Hollands motief

Internationaal is de trend alweer voorbij, maar in Nederland is de gedessineerde tricotjurk nog ongekend populair...

Als het tijd is voor nieuwe prints wordt er in het atelier van Sissy-Boy een mooie bos bloemen op tafel gezet, of een oud botanisch boek tevoorschijn gehaald dat een van de ontwerpers heeft gevonden in een Parijs boekwinkeltje. En dan tekenen de ontwerpers met potlood of penseel een bloemdessin. Janneke van Lieshout, een van die designers: ‘Daardoor zit ons eigen karakter in die ontwerpen.’

Ieder seizoen maken Van Lieshout en haar collega’s zo twintig nieuwe dessins. Meestal bloemdessins – ‘Dit seizoen zijn ze vrij groot’ – en af en toe een geometrisch motief. Die prints worden gebruikt voor tops en rokken, maar vooral voor tricot jurken, de bestsellers van de Nederlandse modeketen.

De gebloemde stretchjurk is door heel Nederland een hit, maar met name in Amsterdam, waar, zoals Van Lieshout zegt, ‘iedere moeder van in de dertig er een aanheeft’. Bijna al die moeders combineren de jurk sportief met een T-shirt met lange mouwen of een hemdje met een kantrandje, een legging en Birkenstocks of platte laarzen. Zelf draagt Van Lieshout de jurk niet. ‘Maar ik snap het goed’, zegt ze. ‘Hij is vrouwelijk en dankzij het tricot zit-ie lekker en past-ie goed. En door de vrolijke print heb je iets aan waarvan je meteen blij wordt.’

De gedessineerde tricotjurk is een uitvinding van Diane von Furstenberg, een Belgische die ooit was getrouwd met de Duitse prins Egon von Furstenberg en sinds eind jaren zestig in de Verenigde Staten woont. In 1973 kwam ze met haar wrap dresses, overslagjurken met een kraagje en abstracte dessins, die sloten met een wikkelceintuur. Een wereldhit, tot ze werden ingehaald door de mode van de jaren tachtig. In 1997, toen ze merkte dat haar oude jurken geliefd waren in het tweedehandscircuit, herintroduceerde ze ze. Vele merken volgden haar. Sommige nieuwe, zoals het Britse Issa en het Belgische Maison Vandenvos, maakten aanvankelijk alleen maar gedessineerde stretchjurken.

Internationaal is de hausse voorbij, maar in Nederland is de tricot stretchjurk populairder dan ooit. De modellen die hier het meest worden gedragen zijn enigszins afgezwakte versies van Von Fürstenbergs origineel. Er zit bijvoorbeeld aan de bovenkant van de jurk een overslag, maar in het rokgedeelte niet, zodat-ie op de fiets niet open waait. Of, een nog iets mildere variant: een jurk met een V-hals en een strikceintuur.

Sissy-Boy is overigens niet het enige Nederlandse merk dat tricot jurken maakt. Ook King Louie, een Amsterdams merk dat begin jaren tachtig begon met katoenen coltruien, maakt ze.

Een jaar jaar of tien geleden begon het met effen tricot jurken, en nadat zes jaar geleden in Frankrijk een goede textieldrukker was gevonden, kwamen de eerste dessins: noppen en bloemen. Inmiddels bestaat de bulk van King Louie’s vrouwencollecties uit tricot printjurken. Een van de grootste afnemers is Sissy-Boy, die ze naast de eigen collectie verkoopt.

Ook King Louie komt elk seizoen met twintig nieuwe dessins. ‘Zodat je niet op een feestje dezelfde tegenkomt’, zegt oprichtster Ann Berlips. Maar de kleuren zijn wat feller en de bloemenprints uitgesprokener. ‘Wij houden van Japanse kimono’s en dat zie je.’