Van epoxy dippen tot rotatie spuitgieten

Acht beeldbepalende technieken voor designmeubels

Nieuwe technieken maken nieuwe meubelontwerpen mogelijk. De Thonet-stoel werd pas geboren toen men hout ging buigen en epoxyhars gaf Marcel Wanders' touwstoel ruim baan. Acht beeldbepalende technieken die tot op de dag van vandaag worden gebruikt om designmeubels te maken. U ziet hier steeds de voorloper en een moderne variant.

Hout buigen

In 1859 lanceerde Michael Thonet de Nr. 14, een stoel die was gemaakt met een nieuwe techniek om hout te buigen. Lange, dunne latten werden in kokende lijm gedompeld en vervolgens in ronde mallen aan elkaar geperst. Thonet kon zo een stoel reduceren tot zes houten onderdelen, tien schroeven en twee leertjes. Dit was het eerste seriemeubel dat bereikbaar was voor de massa. Al zou het nog tot na 1900 duren voordat de Nr. 14 volledig industrieel werd vervaardigd.

Een efficiënte productiemethode is het buigen van hout allang niet meer. Het is nu vooral decoratief. Wie anders dan Marc Newson weet anderhalve eeuw later deze kwaliteiten uit te buiten: de Australische wonderboy die zowel designer als beeldhouwer is. Zoals een schilder met een zwierige penseelstreek een wereld tot leven brengt op het doek, zo laat deze ontwerper zijn zwierige stoel-design stollen in gekromd hout. Zijn Wood Chair is geen massaproduct maar een exclusief pronkstuk, slechts bereikbaar voor een elite van gefortuneerde designliefhebbers die bereid zijn duizenden euro's neer te tellen voor deze grotendeels met de hand gemaakte stoel.

Oud: Nr. 14 - Michael Thonet (1859, Thonet)
Nieuw: Wood Chair - Marc Newson (Cappellini)

Bouwpakket

Een stoel zo ontwerpen dat deze als een plat pakket kan worden vervoerd. Oké, strikt genomen is het geen technische innovatie, meer een slimme toepassing. Maar het idee van Ikea om meubels te verkopen als een bouwpakket dat de klant zelf in elkaar moet zetten, is misschien wel de revolutionairste toepassing sinds het buigen van hout door Thonet.

De Pöang is met ruim dertig miljoen exemplaren de meest verkochte stoel ooit - op die ene Thonet-stoel na dan.

De toepassing van ontwerper Christian Heikoop om een stoel als een tent op te zetten is minstens zo slim. En dan te bedenken dat zijn Glissade-stoel een afstudeerproject was aan de Design Academy Eindhoven. Nooit meer hoofdbrekens over onbegrijpelijke Ikea-tekeningen of weggeraakte schroefjes, maar een stoel die met overzichtelijke klik- en schroefbewegingen in elkaar wordt gezet. Het soepele leer wordt daarbij als een tentdoek over het frame geregen. Met als resultaat de sierlijkste doe-het-zelfstoel ooit.

Oud: Pöang - (Ikea 1956)
Nieuw: Glissade - Cristian Heikoop

Plastic persen

Wat ze nou precies moesten met dat plastic, dat revolutionaire materiaal dat zomaar van vloeibaar veranderde in keihard, dat wisten Ray & Charles Eames ook niet. Dus maakten ze in 1947 maar een kunstzinnig prototype van een soort stoelbankje. De vorm was geïnspireerd op een werk van beeldhouwer Gaston Lachaise, vandaar de naam. Het was de eerste plastic stoel, maar hij zou pas na de dood van beide Eames' industrieel worden vervaardigd. Plastic is uitgegroeid tot zo'n beetje het meest gangbare materiaal voor stoelen.

De Sparkling Chair van Marcel Wanders is weliswaar ook van plastic, maar daarvoor wordt luchtdruk gebruikt, dezelfde techniek waarmee waterflessen worden geblazen. De vijf onderdelen (vier poten die als schroefdoppen in het frame draaien) zijn hol en zijn onder druk gevuld met lucht, om de stoel sterk te maken. Het bijzonderst is het gewicht: slechts 1 kilo.

Oud: La Chaise - Ray & Charles Eames(1947, Vitra)
Nieuw:-Sparkling Chair - Marcel Wanders (Magis)

Multiplex buigen

De Side Chair van Ray & Charles Eames is door Time Magazine verkozen tot 'de beste stoel van de 20ste eeuw'. Niet dat dit Amerikaanse opinieweekblad een autoriteit is op het gebied van design. Maar het maakt duidelijk hoe invloedrijk dit ontwerp is geweest. In hun zoektocht naar een lichtgewicht en ergonomische spalk voor de Amerikaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het echtpaar Eames een manier om platen hout te buigen. Om uiteindelijk pal na de oorlog uit te komen bij een gracieuze stoel met een ongekend zitcomfort.

En als het mogelijk is om multiplex te buigen, waarom zou het dan niet met platen bamboehout kunnen, dachten ontwerpers Tejo Remy en René Veenhuizen. In hun Utrechtse werkplaats bedachten ze een techniek om het taaie bamboe te buigen door het in dunne lange repen te zagen en vervolgens te verlijmen. Dat leverde vervolgens ook nog eens stoel op met een al even verrassende vorm. Of het ook de beste stoel van de 21ste eeuw zal worden, is de vraag. Maar deze Bamboo Chair is in elk geval duurzamer dan die van Eames.

