'Het dna van het Stedelijk is internationaal'

Interview Beatrix Ruf

Beatrix Ruf is dit weekeinde begonnen als directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum. Ze heeft al een aankoop gedaan en drie relatief jonge kunstenaars gestrikt voor 2015. 'We moeten niet de canon bevestigen, maar
de canon bepalen.'

Ze is net terug van een week bij de nonnen in Vught - haar tweede na de zomer. Een half jaar geleden beloofde de in Duitsland geboren Beatrix Ruf 'zo goed als mogelijk' Nederlands te spreken als ze op 1 november aan haar baan in het Stedelijk zou beginnen. Deze zaterdag is het zover, maar ze durft het nog niet aan het interview in het Nederlands te doen. 'Ik mail al wel in het Nederlands.'

Ze zit er redelijk ontspannen bij in een hoog gesloten witte blouse onder een donkere tuniek - haar gebruikelijke outfit. Er is een groot contrast met 8 april, de dag dat ze werd gepresenteerd als de nieuwe directeur. 'Toen was ik heel nerveus. Nu maar een beetje.' In de Kunsthalle Zürich, het museum waaraan ze tot dit weekeinde leiding gaf, is een opvolger benoemd. Ook die is vandaag begonnen. Dat geeft rust, zegt ze.

De afgelopen maanden reisde ze telkens vanuit Zwitserland op en neer om het Stedelijk te leren kennen. Ze bezocht het depot een paar keer. Werkte met zakelijk directeur Karin van Gilst aan de begroting voor volgend jaar. Verkende de uithoeken van het museumgebouw. Voerde een-op-eengesprekken met de curators.

Heeft ze ook gepraat met de vorige directeur, Ann Goldstein, de Amerikaanse die vorig jaar ontslag nam na een storm van kritiek? Ruf: 'Natuurlijk spreek ik haar. Ze is een oude vriendin. Ik zie haar regelmatig.' Ze bezweert dat ze geen tips heeft gekregen. 'Er zijn zoveel redenen waarom de dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Ann gaat daar professioneel mee om.'

Het Stedelijk is altijd een rolmodel geweest voor andere musea

Toch is het opvallend hoe anders Ruf de zaken aanpakt. Ze geeft op haar eerste werkdag meteen een interview - een hemelsbreed verschil met de schuwheid van haar voorgangster. Goldstein aarzelde om iets van een visie te tonen; Ruf meldt de buitenwereld nu al welke kunstenaars naar Amsterdam komen, zonder dat die zich op data hebben laten vastleggen.

Een ander verschil met Goldstein, die maanden in het Hilton verbleef: Ruf logeert daar ook, maar zal als dit interview verschijnt al een paar woningen hebben bekeken. Ze gaf de afgelopen maanden herhaaldelijk toespraken bij belangrijke gebeurtenissen in en rond het museum, alsof ze al aan de helmstok stond. Zo speechte ze bij de opening van The Image as Burden, de overzichtstentoonstelling van het werk van Marlene Dumas die nu de derde maand in gaat.'Dumas gaat fantastisch', constateert ze vergenoegd. 'Veel respons. Ook in het buitenland.'

Wat haar grote plan is met het Stedelijk? In het verleden was er in Amsterdam geregeld debat over de vraag in hoeverre het Stedelijk zich nog kon meten met grote collega's als Tate Modern in Londen en het MoMA in New York. Toch behoort haar nieuwe museum qua collectie tot diezelfde 'Champions League', zegt ze stellig. 'Tate en MoMA beschouwen ons als gelijke partners inzake bruiklenen. Het Stedelijk heeft kunstwerken die de grootste musea ter wereld graag willen tonen. En het is altijd een rolmodel geweest voor andere musea, die groter waren.

'Natuurlijk willen we een belangrijke rol in Amsterdam en Nederland spelen, maar het dna van het Stedelijk is internationaal. We kunnen geen twintig tentoonstellingen per jaar brengen, of nog verder uitbreiden zoals MoMA en Tate. Maar het goede van het Stedelijk was dat het altijd een standaard zette. Dat moet onze rol zijn. Experimenteel zijn. We moeten niet de canon bevestigen, maar de canon bepalen.'

Essentieel is daarbij volgens haar een nauw contact met kunstenaars. 'Toen ik werd benoemd waren kunstenaars zo enthousiast. Ik weet zeker dat velen van hen gul zullen zijn voor het Stedelijk. Al hebben we niet een aankoopbudget van 10 miljoen, het zal lukken het werk van kunstenaars te integreren in de collectie.'

