Ombudsvrouw: de krant heeft nu de taak zich te verzetten
© Bier en Brood

Ombudsvrouw: de krant heeft nu de taak zich te verzetten

Journalist waakhond van de democratie

De wereldpolitiek schudt op zijn grondvesten, waarheden liggen onder vuur. Hoe moet de Volkskrant daarmee omgaan? Ze moet waken voor het normaliseren van het ontoelaatbare.

Bij de koffieautomaat werd er afgelopen juni nog gekscherend over gedaan, zij het met een licht bezorgde ondertoon. Wat als we straks een Brexit krijgen? Wat als Trump de nieuwe president van Amerika wordt, Le Pen de verkiezingen wint in Frankrijk en Wilders in Nederland? Doet de identiteit van de krant er dan misschien wel toe?

Veel meer opwinding was er niet toen de Volkskrant in juni dit jaar de identiteitsverklaring aanpaste. Decennialang zei deze krant dat ze wilde 'opkomen voor verdrukten en ontrechten', althans, zo stond het in de identiteitsverklaring uit 1975. Vier decennia later is de krant veranderd, met andere redacteuren die in grote meerderheid instemmen met het schrappen van die woorden.

Identiteit van de Volkskrant 2016

'De Volkskrant is een journalistieke organisatie die zich tot taak stelt lezers onafhankelijk, zorgvuldig en zo veelzijdig mogelijk te informeren. Daarmee wil zij gestalte geven aan het in Nederland geldende grondrecht van vrijheid van meningsuiting, informatieverwerving,-vermenigvuldiging en -verstrekking, zoals vastgelegd in de Grondwet en internationale verdragen. In de emancipatoire geest van haar oprichter, de katholieke arbeidersbeweging, wil zij toegankelijk, maatschappelijk betrokken en vooruitstrevend zijn.'

Op een plenaire vergadering werd de nieuwe identiteitsverklaring zonder fundamenteel debat over de koers van de krant aangenomen. Onder voorwaarde dat het woordje 'emancipatoire' werd toegevoegd in een zin over de oprichter van de krant, de katholieke arbeidersbeweging. Zo drukt de krant uit dat ze zich ervan bewust is dat ze voortkomt uit een emancipatiebeweging.

Jammer, mijmert een enkeling - maar de meesten vinden het niet meer dan logisch dat de laatste linkse veren worden afgeschud, een proces dat in de jaren negentig in gang is gezet om de krant toekomstbestendig te maken. Geheel in lijn met de professionele, pluriforme en toegankelijke kwaliteitskrant die de hoofdredactie voor ogen heeft. Trouwens, wordt er überhaupt nog weleens naar de identiteitsverklaring gekeken? De sombere voorspellingen bij de koffieautomaat werden enigszins gegeneerd weggewimpeld. Beetje alarmistisch, nietwaar. 'Zover is het nog lang niet.'

Identiteit van de Volkskrant 1975

'De Volkskrant is een landelijk ochtendblad, dat zich tot taak stelt de lezers eerlijk en zo veelzijdig mogelijk te informeren. Zij is voortgekomen uit de katholieke arbeidersbeweging. Mede daarom wil zij vooruitstrevend zijn en vooral opkomen voor verdrukten en ontrechten. Zij is zelfstandig in haar meningsvorming. In het bijzonder beoogt zij ontwikkelingen te bevorderen die een belofte inhouden voor een menswaardiger samenleving.'

Een half jaar later schudt de wereldpolitiek op zijn grondvesten. Populistische bewegingen - die zich tegen een in hun ogen corrupte elite keren en het volk beloven de macht terug te geven - hebben vleugels. Gemeenschappelijke waarden en waarheden liggen onder vuur. Nieuwsconsumenten leven in 'filterbubbels', online worden ze vooral gevoed door informatie die hun denkbeelden bevestigt. Het vertrouwen in de mainstreammedia brokkelt gezwind af, zij zouden en masse de boze witte man hebben gemist. Hiërarchische verhoudingen tussen de kwaliteitspers en activistische online media dreigen in de digitale soep te verdwijnen.

In de VS heeft de existentiële crisis waarin serieuze media sinds de verkiezing van Trump verkeren geleid tot zelfreflectie en een hernieuwde zoektocht naar journalistieke waarden en normen. Wat is het antwoord van deze krant op de nieuwe realiteit, op een verkiezingsstrijd die net als in de VS waarschijnlijk guurder wordt dan ooit en zal draaien om identiteitspolitiek? Kan de redactie doorgaan op de ingeslagen weg? Heeft de krant in de eerste plaats een 'hygiënische functie', zoals de plaatsvervangend hoofdredacteur schreef in het Commentaar van 19 november, namelijk 'de zin en onzin van elkaar scheiden'? Of doet de identiteit van de krant er nu wel toe - en zo ja, wat behelst die dan? Hoever strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de krant?