Oud: Side Chair - Ray & Charles Eames (1946, Vitra)
Nieuw: Bamboo Chair - Tejo Remy en René Veenhuizen

Rotatie spuitgieten

Al in de jaren vijftig maakte de Deense ontwerper Verner Panton schetsen van een stapelbare stoel die geen achterpoten had en bovendien was vervaardigd uit één materiaal. Toch zou het tot 1967 duren voordat zijn Panton Chair kon worden gemaakt. Door een nieuwe techniek om plastic onder hoge druk in een gesloten mal te spuiten, konden stoelen in bijna elke denkbare vorm worden geproduceerd. Door de mal daarbij voortdurend te draaien, worden luchtbellen en andere onvolkomenheden voorkomen. Deze geavanceerde techniek, het futuristische plastic en dan ook nog eens die aerodynamische vorm: alsof de stoel in een windtunnel was gemaakt. De Panton Chair bleek een instantklassieker.

Pas veertig jaar later volgde een waardige update met de Myto van de Duitse ontwerper Konstantin Grcic. Deze lichtgewicht stoel is de eerste die met rotatiespuitgieten is vervaardigd van milieuvriendelijk bioplastic. De S-vorm werd hoekiger om materiaal te sparen; vandaar ook het geometrische gatenpatroon in de zitting. De Myto oogt als een Panton-stoel uit het computertijdperk.

Oud: Panton chair - Verner Panton(1967, Vitra)
Nieuw: Myto - Konstantin Grcic (Planck)

Epoxy dippen

Misschien wel de laatste grote innovatie van de 20ste eeuw is een stoel gemaakt van een flexibel materiaal als touw dat wordt gefixeerd met vloeibare epoxy. Deze mix van ambachtelijkheid (een stoel maken van stof) en hightech (fixerende epoxy) is door Marcel Wanders op geniale manier verbeeld met zijn Knotted Chair (1996). Met macramé van touw is een slappe stoel geknoopt, die door de harde epoxy zijn uiteindelijke vorm kreeg.

Dit principe van zachte stof en harde kunststof is door Christien Meindertsma zo vereenvoudigd dat ze er in samenwerking met een verpakkingsfabriek een industriële stoel mee maakte. Het patroon van de Flax Chair - zowel zitvlak als poten - wordt uit een mat van vlas gesneden, alsof het een jas is. Deze lappen vlas worden niet ondergedompeld in epoxy, maar in een mal geperst met plastic. Maar het principe is hetzelfde: een slap materiaal krijgt kracht door een behandeling met kunststof. Meindertsma won er een Dutch Design Award mee.

Oud: Knotted Chair - Marcel Wanders (1996, Cappellini)
Nieuw: Flax Chair - Christien Meindertsma (Label Breed)

IJzer buigen

De Model B3 Chair - beter bekend als de Wassily Chair, een verwijzing naar de voornaam van de abstracte schilder Kandinsky - was de eerste stoel zonder achterpoten, maar met een lange metalen buis die als een slang over de grond en weer omhoog kronkelde. Architect en ontwerper Marcel Breuer was in 1925 de eerste die bedacht dat het machinaal buigen van staal ook goed kon worden gebruikt om meubels te maken. Hoewel zijn ontwerp alle destijds bestaande opvattingen over het uiterlijk van een stoel tartte, zou een rechter later bij een geschil tussen de fabrikanten Thonet en Gispen oordelen dat deze buisconstructie 'geen artistieke, maar een technische vinding' was. Waarmee de weg openstond voor talloze variaties. Tot op de dag van vandaag.

De Japanse ontwerper Nendo - we zagen hem al elders in dit magazine als lid van de nieuwe designelite - gebruikt deze technische vinding voor de creatie van een onbetwist artistiek meesterwerk. Zijn Thin Black Lines bestaat uit niets meer dan gebogen stalen buizen. Door het optische bedrog worden ook nu weer alle hedendaagse conventies over de stoel getart.

Oud: Wassily Chair - Marcel Breuer (Knoll, 1925)
Nieuw: Thin Black Lines - Nendo

Aluminium gieten

Aluminium is licht, sterk en eenvoudig te verwerken omdat het makkelijk te smelten is en snel stolt, en het roest niet. Kortom, het is de ideale grondstof om stoelen van te maken. De Zwitserse ontwerper Hans Coray was in 1938 de eerste die een kuipstoel ontwierp die uit een mal kwam en dus van dit destijds revolutionaire aluminium kon worden gemaakt. De Landi Chair bestaat uit een gebogen en comfortabele aluminium plaat, die rust op een zelfstandig frame dat zowel de poten als de armleuning vormt. Door de gaten in de kuip was dit destijds de lichtste stapelstoel.

Met zijn Bone Chair heeft Joris Laarman niet alleen de giettechniek voor aluminium verfijnd, ook is dit de eerste algoritmisch ontworpen stoel. De vorm van deze stoel is gebaseerd op het groeiproces van botten; het buisframe is smaller waar er minder kracht op staat en breder waar het veel gewicht moet dragen. De vorm is berekend met software uit de auto-industrie. Net als met de Landi Chair bespaart Laarmans aluminium stoel veel materiaal.

Oud: Landi - Hans Coray (1938, Vitra)
Nieuw: Bone Chair - Joris Laarman