1353883
Alexander Klöpping. © Masha Osipova / de Volkskrant

Alexander Klöpping: ik ben niemands boegbeeld

De zomer is de ideale tijd voor zelfreflectie. Besteden we onze tijd wel goed? En wat is dat eigenlijk, tijd? Experts geven het antwoord in de serie Zomertijd.Vandaag Alexander Klöpping over digitaal heldendom.


Als gevolg van zijn optreden in De Wereld Draait Door geldt Alexander Klöpping als de internetexpert van zijn generatie. Maar een meningenpapegaai wil hij juist niet zijn.

CV

1987 geboren in Oss

2003: webshop The Gadget Company

2008-2009: redactiechef 925.nl

2010: internetkenner DWDD

2013: programma over Silicon Valley voor DWDD University

VERLOREN TIJD

Als een week acht dagen zou tellen, wat deed je dan op de achtste dag?

Alle seizoenen van The West Wing en Arrested Development nog een keer kijken.

Wat was de mooiste dag van je leven?

Dat is nu.

Heb je te weinig tijd, te veel tijd of precies genoeg?

Precies genoeg. Ik kan bijzonder goed lummelen tussen het werken door. Ik lees het liefst mijn RSS-reader met duizenden sites over technologie. Als ik terugkom van vakantie, begin ik meteen met lezen. Daar kan ik zo van genieten.

Wat ga je na de zomer anders doen?

Een betere balans vinden tussen werk dat ik doe voor het geld, en werk voor de lol. Werken voor geld, zoals spreekbeurten, is soms te veel routine. Dan voer je steeds hetzelfde toneelstukje op. Dat wil ik niet, dus dan moet ik iets anders verzinnen.

Wanneer is tijd verspilde tijd?

Ik geloof niet zo in verspilde tijd.

Wanneer is tijd goed bestede tijd?

Als m'n directe omgeving er blij mee is.

In oktober 2011 publiceert de Amerikaanse internetgoeroe Jeff Jarvis het boek Public Parts, een manifest voor openheid op internet. We moeten niet zo bang zijn voor het verlies van privacy, betoogt hij, want het is alleen maar positief dat we steeds meer van onszelf blootgeven. Een principe dat hij zelf huldigt door bijvoorbeel te twitteren vanaf de operatietafel waarop hij wordt geopereerd voor prostaatkanker.

In het Amerikaanse tijdschrift The New Republic verschijnt een vernietigende recensie van het boek. Jarvis is een schreeuwende 'internetintellectueel' die zich niet laat hinderen door enige academische of intellectuele onderbouwing. Het type dat vooral meningen van anderen overneemt en congres na congres afloopt om zijn ondoordachte internetevangelie te verkondigen.

Alexander Klöpping (25) las de recensie en dacht: 'Verdomme, dit gaat ook over mij.'

In welke zin gaat het over jou?
'Zodra internetexpert onder je naam staat, ben je dat blijkbaar voor anderen. Ik twijfel weleens of ik de juiste persoon ben om stellige dingen te zeggen aan tafel bij De Wereld Draait Door. Ik doe zelf geen onderzoek, maar herhaal vooral columnisten en academici. Wie ben ik dan om me uit te laten over bedrijven zoals Facebook of Google? Of te roepen dat Jack de Vries een verachtelijke mening heeft over WikiLeaks? Toen ik die recensie las, besefte ik: ik moet blijven lezen en oppassen dat ik niet, zoals Jarvis, alleen nog als een orakel mijn mening verkondig.'

Laatst belde Alexander Klöpping met UPC, omdat zijn internet het niet deed. Als snel stond een monteur voor de deur. Het is een van de gevolgen van zijn optredens als internetkenner in DWDD. Ook is hij plotseling een soort BN'er light, die voor spelletjesprogramma's wordt gevraagd (en waar hij vervolgens vriendelijk voor bedankt). Klöpping vindt de aandacht voor zijn persoon eigenlijk een beetje ongemakkelijk, blijkt in het café aan de Amsterdamse Noordermarkt waar hij veel van zijn dagen doorbrengt.