Wat haar daarbij voor ogen staat: meer dan nu kunstwerken uit de collectie combineren met tijdelijke tentoonstellingen. Volgend jaar zijn de tekeningen, schilderijen en knipsels van Matisse te zien samen met delen uit de Stedelijkverzameling. Het voornemen geldt nadrukkelijk ook eigentijdse kunstenaars. 'Ik praat al veel met kunstenaars en laat hun de collectie zien. Zodat ze kunnen meedenken over de vraag of zaken anders moeten worden tentoongesteld.'

De naam van Willem Sandberg, de veelgeprezen directeur tussen 1945 en 1963, rolt een paar keer van haar tong. Omdat hij ongewone expositievormen bedacht en de baanbrekende kunstenaars van CoBrA en De Stijl een podium gaf. Zulke dijkdoorbraken ziet Ruf niet snel gebeuren. 'We leven in een tijd waarin bewegingen niet meer zo duidelijk zijn. Zoals we nu voor het eerst een generatie kunstenaars hebben die is opgegroeid met internet. Thematische overzichtstentoonstellingen zijn moeilijker te maken, omdat de tijd daarvoor te polyfoon is.'

Nog iets wat ze wil veranderen: de strikte scheiding tussen design en kunst in het muse­um. Ze verwijst naar de kunstenaars die in de jaren negentig van de vorige eeuw opzettelijk de grenzen verwarden tussen kunst en gebruiksvoorwerpen. 'Kunst en design zijn geen parallelle activiteiten, maar onderling verbonden.'

Ze tobt ook over een herschikking van de vaste collectie, die sinds de heropening in september 2012 op de begane grond staat uitgestald. 'Er waren zoveel kunstwerken die het publiek na de sluiting weer wilde begroeten. Dat The Beanery van Edward Kienholz lange tijd niet te zien was, is nu voorbij. Het museum is twee jaar open. Dat geeft de mogelijkheid om zaken aan te passen.'

Belangenconflicten

Veranderingsgezind is ze, maar niet als het aankomt op de wijzigingen in het bestuurklimaat die van buiten zijn voorgesteld. In korte tijd is het Stedelijk twee keer publiekelijk geattaqueerd door Christiaan Braun, een kunstverzamelaar die eerder de degens met het museum kruiste. In een dure advertentiecampagne viel hij het museum in september aan omdat leden van de raad van toezicht (zeg maar de raad van commissarissen) volgens hem verknoopt zitten in belangenconflicten. Doordat ze zelf kunst kopen die vervolgens in het museum wordt opgehangen. Doordat van een lid van die raad, die kunstenaar is, een aankoop werd gedaan.

Braun beschuldigt ook Ruf. Zij moet van hem haar adviesbanen bij de Zwitserse uitgever Michael Ringier en de verzekeraar Swiss Re opgeven, die een grote kunstcollectie bezitten. Publieke en private functies gaan niet samen, stelt Braun. Vindt ze dat niet gek, in grote krantenadvertenties onder vuur te worden genomen? Onderkoeld: 'Blijkbaar is iets erg belangrijk voor hem. Ik ken de geschiedenis met hem nog niet goed. Ik heb geen contact met hem, maar sta wel open om hierover in discussie te gaan, met iedereen die vragen heeft.'

Bij Swiss Re stopt ze; die bijbaan is aan het directeurschap van de Kunsthalle Zürich verbonden. Ze peinst er niet over Ringier voortaan haar raad te onthouden. Ze werkt al ruim twintig jaar voor hem en zegt nooit problemen te hebben gehad. Ze duldt geen beïnvloeding van haar kunstbeleid en zal nooit enig museum benadelen, stelt ze. En: 'Het Stedelijk is transparant.'

Een collega vroeg haar onlangs tijdens een diner of ze een woning en een dienstauto van de gemeente kreeg. Die tijd, zo die er al was, is voorbij sinds de verzelfstandiging in 2006. Het Stedelijk krijgt veel subsidie van Amsterdam, maar moet steeds meer de eigen broek ophouden. Dat brengt risico's met zich mee, erkent ze.

'Maar ik geloof enorm in relaties. Als je belangrijk werk wilt verwerven waarvoor je geen geld hebt, dan móét je met verzamelaars praten en met hen omgaan. Anders verdwijnt dat soort werk in de markt. De geschiedenis van de collectie en het Stedelijk is gebaseerd op donaties. Die komen niet als je ophoudt met privéverzamelaars te praten.'

Tino Sehgal

Wie er niet bij is geweest zal het voor altijd missen, omdat er geen foto's van mogen worden gemaakt. Wie er wél is geweest, vergeet het niet meer: de artistieke flashmobs van de Duits-Engelse kunstenaar Tino Sehgal (1976).

