‘In de lappenmand, weer last van rug... hopelijk vandaag plekje bij de fysio’, twitterde Valerie Frissen (1960) afgelopen dinsdag. Toch is de communicatiewetenschapper er zaterdag bij, tijdens de manifestatie Het Geheugenhuis in Amsterdam.
Frissen, onderzoeksleider bij TNO en bijzonder hoogleraar ict en sociale verandering aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit, is gespecialiseerd in de sociale gevolgen van digitale media. Ze zal spreken onder de titel ‘Jouw herinneringen publiek bezit’.
Haar eigen Hyves-pagina stelt niet veel voor. Relatie: onbekend. Woonsituatie: geen antwoord. Dat ze de zus is van Paul Frissen, met stip de meest dwarse bestuurskundige van Nederland, kom je digitaal bladerend in haar oratie uit 2004 tegen.
Frissen heeft Twitter uitgekozen om zichzelf te profileren. Haar driehonderd volgers weten dat ze houdt van koken en lekker eten, in Haarlem woont en moeder is van ‘twee prachtige dochters’. En ze kunnen elke dag lezen wat ze uitspookt: ze maakt met de hond een wandelingetje in het park.
Het lijkt oppervlakkige informatie waar ze zich geen buil aan kan vallen. Maar velen delen wél via internet hun diepste gedachten en mooiste momenten met de rest van de wereld. Een van de vragen op haar terrein: gaat al die informatie niet een eigen leven leiden?
Ben je wel blij als je straks, in (mantel)pak, bij je sollicitatie wordt
geconfronteerd met je vroegere zelf: dronken, half ontkleed, met de
schuttingtaal die je gebruikte – schrijf maar op je buik, die baan!
‘Zo’n vaart zal het niet lopen. Elke P & O-functionaris is
zelf ook puber geweest, en student. Die let op andere dingen. Natuurlijk
doen ouders en leerkrachten er verstandig aan kinderen te vertellen niet het
achterste van hun tong te laten zien. Maar je moet de gevaren niet
overdrijven.
‘Meisjes die zichzelf uitkleden voor een webcam, foto’s die een eigen leven gaan leiden op het net; het zijn incidenten die enorm worden uitvergroot. Ik vind het interessanter vast te stellen dat inmiddels de helft van de Nederlanders een profiel heeft aangemaakt op Hyves.’
Waarom zetten mensen zich voor de hele wereld te kijk?
‘Omdat het een fundamenteel menselijke behoefte is met anderen in contact te
komen. Mensen vinden het belangrijk informatie en ervaringen te delen. Ze
stellen zich op die manier vaak wel kwetsbaar op, maar het contact met
anderen weegt ruimschoots op tegen de mogelijke nadelen.’
Is het niet gewoon naïef?
‘Het is een houding die je in principe positief moet waarderen. Ze wijst op
een groot vertrouwen in anderen, vaak volstrekte vreemden zelfs.’
Die met jouw informatie kunnen doen wat ze willen.
‘Het zijn niet de gebruikers die profielen aanmaken en deelnemen aan
communities en chatgroepen die misbruik maken van de openheid van anderen.
De kern van het probleem ligt bij bedrijven en overheden die zulke gegevens
gebruiken om profielen te maken. Daarbij staat niet het belang van de
individuele gebruiker voorop. Soms gaat het om een collectief belang zoals
veiligheid: bescherming tegen criminaliteit of terrorisme. Maar vaak is
helemaal niet duidelijk welk belang ermee is gediend.’
Veel mensen vinden dat kennelijk prima. Die zeggen: ik heb niets te
verbergen en dus niets te vrezen.
‘Was het maar waar. Stel: je bent zwart en je bent drie keer in een
islamistisch land geweest. Dan loop je het risico dat je wordt ingedeeld in
een groep waarin je jezelf helemaal niet thuisvoelt. Alleen maar door de
manier waarop gegevens aan elkaar kunnen worden gekoppeld.’
Dan zet je toch zo min mogelijk gegevens op het net?
‘Gegevens die mensen zélf op het net zetten, dragen maar heel beperkt bij aan
zo’n profiel. Het zijn de sporen die mensen onbewust maken die verzameld
worden, geanalyseerd en in een bepaald patroon gezet. Door je mobiele
telefoon, je chipkaart, alle pasjes en kaartjes die je met je meedraagt
denkt bijvoorbeeld de overheid van alles over je te weten. Daar heb je als
gebruiker helemaal geen invloed op.’
Die ontwikkeling is niet te keren.
‘De enige oplossing is technologie ontwikkelen die mensen de mogelijkheid
biedt de regie over hun gegevens zelf in handen te houden. Ik ben geen
techneut, maar ik denk dat dat kan. De technologie die privacy schendt, moet
ook gebruikt kunnen worden om gegevens juist te beschermen.’
Uw conclusie is eigenlijk heel cynisch: vertel op internet over jezelf wat
je wilt, het zijn de persoonlijke gegevens die je er níet zelf op hebt
gezet, die worden misbruikt.
‘Ik zeg ook: maak gebruikers niet wijs dat ze hun cultuur van georganiseerd
vertrouwen moeten opgeven, maar stel regels aan schendingen en misbruik van
privacy. Niet de burger moet op zijn tellen passen, maar bedrijven,
instanties en de overheid.’