Dat hij regelmatig op tv komt, is dan ook meer toeval dan het resultaat van een uitgedokterd carrièreplan. Hij bezocht DWDD een keer en zei na afloop tegen de redactie dat hij technologie en internet miste in het programma. De volgende dag kreeg hij prompt een telefoontje: of hij niet wilde komen praten over de introductie van de iPad? Klöpping aarzelde niet, want: 'Het is een onderwerp dat ik cool vind, en dan wil ik dat met iedereen delen.'

Sindsdien schuift hij vaak aan om over internet en technologie te praten. Het maakte hem een boegbeeld van de digitale tijd en de lichting welbespraakte twintigers die het huis niet verlaat zonder iPad. De generatie die alles wil, alles lijkt te kunnen en misschien wat snel verveeld is. Het samenspel met Matthijs van Nieuwkerk versterkt dit imago, omdat de presentator met Klöpping aan tafel graag doet alsof hij nog nooit een computer heeft gezien.

Je schreef dat je leven zo druk is sinds DWDD.
'Ik verveel me nooit. Ik heb een lijstje met projecten waarmee ik wil beginnen, zoals het bouwen van nieuwe websites, maar ik kom daar helaas te weinig aan toe. Gelukkig doe ik alleen dingen die ik leuk vind. Zodra iets routine wordt of voelt als werk, ga ik over naar wat anders. Die mogelijkheid heb ik gelukkig.'

Omdat er genoeg geld is?
'Ja. Niet veel, maar er is altijd wel wat door kleine projecten die ik heb lopen. Ik ben een ritselaar; verdiende al op jonge leeftijd door Abtronics, fitnessbanden, via een webshop te verkopen of door een betaalportal voor een website te bouwen. Het geld dat ik met die activiteiten verdien, is in elk geval voldoende om alleen te doen wat ik leuk vind. Veel mensen sparen voor hun pensioen, maar daar houd ik me niet mee bezig. Ik wil toch tot mijn 90ste blijven werken.'

Je spaart niet voor je pensioen?
'Nee. Ik wil niet aan later denken. Dat voelt gebonden. Daarom koop ik bijvoorbeeld ook geen huis.'

Je maakt je ook nooit zorgen over je pensioen?
'Nee. Er kunnen onverwachte dingen gebeuren, zoals ziekte. Daar spaar ik natuurlijk wel een beetje voor. Maar ik wil niet nadenken over het moment dat ik niet meer zal werken, omdat dat moment hopelijk niet komt. Werk is voor mij: een hobby waarmee ik geld verdien.'

Wat doe je dan in je vrije tijd?
'Werk en privé lopen volledig door elkaar. De ultieme ontspanning is voor mij: surfen op internet. Dat vindt mijn vriendin irritant. Als ik thuis ben, moet ze de laptop uit mijn handen trekken.'

Altijd op internet dus. Hoe voorkom je dat je tijdens het werken wordt afgeleid door mails, tweets en Facebookberichten?
'Ik heb filters ingesteld, zodat ik mijn werktijd goed kan gebruiken. Ik krijg bijvoorbeeld alleen de mails binnen van mensen die ik boeiend vind, de rest komt in een andere map terecht. Ik hoef mijn mail dus niet dwangmatig te checken; de echt belangrijke berichten zie ik toch meteen. Hetzelfde met telefoontjes: ik heb een lijst met mensen die ik meteen wil spreken, de rest wordt doorgeschakeld naar de voicemail. Ik ben een nerd, ik vind het heerlijk dit soort systemen te bedenken.'

In gesprekken met jou valt altijd het woord nerd. Waarom benadruk je dat nerd-zijn zo?
'Omdat ik een nerd ben.'

Jij komt op tv en woont in de grachtengordel. Wat maakt jou zo nerderig?
'Ik besteed veel tijd achter de computer. Als ik geen vriendin zou hebben zou ik al snel dagenlang alleen op een kamertje zitten internetten.'

