Oude marxisten versus jonge liberalen

Uit alle windstreken van Afrika zijn sociale wetenschappers neergestreken in de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. Hun doel: eigen alternatieven bedenken voor de bestaande manieren van ontwikkeling, die in Afrika zo bitter weinig hebben uitgehaald....

Binnen in het conferentieoord (dat de naam draagt van de vroegere president Joaquim Chissano) houdt de airco de warmte buiten. Een simultaanvertaling in het Engels, het Frans en het Portugees (de erfenis van de drie koloniale machten in Afrika) via hoofdtelefoons helpt de Afrikaanse beoefenaren van de sociale wetenschappen met elkaar te debatteren. Hun vereniging, Codesria, organiseert deze landdagen om de drie jaar.

Al bij de eerste zitting is duidelijk dat een botsing der geesten onvermijdelijk is: de oudere, gevestigde wetenschappers zijn geschoold in de marxistische theorie, de jongere generatie (de meesten net van de universiteit) beweegt zich binnen de perken van het neo-liberale gedachtegoed. Na drie nogal algemene inleidingen over wat er mis ging met de ontwikkeling in Afrika zet co-referent Issa Shivji (eind jaren zestig begonnen als marxistische studentenleider in Tanzania en als rechtsgeleerde en advocaat zijn radicale jeugd trouw gebleven) de toon: de deelnemers aan de conferentie denken toch niet dat er wat te halen valt met meedoen aan de snode plannen van het IMF en de Wereldbank? Dan lijken ze op de Tanzaniaanse president Mkapa die de elite heeft verrijkt door te slijmen met de geldschieters en de armen heeft verraden.

Zulke deelnemers zijn er wel degelijk. De Marokkaan Brahim Elmorchid bepleit de bestaande ontwikkelingsprogramma's om te buigen zodat deze socialer worden; niet alleen economische groei brengen, maar ook verbetering van de levensstandaard voor de armen. Kritiek à la Shivji wijst hij van de hand. 'Ik ben ook geen voorstander van het wilde kapitalisme, maar niets doen is geen optie. Helemaal uittreden uit het systeem van hulp en internationale vrijhandel is misschien mogelijk maar heel riskant.'

'Ik constateer een generatieconflict', zegt professor Sipho Buthelezi uit Zuid-Afrika in een werkgroep over 'het opnieuw uitvinden van de staat'. Shivji, die ook in deze werkgroep heeft gefulmineerd, 'heeft al die dingen 25 jaar geleden ook al gezegd'. Maar ook Buthelezi heeft een ongemakkelijk gevoel: wat is nou eigenlijk het verschil tussen een 'welvaartsstaat voor Afrika' of een 'ontwikkelingsstaat' en andere modieuze termen die tegenwoordig de ronde doen?

De inleiders hebben kort daarvoor geprobeerd de rol van de staat te promoten in de bestaande ontwikkelingsprogramma's. Jean-Christophe Boungou Bazika uit Congo-Brazzaville heeft Afrika vergeleken met Azië en Latijns Amerika en constateert dat de andere continenten niet alleen veel meer economische groei hebben maar ook veel meer overheidsbemoeienis met de economie. Tkumbi Lumumba-Kasongo uit het buurland Congo-Kinshasa vindt dat de Afrikanen de Europese sociaal-democratie moeten omarmen als alternatief voor het marxisme én neo-liberalisme.

Aan Shivji is dat allemaal niet besteed. 'De staat opnieuw uitvinden? Vroeger hadden we het over de vernietiging van de staat! Ik hoor niets over de corruptie van de overheid. Welke klasse beheerst de staat? De liberale bourgeoisie gesteund door de neo-liberale intellectuelen met hun ngo's.' Een oudere vrouw valt hem bij: 'Hebben de jongeren dan helemaal niets gelezen, moeten we de discussie van dertig geleden weer helemaal opnieuw beginnen?' De Nigeriaanse hoogleraar Jimi Adesina: 'Hou toch eens op met dat gekat op de jongeren. We geven allemaal les aan die jongeren, dus we hebben boter op ons hoofd!'

Maar juist met die universitaire opleidingen is het droevig gesteld, zegt discussieleider Kunle Amuwo, die in Zuid-Afrika doceert. Het IMF-beleid om de uitgaven van de overheid drastisch in te perken heeft zijn tol geëist. De knapste studenten zitten in de VS (er zijn er op de conferentie een heel stel), in Afrika is het niveau laag.

Inderdaad, het moet gezegd, de meeste van de uitverkoren artikelen die op de conferentie worden gepresenteerd zijn nogal schools en originele ideeën zijn er weinig in te vinden.

Tekenend en schokkend is het rapport van de jury voor de scriptieprijs die Codesria heeft uitgeschreven. Professor Taladia Thiombiano van de universiteit van Ouagadougou (Burkina Faso) houdt een litanie. Weinig van de universitaire scripties voldeden aan de minimale eisen, zei hij. Zelfs notenapparaten en een behoorlijke literatuurlijst was te moeilijk voor een groot aantal inzenders.

Vastgeroeste oudere marxisten zonder invloed op de politiek en jonge neo-liberalen zonder diepgang of gedegen opleiding, het stemt niet vrolijk. Maar er is ook een derde stroming op de Codesria-conferentie.

Die stroming heeft ook veel kritiek op ondoordachte liberalisering en de grote invloed van internationale organisaties op het beleid van de regeringen in Afrika. Er is kritiek op de westerse modellen van democratie die van bovenaf worden ingevoerd. Maar die stroming heeft ook genoeg van de verwerping per se van de vaak goede studies van de Wereldbank door marxistisch-links en 'de overwaardering van het kolonialisme' als schuldige.

Thandika Mkandawire, de Malawiaanse directeur van het VN-instituut voor sociaal onderzoek, wijst bijvoorbeeld de weg in het Codesria-bulletin. De nadruk moet liggen op eigen ontwikkeling op basis van eigen geld en met eigen ondernemers gekoppeld aan democratisering die ervoor moet zorgen dat er sociaal beleid wordt gevoerd door de overheid.

De derde stroming wordt gevoed door de vrouwenstudies en academici die actief zijn in burgerbewegingen. De Ghanese Dzodzi Tsikata wijst erop dat er nog weinig van samenhangende alternatieven uit Afrikaanse koker is terechtgekomen. Veel kritiek is door de Wereldbank overgenomen, op zich fijn. 'Maar ónze eisen zijn vervormd en keren zich als hulpvoorwaarden tegen ons.' Belangrijk is daarom een actieve vrouwen- en burgerbeweging met een achterban als tegenwicht.

Yao Graham is zo'n activist van een burgerbeweging, de afdeling van het Third World Network in Ghana. De wetenschappers zouden aansluiting moeten zoeken bij die burgerorganisaties, houdt hij de grote zaal voor. Het is gemakkelijk vanuit de universiteiten kritiek te leveren, maar hij weet dat de Wereldbank uit allerlei kampen bestaat en met welke bankfunctionarissen hij kan werken en welke niet. Hij ziet de sociale wetenschappers opduiken als consulenten van internationale instellingen en Afrikaanse regeringen, maar bij hem klopt bijna nooit een academicus aan voor samenwerking.

Welkom in de echte wereld, wou hij maar zeggen. Een goed advies: het zou zowel sociaal onderzoek vooruit kunnen helpen als het engagement van de wetenschappers tastbaar maken.