Hoever strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de krant?

Het zijn grote vragen, die sinds november als een dikke mist boven talloze mailtjes van lezers hangen. Soms zit er plompverloren een antwoord tussen: 'Van mij mogen jullie veel meer tegengas geven tegen Wilders en Trump.' Zeker, er zijn lezers die Trumps verkiezing omarmen, een rechtse wind in Europa toejuichen en de krant vooringenomenheid verwijten - analoog aan de beschuldigingen die media in de VS treffen. Maar verreweg de meeste mailtjes lijken ontsproten aan verbijstering, al is de reactie soms diametraal verschillend. De relativisten denken dat de soep niet zo heet wordt gegeten, terwijl de waakzamen daarop geenszins gerust zijn. Eenzelfde tweedeling zie je op de redactie.

Doorgeefluik

Zodra het over Wilders gaat, krijgen de vragen een ernstiger en dwingender karakter, zo illustreren mailtjes rond de uitspraak in het 'minder, minder'-proces (van de veertig waren er zes positief over de PVV-leider, uit de rest sprak bezorgdheid en kritiek op de krant).

Op internet trof de krant het verwijt een ongefilterd doorgeefluik van Wilders' boodschappen te zijn. De tweet waarin hij 'PVV-hatende rechters' na zijn veroordeling 'knettergek' verklaarde, stond kort na de uitspraak boven aan de site, met de kop 'Reacties op Wilders-vonnis: 'Nederland is een ziek land geworden'' eronder. 'Wat voor boodschap brengt de Volkskrant met deze koppen over?', mailde een lezer dezelfde dag, vrijdag 9 december. 'Het weergeven van deze - nogal extreme - opvattingen, zonder een heel duidelijke relativering of zelfs maar een tegenwerping, komt akelig dicht bij het goedkeuren van deze opvattingen.'

De volgende dag viel in de papieren krant juist de onderkoelde behandeling van de 'knettergek'-boodschap op. Deze was keurig vervat in een nieuwsbericht, maar zonder verdere duiding. Ook na het weekeinde werd de journalistieke vraag niet opgeworpen of Wilders met zijn uitspraken de rechtsstaat ondermijnt. Terwijl hij dat weekeinde ook nog in De Telegraaf, een van de weinige media die hij wel te woord staat, had gezegd dat hij als premier 'schoon schip wil maken' - zonder duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde.

De urgentie die op de nieuwspagina's ontbrak, was wel aanwezig in opiniërende stukken. Als een gekozen volksvertegenwoordiger laatdunkend over de rechtsstaat doet, 'is het niet dom, maar gevaarlijk', stelde columnist Bert Wagendorp vast. Hij verwoordt de zorg van een substantiële groep Volkskrant-lezers. 'Deze stemmingmakerij tegen de rechterlijke macht is denk ik de meest staatsondermijnende activiteit van de heer Wilders tot nu toe', schreef een lezer, die het uitschakelen van Turkse instituties in herinnering bracht. 'Opletten dus!'

Wilders definieert uiteraard niet de krant, hij maakt in deze tijd van toenemende polarisatie wel zichtbaar waar het schuurt

Normaal gesproken probeert de redactie de gevoelstemperatuur in de samenleving te meten. Ophef en gevoelens van onrust zijn voldoende aanleiding om de redactie in de hoogste staat van paraatheid te brengen. Waarom was zij nu dan zo terughoudend? Er komen verschillende verklaringen voorbij. 'Wilders verlegt voortdurend zijn grenzen, daar gaan we niet telkens aandacht aan besteden.' Er is een groep lezers die sowieso niets over Wilders in de krant wil lezen. Zij vreest dat alle publiciteit - goed of slecht - hem in het zadel helpt. Daar laat de redactie zich doorgaans niets aan gelegen liggen, maar nu werd het als argument aangehaald. 'We krijgen toch altijd het verwijt dat we te veel doen?'

Tussen de regels klonk nog een reden: de krant wil onpartijdig en niet politiek correct zijn. Kritische aandacht voor Wilders levert online al snel de beschuldiging op dat de krant de PVV-leider wil kielhalen. De redactie is niet bang voor de beschuldigingen an sich, ze wil er wel voor waken dat de balans zoekraakt.

