Waarom blijven vrouwen toch zo vaak hangen in de subtop?

De gelukkige topvrouw

Waarom vrouwen in de subtop blijven hangen, dat ligt aan de vrouwen zelf, stelt de auteur van het boek Fuck die onzekerheid. Maar is de werkelijkheid niet veel ingewikkelder?

Het is niet zozeer onzekerheid die vrouwen in de subtop parten speelt. Het gaat om de balans tussen werk en privé

Ach, wat kan het leven toch simpel zijn volgens sommige zelfhulpboeken. Neem Fuck die onzekerheid van Vreneli Stadelmaier, onlangs verschenen bij Prometheus en bedoeld om voor altijd korte metten te maken met het glazen plafond. 'Het glazen plafond zit tussen de oren', betoogt de achterflap en binnenin wordt die stelling verder uitgewerkt: de gebrekkige doorstroom van vrouwen naar de top van het bedrijfsleven 'ligt niet aan organisaties, het ligt niet aan mannen, het ligt aan ons, aan onze onzekerheid'. Ons, wij, dat zijn de vrouwen, voor wie dat nog niet had opgemaakt uit de rode pump op de cover. (Even tussendoor: zullen we daarmee ophouden? Om zodra het over vrouw en carrière gaat een kittig schoppende pump af te beelden, doorgaans van de truttigste soort?) Vrouwen, schrijft Stadelmaier, lijden veel meer dan mannen aan een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen. Ze lopen altijd op hun tenen omdat ze er diep in hun hart van overtuigd zijn dat ze niet voldoen. Het impostor syndrome, noemt ze dat, het bedriegerscomplex: het gevoel elk moment door de mand te kunnen vallen en daarom steeds maar harder te werken - tot je niet meer kunt of wilt. Hou daar toch eens mee op, maant ze, en ze voert en paar merkwaardige rolmodellen op (Rita Verdonk, Fatima Moreiro de Melo) om die boodschap te onderstrepen: als je je onzekerheid overwint, kun je alles bereiken wat je wilt.

Van gelijke strekking is The Confidence Code, dat onlangs in Amerika verscheen. Ondertitel: What women should know. Net als Stadelmaier vinden auteurs Katty Kay en Claire Shipman dat vrouwen nog heel wat van mannen moeten leren wil het een beetje opschieten met hun carrières. Bluffen, bijvoorbeeld en jezelf vaker op de borst kloppen, zoals mannen doen. Niet twijfelen, maar beslissingen nemen, ook al zijn het de verkeerde. Minder braaf zijn, vooral, minder perfectionistisch. Al die tijd die je steekt in het grondig voorbereiden van de vergadering kun je beter besteden aan een netwerkborrel met de jongens - dat levert veel meer op. De top bereiken is aldus een kwestie van de juiste mentaliteit, volgens beide boeken. Niet miepen, niet meieren; je hebt je succes zelf in de hand.

Het is allemaal van een verbluffende simpelheid die een licht gevoel van onbehagen oproept; de wereld zit voor werkenden, dunkt me, ingewikkelder in elkaar. Daarbij protesteert de feministe in mij tegen het beeld van vrouwen als weifelende zenuwpezen, terwijl de mannen weer eens de cool boys zijn die ontspannen fluitend de apenrots bestijgen - nog even en Mars en Venus komen weer om de hoek, of de holbewoners.

Aan de andere kant: niemand kan ontkennen dat het nog steeds beroerd is gesteld met het aantal vrouwen aan de top. Nog geen 9 procent vrouwen zitten er in Nederland in de raden van bestuur, blijkt uit onderzoek van de commissie Monitoring Talent naar de Top dat onlangs alle kranten haalde. Vooral in de financiële sector is het bar: bij de vier grootste banken samen bestuurt slechts één topvrouw mee. En dat is slecht voor ons allemaal, luidt het nieuwe mantra: waren er minder haantjes aan de top geweest, dan was er minder gegraaid en méér nagedacht en dan was de financiële crisis een stuk minder desastreus geweest. Of is dit ook weer een cliché? Wat te denken van die KPN-manager laatst, die in de krant verzuchtte dat de topvrouwen te veel op mannen lijken, 'inclusief hun tekortkomingen'? Corpsballen in kokerrok - niks eeuwig wikkende en wegende overachievers, zoals in Fuck die onzekerheid.

