Floris Wiesman, nu 41 jaar oud: ‘Dat je in de schoolbanken zat en dat je dacht: ha, straks ligt ie er weer.’ Eric van Dijk, 39 jaar, kan zich er nog om in de handen wrijven: ‘De avond tevoren las je in bed de laatste paar nummers nog een keer door, zodat je de vervolgverhalen makkelijker oppikte.’
Wie is bijgebleven met welk gooi- en smijtwerk de fusie van de stripbladen Sjors en Pep in 1975 gepaard ging, kan zich er alsnog over verwonderen dat daaruit iets moois is ontstaan dat bij gebrek aan beter maar gewoon moet worden omschreven als het Eppo-gevoel . Voor het zover kon komen, lagen broers met elkaar overhoop, kregen vrienden bijkans slaande ruzie en raakten hele huishoudens in rep en roer.
Bloedgroepen
Met de Sjors en de Pep, zegt striptekenaar Martin Lodewijk, had
je ‘twee heel verschillende bloedgroepen te pakken’. Waar Pep,
met onder meer Asterix en Lucky Luke, stond voor de klassieke
kwaliteitsstrip, voer Sjors op het laatst een zigzagkoers die het
beste uit de (Vlaamse) Robbedoes, met onder meer Guust Flater, moest
verenigen met de ‘opkomst en ondergang van het keizerrijk Trigië’ en de
avonturen van Archie, ‘de man van staal’.
Eppo groeide van lieverlee uit tot het blad waarin Agent 327 en Asterix broederlijk prijkten naast Paling & Co en Olivier Blunder. Na tien jaar werd het, vanwege een halfslachtig samenwerkingsverband met een tv-programma, omgedoopt tot Eppo Wordt Vervolgd, om in 1988 op te lossen in de Sjors & Sjimmie.
Lodewijk
Maar ruim twee decennia na het verscheiden mag je constateren dat het Martin
Lodewijk – als Eppo’s eerste art director – en zijn
collega’s kennelijk was gelukt iets samenhangends te brouwen, of althans:
iets dat beklijfde bij een hele generatie jongens die opgroeiden in de jaren
zeventig en tachtig.
Hun sentiment krijgt deze maand een vervolg als er weer een nieuwe Eppo verschijnt. Zelfstandig uitgever Rob van Bavel weekte de titel los bij de tijdschriftengigant Sanoma en is vast van plan zich ermee te richten op ‘de jongens van toen’. Het is een avontuur waarmee hij naar eigen zeggen zijn auto en zijn woning op het spel zet, maar de financiering voor de eerste jaargang is rond: vanaf 29 januari verschijnt de nieuwe Eppo in elk geval 25 keer, in een tweewekelijkse frequentie.
Tijdschrift
De reanimatiepoging lijkt kans van slagen te hebben. ‘Dit gaat helemaal goed
komen’, zegt Van Bavel (40), die het tijdschrift in zijn tienerjaren
‘verslond’. Hij heeft zich verzekerd van de medewerking van gerenommeerde
stripauteurs, onder wie een aantal mensen wier werk ook al verscheen in de
oude Eppo.
Lodewijk, die dit jaar 70 wordt, grijpt de kans met beide handen aan om het langverwachte nieuwe album van zijn Agent 327-reeks in het blad te kunnen presenteren. ‘Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is om een nieuw verhaal te bedenken. Dit is een fantastische stok achter de deur: door Eppo moet ik wel.’
Stripwinkel
Dat wordt tijd, grinnikt Paul van Dam, eigenaar van de Utrechtse stripwinkel
Blunder. Hij kijkt reikhalzend uit naar Lodewijks nieuwe werk. ‘Die man is
niet vooruit te branden’, zegt hij. ‘Nu wordt hij gedwongen te produceren,
dus wat dat betreft zeg ik: graag! Alleen al daardoor voorziet zo’n blad in
een functie.’
Zijn zaak bestaat dertig jaar en in die tijd heeft Van Dam (54) tal van stripbladen aan zich voorbij zien trekken. Hun komen en gaan markeert, denkt hij, misschien ook wel de malaise in de Nederlandse strip-scene, waarin continuďteit ongewoon is en de ontlezing hoogtij viert.
Kinderen
‘Ik zie ze hier ook genoeg over de vloer komen hoor, de ouders die hun
kinderen aan het lezen proberen te krijgen met Donald Duck-pockets – die
worden altijd nog uitstekend verkocht. Ik hoop dan dat de vlam overslaat.
Maar ik denk weleens: hoe groter de boekenkast thuis, hoe steviger die
kinderen hun hakken in het zand zetten.’
Het gros van zijn klanten is tussen 30 en 40 jaar oud en richt zich op realistische stripverhalen. ‘Maar de klassiekers blijven natuurlijk in omloop. Asterix, Kuifje: er zijn mensen aan wie je dezelfde albums in hun hele leven wel drie keer kunt verkopen.’
Ruimte
In jaargangen oude Eppo’s doet hij niet meer. ‘Dat had ik begin jaren
tachtig al snel bekeken: het vreet ruimte en het levert maar weinig op.’
Maar hij had net nog iemand uit Amersfoort aan de lijn die vroeg hoe het zat
met de nieuwe Eppo. ‘Geen idee, zei ik, maar het is leuk dat er weer
zo’n blad komt.’
Als het aan uitgever Van Bavel ligt, moet het eerste nummer over een paar weken overal voor het grijpen liggen. Hij heeft vijfduizend abonnees nodig om uit de kosten te komen en zegt daarvan, zonder noemenswaardige voorpubliciteit, ongeveer de helft te hebben binnengesleept.
‘Voor die andere helft gaan de distributeur en ik deze maand alles op alles zetten. Het eerste nummer moet straks bij zevenduizend verkooppunten komen te liggen.’
Jeugd
Ook Van Bavel is keer op keer voorgehouden dat ‘de jeugd’ geen strips meer
leest en er bovendien moeilijk voor is te porren. ‘Dan zeg ik: nou en? Ik
ben er niet zo bang voor. Met de mensen die vroeger de Eppo lazen,
kunnen we zeker 25 jaar vooruit. Sterker nog, liefst zou ik het hardop
verbieden: ben je jonger dan 16, dan mág je de Eppo niet eens
lezen, als het aan mij ligt.’
De lezers van het eerste uur zijn op zijn minst nieuwsgierig. Floris Wiesman: ‘Ik heb op hun site gekeken en zag dat je voor een jaartje kon intekenen. Kijk, dat lijkt me dan wel handig, om uit te vinden of het iets is.’ Eric van Dijk: ‘Ik zat met mijn kinderen naar het journaal te kijken, we zagen het voorbijkomen en ik riep meteen: dat gaat papa nou eens lekker doen.’
Meer strips: Stripgalerie ; Stripverhaal