In tegenstelling tot nerds ben je sociaal en gevat.
'Dat heb ik geleerd. Op de basisschool was ik wel anders, hoor. Ik was onzeker en dacht dat anderen me niet leuk vonden. Volgens mij had ik ook maar één vriendje. Toen ik voor het eerst op internet ging - ik weet dat dit cliché klinkt - ging er een wereld voor me open. Eindelijk voelde ik dat er meer was dan Oss en de mensen die er rondliepen. I don't know. Je kon op internet gewoon met iedereen praten. Halverwege de middelbare school kreeg ik meer zelfvertrouwen, omdat het goed ging met mijn webshop in gadgets. Eigenlijk was ik toen nog asocialer, want ik was alleen nog met mijn bedrijf bezig. Meisjes interesseerden me ook niet. Pas in Amerika ging ik voor het eerst uit.'

Je woont al jaren samen, had op jonge leeftijd al een goedlopend bedrijf. Heb je niet een gedeelte van je jeugd overgeslagen?
'Ach, misschien ga ik dat ooit nog wel missen, maar nu ben ik heel gelukkig. Bovendien weet ik: als het hier kut gaat, kan ik altijd nog verhuizen. Dat is een bevrijdende gedachte.'

Vorig jaar sprak je in een interview over de 'identiteitskwestie'; wie ben ik en wat moet ik eigenlijk met mijn leven? Weet je het al?
'Het is duidelijker geworden: ik ben nu bezig met een project dat 'Universiteit van Nederland' heet. In de VS hebben ze iTunes University: colleges van de beste professoren in prachtige zalen, waarbij je niet anders kunt dan aan de lippen van die docent hangen. Dat wil ik ook in Nederland: de mooiste zaal, de beste professoren, urenlange colleges. Zo kan mijn broertje ook enthousiast worden van een college over nanotechnologie. We zijn net begonnen en het gaat goed: universiteiten zijn enthousiast en het is makkelijk om geld bij elkaar te krijgen.'

Denk je straks niet weer: wie ben ik eigenlijk?
'Dat interesseert me geen reet.'

Dat interesseerde je wel.
'Ja, vorig jaar wel. Toen had ik even geen purpose. Soms heb ik geen doel en dan ben ik niet blij. Nu ben ik dat weer wel, want ik heb iets om vol voor te gaan. Het is zo'n intens goed project; iedereen wil er aan meewerken. En ik denk dan meteen: als het in Nederland kan, dan wil ik het ook voor de rest van de wereld. Stel je voor: de mooiste colleges ter wereld, in zalen in Columbia waar de verf van de muren bladdert. Fantastisch!

Gaat je dat ook lukken?
'Natuurlijk gaat me dat lukken.'

Sta je ervan versteld hoe snel jij zo'n project van de grond krijgt?
'Man, het is zo makkelijk om geld bij elkaar te krijgen via bedrijven.'

Word je niet argwanend van dat bekend zijn? Plotseling vinden mensen alles wat je doet fantastisch.
Lacht: 'Nou, ik heb van veel dingen last, maar dat vind ik niet zo erg. Wat wel vervelend is: voor veel mensen ben ik blijkbaar een toegangspoort tot Matthijs van Nieuwkerk. Als ik in de rij sta bij de bakker benaderen mensen me met ideeën voor apps of Facebook voor dieren. Dat doen ze echt niet omdat ze mij willen overtuigen.'

Door DWDD word je wel gezien als een boegbeeld van je generatie. Ben je dat ook?
'Nee, totaal niet. Dit past ook weer in dat verhaal over Jeff Jarvis: het is verleidelijk je een stempel op te laten drukken, bijvoorbeeld 'internetexpert' of in dit geval 'boegbeeld', maar ik haat dat. Als ik leeftijdgenoten namens hun generatie zie spreken op congressen, denk ik: ga dood!

'Vooral bedrijven hebben behoefte aan iemand die namens twintigers spreekt, merk ik. Dan bellen ze mij met de vraag: 'Zeg, wat vindt jouw generatie eigenlijk van...?' Ik ga niet op die verzoeken in, want mijn kennis over twintigers is totaal anekdotisch. 'Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, dus dat moet je mij niet vragen', antwoord ik dan. Maar ik weet zeker dat je rijk kunt worden door te zeggen dat je het wel weet.'