'Dat zei ik tien jaar geleden al', zegt hoogleraar Agneta Fischer, die in die tijd onderzoek deed naar de leiderschapsstijl van vrouwen met een topfunctie. Ze ontdekte dat de verschillen tussen mannen en vrouwen kleiner werden naarmate ze hoger stijgen op de carrièreladder. 'Vrouwen op topniveau bleken net zo competitief, dominant en assertief als de mannen in die omgeving. Dat is niet gek, die eigenschappen heb je daar nodig. Wat wil die meneer van KPN nou, die klaagt dat het net mannen zijn? Meer vrouwen in de top? Of een andere bedrijfscultuur?' Dat laatste, voegt ze eraan toe, is overigens wel de crux: in een minder competitieve bedrijfscultuur voelen méér vrouwen zich thuis, waardoor ze weer makkelijker zullen doordringen tot de hogere regionen. Niet omdat vrouwen mietjes zijn, maar omdat ze minder bereid zijn offers te brengen voor hun carrière. 'Het is niet zozeer onzekerheid die vrouwen in de subtop parten speelt als ze voor de keus staan al of niet door te stromen. Het gaat om de balans tussen werk en privé. De meeste vrouwen willen ook nog een leven.'

Durven ze niet?

Als een man een lastige klus één keer heeft gedaan, zegt hij: ik heb hiermee ervaring. Een vrouw zegt: ik heb het pas één keer gedaan

En ze willen kinderen - nog steeds iets wat ze maar lastig vinden in het bedrijfsleven als je mag afgaan op voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW, de grootste werkgeversorganisatie van Nederland. Vrouwen hebben nu eenmaal een 'biologisch hiaat', zei hij, waarmee hij bedoelt dat ze af en toe baren en dan, foei, even uit de running zijn. 'Víér maanden. En dat hooguit twee keer op een leven lang werken', reageert Gerdi Verbeet. 'Kijk eens naar al die sportblessures van mannen en hoeveel tijd dat werkgevers kost.'

Ik bel haar omdat ze voorzitter is van de onderzoekscommissie Monitoring Talent naar de Top, die beleid maakt voor de doorstroom van vrouwen. Ik vraag haar: zijn vrouwen te onzeker? Welnee, zegt Verbeet, maar ze uiten zich anders. 'Als een man een lastige klus één keer heeft gedaan, zegt hij: ik heb hiermee ervaring. Een vrouw zegt: ik heb het pas één keer gedaan. Ik wil dat overigens niet problematiseren, want bescheidenheid is een prachtige eigenschap, maar werkgevers moeten zulke uitspraken goed interpreteren. Snappen dat die vrouw net zo goed is, al roept ze het minder hard.'

Ik bel ook een paar vrouwen over wie het altijd gaat als er wordt geklaagd over de gebrekkige doorstroom: vrouwen die blijven steken in de subtop. Francine, Esther, Susan, Renée (geen achternamen, zodat ze vrijuit kunnen spreken): ambitieuze vrouwen die het thuis zo hebben geregeld dat ze kinderen en carrière goed kunnen combineren, allemaal bijna fulltime in de financiële sector werken en toch het glazen plafond niet aan diggelen slaan. Waarom stoten ze niet door naar de raad van bestuur? Durven ze niet?

Ze durven best, blijkt uit die gesprekken, maar ze vragen zich wel stuk voor stuk af of ze het ook wíllen. Ambities genoeg, maar tot op zekere hoogte. De raad van bestuur? Nee, zegt onmiddellijk Francine (40, accountmanager bij een bank, twee kinderen). 'Maar ik wil wel directeur van de afdeling worden, die ambitie heb ik ook uitgesproken. Want ik weet best dat je er niet komt met alleen braaf buffelen. Je moet het spel met de mannen meespelen.' Francine volgde een cursus 'Stratego voor vrouwen' en gebruikt de trucs die ze daar leerde. Ze lacht: 'Het is soms zo eenvoudig. Bij mannen draait het om gunnen: ik geef jou iets, dan doe jij iets voor mij. Laatst gaf ik in een meeting mijn baas een dik, vet compliment - heel strategisch. Meteen resultaat: direct daarna zette hij míj in het zonnetje in een zaal vol bobo's. Goed voor mijn pr. Story telling, dat kunnen we ook van mannen leren. Niet alleen 'goed' zeggen als iemand vraagt hoe het gaat, maar er ook bij vertellen welke prestatie je hebt neergezet of welk project is geslaagd.'

