Voorpagina van Argus, nummer 1.
Voorpagina van Argus, nummer 1. ©

Henk Krol wordt keihard uitgelachen in het eerste nummer van journalistenveteranenblad Argus

Het is er: het eerste nummer van Argus, het nieuwe blad van veteranen uit de journalistiek.

In het eerste nummer van het nieuwe, nauwelijks te definiëren tweewekelijkse tijdschrift Argus staat een column van Cisca Dresselhuys, die als volgt begint: 'Ouderen zijn niet geliefd. Laten we er maar geen doekjes om winden.'

Nóg een reden dus om elkaars gezelschap te zoeken. Gedeelde smart is halve smart en eens een journalist, altijd een journalist. In dit gezelschap van veteranen, grotendeels afkomstig uit wat vroeger met gepaste trots de 'linkse pers' werd genoemd, zijn discussies over de pensioengerechtigde leeftijd uit den boze en wordt Henk Krol keihard uitgelachen.

Gedeelde smart is halve smart en eens een journalist, altijd een journalist

De teloorgang van de opiniebladen en de 'fletse aanblik van het medialandschap' wekten Argus tot leven

Niet voor niets werd het verschijnen van het eerste nummer maandag gevierd in Scheltema, het bruine café aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. In deze 'Nederlandse Fleet Street' gingen journalisten tot in de jaren zeventig na gedane arbeid - en vaak al eerder - aan het bier. Argus, vernoemd naar de journalist uit de verhalen van Olivier B. Bommel, koestert het verleden.

Het was ook in Scheltema dat het tijdschrift werd bedacht, een half jaar geleden nog maar. Oud-medewerkers van Het Parool en Vrij Nederland wendden hun weemoed aan om weer een 'auteurskrant' op te tuigen. Voor het cijferwerk kregen ze steun van Theo Bouwman. De voormalige topman van PCM is mede-uitgever. Met 1.500 abonnees is Argus uit de kosten en de teller staat inmiddels op 1.420.

Argus is natuurlijk een wonderlijk (en anachronistisch) allegaartje van artikelen en columns geworden

Een daad van verzet is het ook; een kleintje dan. De teloorgang van de opiniebladen en de 'fletse aanblik van het medialandschap' wekten Argus tot leven, plus natuurlijk die hunkering van oudere journalisten naar een podium. Ze schrijven kosteloos - en alleen wat ze zelf willen.

Zo gaat dat bij een 'auteurskrant'. De achterliggende gedachte, volgens de hoofdredactie (Rudie Kagie en Kees Schaepman): 'Heel belangrijk: wat met plezier is geschreven, wordt over het algemeen met plezier gelezen.' Hier heeft de hoofdredacteur slechts de taak een doorgeefluik te openen.

Daardoor is Argus natuurlijk een wonderlijk (en anachronistisch) allegaartje van artikelen en columns geworden, met bijdragen van tal van journalisten die hun sporen in het vak hebben verdiend. Om er een paar te noemen: John Jansen van Galen (over taakstraffen), Nico Haasbroek (straatkranten) en Jan Donkers (toeristen in Amsterdam). Het recept is van Anne Scheepmaker. Meindert Fennema schreef een essay over nepnieuws, waarin koningin Marie-Antoinette even verrassend als listig wordt verbonden met Patricia Paay.

Oud-Volkskrant-journalist Ben Haveman nam het grootste waagstuk voor zijn rekening: een interview met Theo Bouwman. Met tegenzin kijkt die terug op de periode dat PCM zich onder zijn leiding in de armen stortte van de Engelse roversbende Apax. Het werkelijke drama voltrok zich pas na zijn vertrek bij PCM, beweert Bouwman.

Ze hadden elkaar ooit eerder ontmoet, Haveman en Bouwman. Van die ontmoeting was Haveman vooral het 'consumptietempo' van Bouwman bijgebleven. Hij wordt een 'topscorer uit de eredivisie van de natte gemeente' genoemd. 'Pils-wodka, wodka-pils. Onze kennismaking zal op zijn uitnodiging eindigen in een prijzige eetgelegenheid, waarbij mijn gesprekspartner aan tafel in slaap sukkelt, trouwhartig aangestaard door zijn hond die het kwijl over mijn schoenen laat lopen.'

Dat waren nog eens tijden; andere tijden. Tijdens hun recente samenzijn dronk Bouwman thee.