Het is een lastig te ontwarren kluwen aan steekhoudende argumenten en oneigenlijke motieven dat met enige regelmaat rond de PVV opduikt. Wilders definieert uiteraard niet de krant, hij maakt in deze tijd van toenemende polarisatie wel het best zichtbaar waar het schuurt.

De redactie probeert hem net zo te behandelen als andere politici. Uiteraard is het belangrijk dat de krant onpartijdig, feitelijk en eerlijk verslag doet van alle politieke partijen. Alleen gedraagt Wilders zich niet zoals de meeste andere politici. Net als Trump heeft hij de kwaliteitsmedia tot vijand bestempeld, staat hij hen vrijwel niet te woord en communiceert hij vooral via Twitter. Bij de PVV-leider is het bijna nooit mogelijk door te vragen of hem - als hij betrapt wordt op een leugen - ter verantwoording te roepen. Dit gedrag is niet normaal voor een gekozen volksvertegenwoordiger in een representatieve democratie.

Controle

Journalisten zijn de waakhonden van de democratische rechtsstaat

Het raakt een van de belangrijkste kerntaken van de journalistiek. Een die nu te weinig als leidend principe geldt: journalisten zijn de waakhonden van de democratische rechtsstaat, waarin vrijheidsbeginselen, mensenrechten en de scheiding der machten worden gerespecteerd. Journalisten controleren de macht. Daartoe behoren ook invloedrijke politici. Wie de waakhondfunctie als uitgangspunt neemt, heeft een instrument om vrij zuiver journalistieke afwegingen maken.

Wanneer Wilders rechters beschimpt, behoort de krant hier vanuit haar waakhondfunctie over te berichten. Niet zozeer met een opgeheven vinger - hoewel dat in het Commentaar best kan en ook geregeld gebeurt - maar in slimme analyses en onderzoeksverhalen. Gaat hij weer een stap verder? Wat betekent dit voor de rechterlijke macht, sijpelt Wilders' minachtig door naar de samenleving? Een logisch voortvloeisel van de waakhondfunctie is ook dat de redactie zichtbaar maakt hoe aanspreekbaar en transparant politici zijn. Als Wilders geen vragen wil beantwoorden, mogen journalisten dat tot vervelens toe opschrijven.

Een journalistieke waakhond neemt populistische leiders en extreme uitspraken serieus. Soms bestaat de neiging relativerend op heftige politieke uitlatingen te reageren: 'holle retoriek', 'hij bedoelt het niet zo', of 'dat kan hij wel zeggen, maar internationale verdragen staan dat in de weg'. Aannamen zijn riskant in het journalistieke proces. Een relativerende houding kan leiden tot onderschatting van het nieuws en tot het normaliseren van radicale opvattingen. 'Geloof de autocraat', waarschuwde Poetindeskundige Masha Gessen vorige maand in The New York Review of Books na de verkiezing van Trump. 'Hij meent wat hij zegt.' Mensen schijnen de neiging te hebben in de ontkenning te schieten zodra ze geconfronteerd worden met het onaanvaardbare, aldus Gessen. Ze verwijst naar The New York Times, die haar lezers in de jaren dertig verzekerde dat het antisemitisme van Hitler slechts een houding was.


Een alarmistische interpretatie die gepaard gaat met beladen woorden - bijvoorbeeld: 'Trump is een fascist' - kan daarentegen leiden tot overdrijving en vervreemding van diepgewortelde sentimenten in de samenleving. Verscheidene kwaliteitsmedia in de VS hebben de laatste tijd geconcludeerd dat ze Trumpstemmers en hun onvrede onvoldoende serieus hebben genomen. Nederlandse media hebben zo'n proces van zelfonderzoek vijftien jaar geleden doorgemaakt na de moord op Pim Fortuyn in 2002. De jaren daarna deed de redactie soms aan 'overcompensatie', blijkt uit het boek Tussen de regels over vijf jaar verslaglegging door de Volkskrant begin deze eeuw. Uit angst om de aansluiting met het grote publiek te verliezen, was er meer dan voldoende aandacht voor het geluid van 'de Wildersen en Hirsi Ali's van deze wereld'.