'Ik heb het echt moeten leren, maar ik kan het steeds beter', zegt Renée (44, communicatiemanager bij een verzekeraar, drie kinderen). 'Net als snel beslissingen nemen en de leiding nemen. En ik zie op de werkvloer een heleboel andere vrouwen die dat ook prima doen. Ik weiger mee te gaan in het stereotiepe beeld dat het mannelijke eigenschappen zijn. Ik was deze week voor mijn werk in New York, nou, als je daar de topvrouwen ziet in hun Gucci-pakken, dat zijn power houses. Die stimuleren mij enorm.'

Heel goed, zegt headhunter Monique de Vos, die zich er hard voor maakt meer vrouwen op topposities te krijgen. 'Vrouwen moeten zich niet kleiner maken dan ze zijn, soms hebben ze die neiging. Dan hebben ze het over 'wij' en 'mijn team', terwijl ze ook kunnen zeggen: 'Ik heb dat product in de markt gezet', zoals mannen doen. Ik kijk met verbazing naar Heel Holland bakt: vrouwen beginnen zich al te verontschuldigen over hun taart - 'te gaar, te zout' - nog voor de jury een hap heeft geproefd.' Overigens wil De Vos, net als Verbeet, vrouwen niet afrekenen op hun vermeende gebrek aan bluf. 'Er is niets mis mee dat vrouwen doorgaans meer zijn gefocust op de inhoud van hun werk dan op zelfpromotie. Neem het ontslag van Camiel Eurlings bij KLM, die zelf vond dat hij uitstekend functioneerde. Dat gebeurt niet bij een vrouw.'

'Ik heb ook nog een leven'

De mannen die nu de dienst uitmaken moeten ophouden met kopieën van zichzelf aan te nemen

Volop instemming van de vier subtop-vrouwen die ik spreek: een vrouw op de werkvloer is vaak twee keer zo goed als een man op hetzelfde niveau. Susan (divisiedirecteur bij een grote bank, 41, twee kinderen): 'Ik ben resultaatgericht én verbindend - op die kwaliteit ben ik aangenomen. De bank heeft mensen in de top nodig die empathisch zijn en luisteren naar wat klanten willen. Dat zijn vaker vrouwen - bij ons wordt al verzucht door mannen van rond de veertig dat ze geen carrièrekansen meer hebben omdat ze geen vrouw zijn. Anderzijds; ik heb nu een man in mijn team die én heel goed is met de cijfers én ook die verbindende kwaliteiten heeft, dat is dan ook meteen een topper. Bij vrouwen wordt dat als heel gewoon gezien.'

Ook bij het accountantskantoor waar Esther (hr-manager, 38, twee kinderen) tien jaar werkte, werd gestreefd naar meer diversiteit aan de top. Ze zegt: 'Uiteindelijk draait alles om de winst. Als méér vrouwen voor betere resultaten zorgen, dan worden ze aangenomen. En dat is zo, want je kunt niet zonder tegenwoordig als groot, internationaal bedrijf. Klanten vragen om teams met een kleurtje en een vrouw erin.' Ondertussen, zegt ze, moest ze zien te overleven in een bedrijfscultuur die ontworpen leek te zijn voor mannen met een huisvrouw thuis. 'Ik had alleen op zaterdagmiddag en paar uur voor mezelf en mijn gezin.' Op zondagochtend begon haar mailbox al weer vol te stromen - 'Iedereen werkt er op zondag' - en 's avonds zat ze over de stukken gebogen. Bikkelen, dicteerde de bedrijfscultuur. Bikkelen en scoren - ook met twee kleine kinderen werkte Esther zeventig uur per week. 'Ik heb de jongste de eerste twee jaar van haar leven nauwelijks gezien. Dat knaagt nóg aan me, maar ik zag niet hoe het anders kon. Het moest altijd méér en beter in dat bedrijf. En als je even niet oplette, werd je pootje gelicht. Winnen over de rug van een ander was de norm. Als je niet meeging in die haantjescultuur, werd dat als zwakte gezien.' Begrijp haar niet verkeerd, zegt Esther: ze houdt van hard werken, ze is 'geen tuttelmoeder' en ze zit 's avonds net zo lief achter haar laptop als voor de televisie. Toch nam ze ontslag bij het bedrijf waar nog veel voor haar in het verschiet lag als ze was gebleven. 'Ik heb daar te veel vrouwen een burn-out zien krijgen. Mannen ook, trouwens. Ik werk nu fulltime in de consultancy, dat is ook een pittige baan. Maar nu heb ik wel een leven ernaast.'

