die wil ontdekken. En vooral wil hij vrijheid en de deuren van de organisatie opengooien.
Een andere nagel aan de doodskist van het kapitalisme is de economische en ecologische crisis: duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid worden centrale begrippen in het nieuwe ondernemen. Het deksel van de kist wordt ten slotte dichtgeklapt door technologische vernieuwing: de wereld is tot nog toe gekenmerkt door schaarste van informatie, van communicatie, en van aanwezigheid: we wisten weinig, we hadden weinig middelen om onze kennis te delen, en we konden maar op een plek tegelijk zijn. Al deze beperkingen worden door de technologie opgeheven. Informatie en communicatie worden steeds overvloediger, en virtueel kunnen we op wel honderd plekken tegelijk aanwezig zijn.
Veen ziet hierdoor een nieuwe vorm van economische samenwerking, het kapitalisme voorbij. Ecoisme, noemt Veen dat. ‘In dit systeem is het natuurlijk evenwicht tussen organisaties belangrijker dan het streven naar persoonlijke winstmaximalisatie of waarde voor aandeelhouders’.
De Delftse hoogleraar ziet in de zappende zoon de winnaar van deze ontwikkeling; want precies zijn vaardigheden en talenten heeft het bedrijfsleven van de toekomst nodig.
Homo Zappiens – opgroeien, leven en werken in een digitaal tijdperk, door Wim Veen. Pearson Education Benelux. euro19,95. ISBN 978 90 430 1709 1