Afschaffen bepleit van aparte aanpak woonwagenbewoners 'Eigen cultuur van bewoners woonwagenkampen is illusie'

'De overheid heeft woonwagenbewoners veel te lang als een aparte groep behandeld. De eigen identiteit van woonwagenbewoners is een illusie, het is een valse identiteit....

Van onze verslaggever

Mac van Dinther

ARNHEM

David van Ooijen, ex-kamerlid voor de PvdA en schrijver van een studie over honderd jaar woonwagenbeleid in Nederland, weet dat hij zich hiermee niet populair maakt onder woonwagenbewoners. Maar het is de enige weg, verzekert hij.

Als woonwagenbewoners een beter bestaan willen, dan moeten ze ophouden hun zogenaamde eigen identiteit te koesteren en moet de overheid ze de behandeling geven die ze verdienen: die van achtergestelde burgers, die aanspraak kunnen maken op extra aandacht, maar niet op een aparte aanpak.

Woonwagenbewoners zitten nog steeds in een achterstandspositie, bleek uit een vrijdag gepubliceerd onderzoek. Tweederde leeft van een uitkering, het inkomen ligt 40 procent onder het gemiddelde in Nederland. Die cijfers vertekenen, zegt Van Ooijen, tegenwoordig provinciaal (hoofd) van de orde van de Dominicanen in Nederland.

'Zoveel mensen hebben een uitkering, die hebben dus geen beroep, denken de onderzoekers. Maar dat is niet zo. Alle woonwagenbewoners hebben een beroep. Ze zijn autosloper. Ze kopen een autootje voor honderd gulden, knappen dat op en verkopen het weer voor 1200 gulden.' Een aardige, zwarte, aanvulling op de uitkering.

Met de inkomens valt het dus wel mee, zegt Van Ooijen, die uit ervaring spreekt. Voor hij kamerlid werd, gaf hij Nederlandse les aan woonwagenbewoners. Dat wil niet zeggen dat er geen probleem is, integendeel. Al jaren gaat het niet goed met woonwagenbewoners. Ze hebben geen geregeld werk, nemen nauwelijks deel aan het maatschappelijke leven, kinderen gaan niet naar school. 'Ze leven in de marge, van generatie op generatie.'

Wat de zaken extra moeilijk maakt, is dat woonwagenbewoners resistent zijn gebleken tegen het minderhedenbeleid. Al honderd jaar wordt woonwagenbeleid gevoerd en het heeft niets geholpen. Wat Van Ooijen tot de conclusie brengt dat het beleid de problemen eerder in stand houdt dan verhelpt.

De 25 duizend woonwagenbewoners in Nederland worden vaak op één hoop gegooid met zigeuners, maar ze hebben weinig met elkaar te maken. Zigeuners zijn een aparte etnische groep die oorspronkelijk uit India komt. Woonwagenbewoners zijn Nederlanders die aan het begin van deze eeuw door armoede en woningnood uit hun huizen werden gedreven en gedwongen een zwervend bestaan gingen leiden.

Aanvankelijk verdienden ze de kost als scharensliep, marskramer en kermisexploitant. Toen daar geen vraag meer naar was, stortten woonwagenbewoners zich op de autosloperij. Geen woonwagenkamp zonder sloopbedrijf.

Tegen de verdrukking in ontwikkelde zich een vaak verheerlijkte 'woonwagencultuur'. Woonwagenbewoners gaan prat op hun saamhorigheid, ook al worden vetes soms met geweld uitgevochten, en hun gevoel voor vrijheid benadrukt door de mobiele huizen.

'Die identiteit is nergens op gebaseerd', betoogt van Ooijen. 'De moderne woonwagens kunnen nauwelijks verplaatst worden. Uit onderzoek is gebleken dat huizenbezitters vaker verhuizen dan woonwagenbewoners. En trekkende beroepen bestaan nauwelijks meer. Het is een valse identiteit.'

Maar het koesteren van die eigen cultuur staat emancipatie in de weg. De overheid draagt daaraan bij door een apart beleid te voeren. Volgens Van Ooijen mochten woonwagenbewoners te lang hun eigen gang gaan. 'Dat begon al met de invoering van de leerplicht. Woonwagenkinderen waren uitgezonderd. Pas sinds 1968 geldt de leerplicht ook voor hen.' Autosloperijen lapten milieuregels aan hun laars, op de woonwagenkampen werd criminele handel gedreven, de politie durfde zich niet te laten zien. 'Alles mocht.'

Zijn advies is om daaraan een eind te maken en woonwagenbewoners te behandelen als gewone burgers met een achterstand. 'Ik pleit voor het afschaffen van aparte regelingen, maar ook voor gelijkberechtiging en ze écht helpen, want wat we nu doen is halfslachtig.' Wat hem betreft maakt staatssecretaris Tommel een goed begin door de Woonwagenwet af te schaffen.

De aandacht moet uitgaan naar de jeugd. Jongeren moeten desnoods met zachte drang naar school worden gestuurd en ook voortgezet onderwijs volgen. Gemakkelijk zal het niet gaan, beseft hij. Iemand die carrière maakt buiten het kamp, wordt uitgestoten. 'Maar het alternatief is dat je ze hun gang laat gaan in de marge, met het gevaar dat ze outcasts worden en zich tegen de maatschappij keren.'