Esther sluit niet uit dat ze ooit hogerop gaat, maar alleen in een 'humane omgeving', en voorlopig is ze gelukkig op haar niveau. Renée en Francine denken er hetzelfde over. Susan, als divisiedirecteur één managementlaag verwijderd van de raad van bestuur, twijfelt over een volgende stap. 'Niet vanwege mijn capaciteiten, maar vanwege mijn grote verantwoordelijkheidsgevoel. Ik wil de dingen goed doen volgens mijn eigen normen, en ik weet niet of dat dan nog lukt. Kom ik dan wel toe aan de dingen die ik echt belangrijk vind voor onze klanten? Of moet ik beslissingen gaan nemen waar ik niet achter sta?' Daarbij, zegt ze, vindt ze haar baan nu al zwaar genoeg. 'Ik verdien een goed salaris, maar we wonen nog steeds in een rijtjeshuis, omdat ik de vrijheid wil houden ermee te kunnen stoppen. Gewoon een tijdje niks doen of verhalen schrijven. Geen tachtig mails per dag beantwoorden, daar denk ik regelmatig aan.' Ze lacht: 'Misschien moet ik dan juist nog een paar stappen zetten. Onze voorzitter van de raad van bestuur roept dat hij nog nooit zo'n makkelijke baan heeft gehad. Maar nee, voor mezelf vind ik dat niet realistisch. Ik weet niet of ik overeind zou blijven aan de top.'

Het ligt niet aan ons

Zie je wel, typisch vrouwelijke twijfels, hoor ik de auteurs van The Confidence Code en Fuck die onzekerheid nu zeggen. Meid, je kúnt het, zet hem op. Maar dat is een te simpele oplossing voor een probleem dat in het echte leven een stuk complexer is. Ja, vrouwen hebben aanmoediging nodig, zegt Gerdi Verbeet en ja, vrouwen moeten willen winnen, en ja, het zal best dat er aan hun geldingsdrang nog het een en ander schort. Maar vooral moet er een cultuuromslag plaatsvinden voor meer diversiteit aan de top. 'Daarom is het streefcijfer van 30 procent vrouwen zo belangrijk. Het blijkt uit allerlei onderzoek: pas met zo'n ruime minderheid ontstaat er echt verschil. Tot die tijd moeten die mannen die nu de dienst uitmaken ophouden met kopieën van zichzelf aan te nemen. Er zijn genoeg goede vrouwen en ze willen ook, als de bedrijfscultuur verandert. De tijd van smoesjes is voorbij.'

Hear, hear voor de ferme toon van Verbeet - zij voelt er niets voor om de schuld alleen bij vrouwen te leggen. Het is geen individueel, maar een maatschappelijk probleem. Mij lijkt dat een stuk zinniger dan het standpunt van Stadelmaier die zegt dat het 'niet ligt aan organisaties, niet aan mannen, maar aan ons'. Het ligt óók aan organisaties waar werkweken van zeventig uur de norm zijn. Het ligt ook aan mannen die er diep in hun hart nog steeds van overtuigd zijn dat een goede bestuurder geen kinderen baart. En vooruit, het ligt ook aan vrouwen die honderd procent zeker willen weten dat ze het kúnnen, voor ze de stap wagen naar de top. Hoewel, Camiel: dat lijkt me helemaal niet zo'n slechte eigenschap.