Er is een verschil tussen de vertolkers van ongenoegen en de problemen en gevoelens van burgers. Ook hier: aannamen vertroebelen de werkelijkheid. Dat is de belangrijkste fout van de beroepsgroep bij deze verkiezingen, stelde Martin Baron, hoofdredacteur van The Washington Post. Een deel van de veronderstellingen - zoals wat kiezers het meest zouden waarderen in een presidentskandidaat - bleken onjuist. Het beste tegengif tegen aannamen is verslag doen, zegt Baron. Erop uit gaan, met mensen praten, ze proberen te begrijpen. Een mooi voorbeeld in de Volkskrant zijn de interviews met verschillende typen zwevende kiezers, die bij politieke ontwikkelingen inzicht geven in de invloed daarvan op hun stemgedrag.

Fundament

De redactie zal zich daarbij bewust moeten zijn van haar blinde vlekken - ze is voornamelijk hoogopgeleid, wit en woonachtig in de Randstad, hoewel 69 procent buiten de Randstad is opgegroeid. Ironisch genoeg biedt de oude identiteitsverklaring van de krant houvast. De katholieke arbeidersklasse van weleer stemt vandaag misschien op de PVV of 50Plus. De 'verdrukten' manifesteren zich overal in de maatschappij, het zijn ouderen die zich in de steek gelaten voelen door traditionele partijen, Nederlanders met een migrantenachtergrond die zich uitgesloten voelen en laagopgeleide jongeren buiten de Randstad die geen sociale huurwoning kunnen krijgen. De redactie zal in alle haarvaten van de samenleving aanwezig moeten zijn om de onderstromen niet te missen.

Natuurlijk doet de identiteit van de krant ertoe. Een krant die alleen maar onpartijdig, feitelijk en professioneel wil informeren heeft wel een hoofd, maar geen hart. Anno 2016 wordt het 'emancipatoire' karakter niet in een politieke kleur uitgedrukt - hoewel de perceptie van 'linkse azijnbode' hardnekkig is - maar in de onderwerpkeuze, zoals aandacht voor verpleeghuizen, asielkwesties, discriminatie en verslaglegging in oorlogsgebied. En in het vertelperspectief: van mensen in plaats van instanties.

De redactie zal alert moeten zijn op een devaluatie van feiten, maar mag zich er niet door laten ontmoedigen - integendeel

Het fundament van de krant vormt het scheiden van zin en onzin. Een probaat middel is de feitencheck rubriek. Klopt dit wel?, waarin beweringen van onder anderen politici worden onderzocht. Of het ontmaskeren van leugens ook werkelijk effect heeft, is een tweede. Tijdens de verkiezingscampagne werden Clinton en Trump zo'n beetje platgefactcheckt. Verslaggevers van Politico constateerden op een gegeven moment om de 3 minuten een leugen bij Trump, maar het leidde tot geen enkele vorm van rekenschap afleggen, concludeerde Susan Glasser van Politico voor het Brookings Instituut. 'Hoe meer nieuwsorganisaties het deden, des te minder de feiten bleven hangen.'

De redactie zal alert moeten zijn op een devaluatie van feiten, maar mag zich er niet door laten ontmoedigen - integendeel. Tegelijkertijd is het scheiden van zin en onzin alleen niet genoeg in deze postmoderne tijd van gepolitiseerde feiten en waarheidsbubbels.

Net als Trump heeft Wilders zijn kanonnen op de pers gericht. 'Mensen voelen zich niet meer vertegenwoordigd door al die wereldvreemde politici, rechters en journalisten die ons volk al zo lang schaden en ons land niet sterker maar alleen maar zwakker maken', zei hij na zijn veroordeling.

Media zouden zich dit soort aanvallen niet moeten laten welgevallen. In het zwartste scenario worden de geesten rijp gemaakt om bepaalde media op enig moment uit te schakelen. In het mildste geval resoneert het in de samenleving: dé media zijn partijdig, ze verkondigen 'ook maar een mening'. In de VS tonen enkele gezaghebbende journalisten als Christiane Amanpour van CNN zich strijdbaar. 'De media moeten zich wapenen', betoogde ze onlangs bij het in ontvangst nemen van een internationale prijs voor de persvrijheid. 'We moeten vechten tegen het normaliseren van het onaanvaardbare.'

Het wordt tijd dat de krant zich verzet. Als journalistieke waakhond, die opkomt voor feiten, voor nuance, voor fundamentele rechten en voor de 'verdrukten' in de breedste zin van het woord. Die extreme opvattingen serieus neemt en waakt voor het normaliseren van het ontoelaatbare. Een krant die weet waar zij staat, weet zich geharnast tegen onterechte beschuldigingen. Het analyseren van onverdraagzaamheid is niet partijdig of elitair.