Optredens van mannen, vrouwen en (soms) kinderen die het publiek tegemoet treden. Zingend, dansend, hardlopend, pratend; veelal ook: ondervragend. Wat vindt u van de huidige markteconomie? Wat is volgens u progressie?

Sehgal mag inmiddels over de hele wereld zijn bedenksels tonen. Het zijn geen performances. Het is geen pure improvisatie. Sehgal noemt het 'levende sculpturen' of 'geconstrueerde situaties'. Die zijn even verwarrend en tijdelijk als fascinerend. Omdat ze een museumbezoek tot meer maken dan het staren naar een kunstwerk aan de wand. Met het uitnodigen van Sehgal zal er levendigheid binnen de Stedelijk-muren komen.

Ruf: 'Hij is een van de radicaalste denkers. Het zou een droom zijn een overzichtstentoonstelling met hem maken. Dat is nog nooit gebeurd. Hoe laat je tien performances zien?'

Magali Reus

Verleidelijk is het werk van de Nederlandse Magali Reus (1981) in eerste instantie niet te noemen. De 'gebruikssculpturen' in aluminium en roestvrij staal zijn koel en afstandelijk. Bij nadere bestudering blijken ze gebruikt en gehavend. Kleurige pannen vol aangekoekte smurrie. IJskasten met verfrommelde bamibakjes. Perfecte schoonheid met een scherp randje, het is een constante in Reus' werk. Videobeelden van hoekige mannen die zich, in open zee, drijvend houden dankzij plastic waterreservoirs; hygiënisch schone klapstoeltjes in een steriele wachtkamer. Dat soort werk.

Het lijkt de eigentijdse voortzetting van minimal art, overgoten met een maatschappelijk sausje. Het heeft Reus' carrière een sneltreinvaart gegeven. Van de Rietveld Academie via het Londense Goldsmiths College naar de Rijksakademie. Van Galerie Fons Welters naar een groepstentoonstelling in Tate Modern.

Ruf: 'Elke belangrijke Nederlandse kunstenaar moet een tentoonstelling in het Stedelijk krijgen. Ik volg Magali Reus al drie jaar. Ze maakt objecten die terugslaan. Geanimeerde geometrie.'

Ed Atkins

De Brit Ed Atkins (1982) is animator, acteur en scenarist tegelijk. Voor zijn laatste werk, Ribbons, heeft hij zich al acterend laten filmen door een 3D-camera. De beelden zijn daarna op een computer geretoucheerd, waardoor de virtuele Atkins het uiterlijk heeft gekregen van een afgetrainde hooligan. Deze 'Dave' zuipt, rookt, vloekt, oreert en zingt. Als hij ladderzat is, heft hij het liefst Erbarme dich, mein Gott uit Bachs Matthäuspassion aan - vertolkt door Atkins zelf, die zijn stem uitleende aan de avatar.

De lyrische teksten van Dave over liefde en leven, eveneens van de hand van de maker, zijn door recensenten pretentieus en onbegrijpelijk genoemd. Niettemin maakte Atkins' expositie, waarin computeranimatie op meerdere schermen centraal staat, indruk. Ribbons was dit jaar voor het eerst te zien in de Kunsthalle Zürich. Directeur van dat museum toen: Beatrix Ruf.

Ruf: 'Ik word geraakt door hem. Hij stelt menselijke vragen. Wat betekent de dood in verhouding tot het digitale, en wat seksualiteit en liefde? Hij heeft een heel individuele stem.'

Isa Genzken

Nog voor haar indiensttreding heeft Beatrix Ruf al een aankoop gedaan. Het is een werk van een oude bekende: Isa Genzken (1948), de Duitse kunstenaar bij wie Ruf een decennium geleden een installatie bestelde voor haar museum in Zürich.

Genzken was ooit gehuwd met Gerhard Richter (de nu wereldvermaarde schilder) en maakte ook zelf flink carrière. Onlangs had ze een retrospectief in het MoMA in New York. Bij die gelegenheid werd ze 'misschien wel een van de belangrijkste en invloedrijkste vrouwelijke kunstenaars van de laatste dertig jaar' genoemd.

Het Stedelijk bezit al enkele werken van Genzken, die vooral sculpturen en installaties maakt. Daar komt nu Zwei Lampen uit 1994 bij, een twee meter hoog doek waarop designlampen zijn geschilderd.
Ruf: 'Dit werk past perfect bij het Stedelijk omdat het de dialoog toont tussen kunst en design - een dialoog die de hele collectie van het museum typeert.'